In 2022 waren er in België bij de min-65-jarigen 80,0 sterfgevallen door chronische aandoeningen per 100.000 inwoners van die leeftijdsgroep. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 70,1. Dat doel wordt bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2003 (gegevens beschikbaar in november 2025). Het aantal voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen evolueert dus gunstig.
Voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen - België - trendevaluatie
sterftecijfer per 100.000 inwoners van minder dan 65 jaar
| 2000 | 2003 | 2005 | 2010 | 2015 | 2020 | 2021 | 2025 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| waarnemingen | -- | 139.7 | 134.6 | 118.0 | 105.2 | 83.5 | 81.2 | -- | -- |
| trend en extrapolatie (november 2025) | -- | 140.2 | 134.2 | 119.0 | 102.0 | 85.0 | 81.9 | 72.2 | 65.4 |
| doelstelling 2030 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 | 70.1 |
Bron: Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2025), Causes of death, hlth_cd_asdr en hlth_cd_asdr2, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 21/03/2025 11:00 (geraadpleegd op 13/10/2025).
Voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen - België en internationale vergelijking
sterftecijfer per 100.000 inwoners van minder dan 65 jaar
| 2003 | 2005 | 2010 | 2015 | 2017 | 2020 | 2022 | 2021//2003 | 2022//2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | 139.7 | 134.6 | 118.0 | 105.2 | 94.7 | 83.5 | 80.0 | -3.0 | -3.3 |
| EU27 | 162.5 | 155.6 | 137.8 | 123.4 | 116.9 | 110.0 | 104.5 | -2.2 | -2.2 |
| //: Gemiddelde groeivoeten | |||||||||
Bron: Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2025), Causes of death, hlth_cd_asdr en hlth_cd_asdr2, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 21/03/2025 11:00 (geraadpleegd op 13/10/2025).
Voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen volgens gewest - België
sterftecijfer per 100.000 inwoners van minder dan 65 jaar
| 2011 | 2015 | 2017 | 2020 | 2022 | 2022//2011 | 2022//2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | 117.4 | 101.3 | 95.6 | 83.8 | 75.0 | -4.0 | -4.7 |
| Vlaams Gewest | 101.7 | 91.5 | 82.1 | 71.9 | 69.4 | -3.4 | -3.3 |
| Waals Gewest | 137.9 | 128.6 | 115.0 | 103.4 | 98.3 | -3.0 | -3.1 |
| //: Gemiddelde groeivoeten | |||||||
Bron: Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2025), Causes of death, hlth_cd_asdr en hlth_cd_asdr2, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 21/03/2025 11:00 (geraadpleegd op 13/10/2025).
Voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen volgens geslacht - België
sterftecijfer per 100.000 inwoners van minder dan 65 jaar
| 2003 | 2005 | 2010 | 2015 | 2016 | 2020 | 2022 | 2022//2003 | 2022//2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| vrouwen | 101.6 | 98.9 | 92.1 | 85.5 | 80.4 | 68.4 | 67.1 | -2.2 | -2.8 |
| mannen | 178.6 | 170.7 | 144.2 | 125.2 | 118.5 | 98.7 | 92.9 | -3.4 | -3.8 |
| //: Gemiddelde groeivoeten | |||||||||
Bron: Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2025), Causes of death, hlth_cd_asdr en hlth_cd_asdr2, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 21/03/2025 11:00 (geraadpleegd op 13/10/2025).
Definitie: het aantal voortijdige sterfgevallen (voor 65 jaar) door chronische aandoeningen per 100.000 inwoners wordt berekend aan de hand van de gegevens uit de overlijdensattesten, waarbij met de volgende sterfgevallen rekening wordt gehouden: kwaadaardige tumoren (C00-C97), diabetes mellitus (E10-E14), ischemische hartaandoeningen (I20-I25), cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69), chronische aandoeningen van de onderste luchtwegen (J40-J47) en chronische leverziekten (K70, K73-K74). De codes tussen haakjes komen van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (CIM-10). Statistics Belgium verzamelt die gegevens in België en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert (gestandaardiseerd). De drempel van 65 jaar werd gekozen omdat Eurostat deze indicator zo publiceert. In de literatuur wordt de drempel voor voortijdige sterfgevallen niet precies gedefinieerd. Hij verschilt trouwens van land tot land. In Europa worden waarden van 65 tot 80 jaar vaak gebruikt.
Voor deze indicator zijn volgende opsplitsingen beschikbaar: gewest en geslacht.
Doelstelling: in 2030 zou het aantal voortijdige sterfgevallen door chronische aandoeningen niet boven de 70,1 per 100.000 inwoners van minder dan 65 jaar mogen liggen.
De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 3.4: "Tegen 2030 de voortijdige sterfte gelinkt aan niet-overdraagbare ziekten met een derde inperken via preventie en behandeling, en geestelijke gezondheid en welzijn bevorderen".
Deze subdoelstelling van de VN vraagt om de voortijdige sterfte, in dit geval bij de personen van minder dan 65 jaar, tegen 2030 met een derde in te perken ten opzichte van 2015. In 2015 bedroeg de sterftegraad 105,2 sterfgevallen per 100.000 personen van minder dan 65 jaar. In 2030 zou deze indicator dus niet boven de 70,1 mogen liggen.
Merk op dat er voor België ook een cijferdoel bestaat in het regeerakkoord van de federale regering van 2020 dat beoogt om "het aantal vermijdbare sterfgevallen met 15% terug te dringen" tegen 2030 (Federale regering, 2020, p.14). Het verwijst echter niet specifiek naar chronische of niet-overdraagbare ziekten.
VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 3.4.1 - Sterfte door hart- en vaatziekten, kanker, diabetes of chronische ademhalingsziekten.
Bronnen
2025 © cic@plan.be