Beperking in dagelijkse activiteiten

In 2020 verklaart 25,0 procent van de Belgische bevolking van 16 jaar en ouder, een ernstige of niet-ernstige beperking te hebben gehad in de dagelijkse activiteiten als gevolg van een gezondheidsprobleem. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Beperking in dagelijkse activiteiten - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking van 16 jaar en ouder

 200520102015201920202020//20052020//20152019//2010
België23.923.323.627.225.00.31.21.7
EU27--25.725.724.2-------0.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; gegevensverzameling BE 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), Self-perceived long-standing limitations in usual activities due to health problem [hlth_silc_12], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Beperking in dagelijkse activiteiten volgens gewest - België

procent van de bevolking van 16 jaar en ouder

 2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest26.1
Vlaams Gewest25.8
Waals Gewest30.0

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar.

Statistics Belgium (2020), rechtstreekse mededeling (30/10/2020).

Beperking in dagelijkse activiteiten volgens geslacht - België

procent van de bevolking van 16 jaar en ouder

 200520102015201920202020//20052020//2015
vrouwen26.926.626.028.926.90.00.7
mannen20.719.821.025.323.10.71.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), Self-perceived long-standing limitations in usual activities due to health problem [hlth_silc_12], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Beperking in dagelijkse activiteiten volgens leeftijd - België

procent van de bevolking van 16 jaar en ouder

 2005201020142015201820192019//20052019//2014
<257.87.58.87.510.59.01.10.4
25-4916.014.916.415.415.617.20.50.9
50-6429.227.228.229.730.934.51.24.1
>6447.047.144.242.643.746.2-0.10.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019

Statistics Belgium (2020), rechtstreekse mededeling (30/10/2020).

Beperking in dagelijkse activiteiten volgens inkomen - België

procent van de bevolking van 16 jaar en ouder

 200520102015201920202020//20052020//2015
kwintiel 134.735.136.942.541.71.22.5
kwintiel 231.433.331.334.734.00.51.7
kwintiel 322.421.323.326.021.4-0.3-1.7
kwintiel 417.115.115.318.816.7-0.11.8
kwintiel 514.312.611.514.611.7-1.30.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), Self-perceived long-standing limitations in usual activities due to health problem [hlth_silc_12], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Definitie: het aandeel van de bevolking van 16 jaar en ouder dat een, ernstige of niet-ernstige, beperking verklaart in haar dagelijkse activiteiten als gevolg van een gezondheidsprobleem. De gegevens komen van de EU-SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions) van de Europese Unie. Die beperking moet bestaan sinds minstens zes maanden voor de enquête. Op de vraag naar deze beperking hebben de deelnemers de keuze uit drie antwoorden: niet beperkt, beperkt, maar niet ernstig of ernstig beperkt. Het zijn de laatste twee antwoorden die voor deze indicator worden opgesomd. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens voor België komen rechtstreeks van Statistics Belgium en de gegevens voor de vergelijking met de EU komen van Eurostat. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

De gegevens voor 2019 en 2020 zijn moeilijk met elkaar te vergelijken en zijn niet vergelijkbaar met de gegevens tot en met 2018. Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 verstoorde de covid-19-pandemie de gegevensverzameling. Gedetailleerde informatie hierover is beschikbaar op de website van Statistics Belgium (Statbel, 2021).

Doelstelling: het aandeel van de bevolking van 16 jaar en ouder dat een beperking verklaart in haar dagelijkse activiteiten als gevolg van een gezondheidsprobleem, moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten doel 3: "Verzeker een goede gezondheid en bevorder welzijn voor iedereen op alle leeftijden". De afwezigheid van beperkingen in de dagelijkse activiteiten draagt bij aan de gezondheid en het welzijn.

Evolutie: het aandeel van de bevolking met een beperking in haar dagelijkse activiteiten stijgt licht sinds 2005. Deze stijgende trend is meer uitgesproken vanaf 2012. Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, verklaart in 2020 een kwart van de Belgen (25%) te kampen met deze problemen.

Internationale vergelijking: in 2019, is het aandeel van de bevolking, dat een beperking verklaart in haar dagelijkse activiteiten, in België hoger dan in de EU27 (24,2%). In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de middelmatig presterende groep en het scoort minder goed dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel van de bevolking dat een beperking verklaart in haar dagelijkse activiteiten in 2019 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 26,1% in Brussel (BI95% 24,5 – 27,7), 25,8% in Vlaanderen (BI95% 23,9 – 27,7), 30,0% in Wallonië (BI95% 27,8 – 32,2) en 27,2% in België (BI95% 25,9 – 28,5). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: de evolutie van de indicator voor mannen en vrouwen is vergelijkbaar. Het aandeel vrouwen met een beperking in haar dagelijkse activiteiten blijft niettemin hoger dan dat van mannen over heel de geanalyseerde periode. In 2020, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, ging het om 26,9% van de vrouwen tegenover 23,1% van de mannen. De kloof neemt echter af in de tijd van 6,2 procentpunt in 2005 tot 4,5 procentpunt in 2018. Na 2018, dus met de nieuwe methodologie, is dit verschil nog kleiner en bereikt 3,8 procentpunt in 2020.

Opsplitsing volgens inkomen: personen met een hoger inkomen hebben minder een beperking in hun dagelijkse activiteiten. In 2020, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, had 11,7% van de personen met de hoogste inkomens (vijfde kwintiel) een beperking, tegenover 41,7% van de personen van het eerste kwintiel.

Opsplitsing volgens leeftijd: hoe ouder de mensen zijn, hoe meer ze een beperking in hun dagelijkse activiteiten verklaren. In 2019, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, verklaarde 9% van de personen van 16 tot 24 jaar een beperking, tegenover 46% van de 65-plussers.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij doel 3, aangezien de afwezigheid van een beperking in de dagelijkse activiteiten een meting is van de globale gezondheid van de bevolking.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen