Vroegtijdige schoolverlaters

In 2018 waren er in België 8,6 procent vroegtijdige schoolverlaters in de bevolking van 18 tot 24 jaar. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar nul procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. Het aantal vroegtijdige schoolverlaters evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Vroegtijdige schoolverlaters - België - trendevaluatie

procent van de 18-24-jarigen

 2000200520102015201620172018202020252030
waarnemingen13.812.911.910.18.88.98.6------
trend en extrapolatie14.313.011.69.89.49.08.78.17.26.7
doelstelling 20300.00.00.00.00.00.00.00.00.00.0

breuk in tijdreeks: 1999 BE, 2003 UE, 2004 BE, 2006, 2013 UE, 2017 BE; voorlopige data voor 2018

Statistics Belgium; Eurostat (2019), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/04/2019).

Vroegtijdige schoolverlaters - België en internationale vergelijking

procent van de 18-24-jarigen

 199220002010201320152016201720182018//19922018//2013
België18.113.811.911.010.18.88.98.6-2.8-4.8
EU28--17.613.911.911.010.710.610.6---2.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999 BE, 2003 UE, 2004 BE, 2006, 2013 UE, 2017 BE; voorlopige data voor 2018

Statistics Belgium; Eurostat (2019), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/04/2019).

Vroegtijdige schoolverlaters volgens geslacht - België

procent van de 18-24-jarigen

 199220002010201320152016201720182018//19922018//2013
vrouwen16.511.010.08.78.67.47.37.0-3.2-4.3
mannen19.816.413.813.211.610.210.410.1-2.6-5.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999 BE, 2003 UE, 2004 BE, 2006, 2013 UE, 2017 BE; voorlopige data voor 2018

Statistics Belgium; Eurostat (2019), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/04/2019).

Definitie: aandeel jongeren tussen 18 en 24 jaar met hoogstens een diploma lager middelbaar onderwijs die geen onderwijs of opleiding volgden tijdens de vier weken die voorafgingen aan het interview. Het lager middelbaar onderwijs komt overeen met de ISCED (International Standard Classification of Education) 2011 niveaus 0-2 voor gegevens vanaf 2014 en met de ISCED 1997 niveaus 0-3C voor gegevens tot 2013. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: 0% vroegtijdige schoolverlaters tegen 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 4.1: "Er tegen 2030 voor zorgen dat alle meisjes en jongens op een vrije, billijke en kwalitatief hoogstaande manier lager en middelbaar onderwijs kunnen afwerken, wat moet kunnen leiden tot relevante en doeltreffende leerresultaten". Deze doelstelling vereist dat alle meisjes en jongens op een billijke en kwaliteitsvolle manier lager en middelbaar onderwijs gratis kunnen afwerken en wordt opgevat als het beogen van 0% vroegtijdige schoolverlaters tegen 2030.

Het Nationaal Hervormingsprogramma voor 2011 dat België in april 2011 goedkeurde (Federale regering, 2011) in het kader van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) bevat de volgende doelstelling over onderwijs en opleiding: het aandeel jongeren tussen 18 en 24 jaar dat hoogstens lager secundair onderwijs heeft voltooid en dat geen onderwijs of opleiding volgt, verminderen tot 9,5% in 2020.

Evolutie: volgens de EAK is het aandeel vroegtijdige schoolverlaters gedaald van 18,1% in 1992 tot 8,6% in 2018.

Internationale vergelijking: zowel in de EU28 als in België daalde het aandeel schoolverlaters. Het aandeel schoolverlaters ligt in de beschouwde periode wel lager in België dan in de EU28. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2018 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens geslacht: meer mannen (10,1%) dan vrouwen (7%) verlaten de school zonder diploma. De laatste jaren toont de evolutie bij de mannen een sterkere variatie dan bij de vrouwen. Het verschil tussen mannen en vrouwen schommelde tussen 2,2 procentpunt in 1993 en 6,1 procentpunt in 2002 en bedraagt in 2018 3,1 procentpunt. Het aandeel schoolverlaters ligt over de volledige periode hoger bij mannen dan bij vrouwen en beide groepen vertonen een dalende trend over de hele periode.

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 4.1.1 - Deel van de kinderen en jongeren: (a) in het basisonderwijs; (b) op het einde van het basisonderwijs; en (c) op het einde van de eerste cyclus van het secundair onderwijs met ten minste het minimale vaardigheidsniveau voor (i) lezen en (ii) wiskunde, naar geslacht. Hij werd gekozen omdat hij informatie geeft over het aantal leerlingen dat het middelbaar onderwijs verlaat met hoogstens een diploma lager middelbaar onderwijs.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen