Overmatige schuldenlast van de gezinnen

In 2019 hadden in België 83.374 personen een collectieve schuldenregeling. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is ongunstig tussen 2007 en 2018 (evaluatie van juni 2019).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Overmatige schuldenlast van de gezinnen - België

duizend personen met een collectieve schuldenregeling

 200720102014201520162017201820192019//20072019//2014
België57.076.297.197.695.693.689.083.43.2-3.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Nationale Bank van België (2020), rechtstreekse mededeling, 18/10/2019 en 26/03/2020.

Overmatige schuldenlast van de gezinnen volgens gewest - België

duizend personen met een collectieve schuldenregeling

 200720102014201520162017201820192019//20072019//2014
Brussels Hoofdstedelijk Gewest4.45.46.16.05.95.85.55.01.1-3.6
Vlaams Gewest28.538.049.450.350.349.246.743.53.6-2.5
Waals Gewest23.832.541.140.838.937.936.234.33.1-3.6
Andere0.20.30.50.50.50.50.60.58.30.9
//: Gemiddelde groeivoeten

Nationale Bank van België (2020), rechtstreekse mededeling, 18/10/2019 en 26/03/2020.

Overmatige schuldenlast van de gezinnen volgens geslacht - België

duizend personen met een collectieve schuldenregeling

 200720102014201520162017201820192019//20072019//2014
vrouwen27.937.147.247.446.345.242.940.23.1-3.2
mannen29.039.149.950.249.248.446.143.23.4-2.8
//: Gemiddelde groeivoeten

Nationale Bank van België (2020), rechtstreekse mededeling, 18/10/2019 en 26/03/2020.

Overmatige schuldenlast van de gezinnen volgens leeftijd - België

duizend personen met een collectieve schuldenregeling

 200720102014201520162017201820192019//20072019//2014
18-241.42.32.01.91.71.51.31.1-2.1-11.3
25-3412.117.121.521.020.018.817.315.82.2-6.0
35-4418.122.227.827.827.326.625.223.62.3-3.2
45-5415.420.425.726.225.825.624.422.83.3-2.4
55-647.510.514.514.814.814.914.513.95.3-0.8
>642.43.65.65.96.06.26.26.28.12.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Nationale Bank van België (2020), rechtstreekse mededeling, 18/10/2019 en 26/03/2020.

Definitie: personen die geconfronteerd worden met overmatige schuldenlast of ernstige financiële moeilijkheden kunnen een beroep doen op de gerechtelijke procedure van collectieve schuldenregeling. Een schuldbemiddelaar zal in het kader van die procedure een aanzuiveringsplan van alle uitstaande schulden opstellen en het maandbedrag bepalen dat de betrokkene nodig heeft voor zijn lopende uitgaven. Dat bedrag moet voldoende zijn om een menswaardig bestaan te leiden en kan niet lager liggen dan het leefloonbedrag op maandbasis. De Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP) centraliseert in België bepaalde gegevens over het aantal lopende collectieve schuldenregelingen. Die indicator wordt uitgedrukt in duizenden personen en heeft betrekking op de toestand op het einde van elk jaar. De gegevens komen van de Nationale Bank van België.

Doelstelling: de overmatige schuldenlast van de gezinnen moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.4: "Er tegen 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen, in het bijzonder de armen en de kwetsbaren, gelijke rechten hebben op economische middelen, alsook toegang tot basisdiensten, eigenaarschap en controle over land en andere vormen van eigendom, nalatenschap, natuurlijke hulpbronnen, gepaste nieuwe technologie en financiële diensten, met inbegrip van microfinanciering".

De procedure van collectieve schuldenregeling voorziet dat het maandbedrag dat de betrokkene nodig heeft voor zijn lopende uitgaven voldoende moet zijn om een menswaardig bestaan te leiden en niet lager mag liggen dan het leefloonbedrag. Omdat de procedure van collectieve schuldenregeling specifiek gericht is op personen die door hun overmatige schulden in een situatie dreigen terecht te komen die het hen onmogelijk maken menswaardig te leven, wordt een daling van het aantal personen met een collectieve schuldenregeling als impliciete doelstelling beschouwd, hetgeen aansluit bij de doelstelling vermeld bij het leefloon.

Evolutie: het aantal personen met een lopende procedure tot collectieve schuldenregeling steeg onafgebroken tussen 2007 en 2015, namelijk van 56.951 tot 97.636. Vanaf dan daalde dit aantal tot 83.374 in 2019. De redenen voor de daling sinds 2015 zijn divers. Het Observatorium Krediet en Schuldenlast meldt in dit verband dat de gunstige economische groei en de dalende werkloosheid sinds 2015 die dalende evolutie deels kan verklaren (Jeanmart, 2019). Hierbij moet worden benadrukt dat de problematiek van de overmatige schuldenlast complex is. Er kunnen immers achterstallen zijn op meerdere kredieten. Bovendien kunnen ook personen met niet-kredietgerelateerde schulden (zoals fiscale schulden of betalingsmoeilijkheden met facturen in verband met gezondheidszorg, energie, telefoon of huur) een beroep doen op een collectieve schuldenregeling. Dit is het geval voor één op drie personen met een collectieve schuldenregeling (NBB, 2020).

Internationale vergelijking: door verschillen in wetgeving zijn er binnen de EU geen geharmoniseerde gegevens beschikbaar over dat type regeling voor personen met overmatige schuldenlast.

Opsplitsing volgens gewest: het aantal personen met een lopende procedure tot collectieve schuldenregeling in 2019 bedraagt 5.030 in Brussel, 43.507 in Vlaanderen en 34.296 in Wallonië. Voor België is dit cijfer 83.374. Voor 541 personen met een dergelijke procedure is de verblijfplaats in het buitenland, niet vast of foutief geregistreerd.

Opsplitsing volgens leeftijd: tussen 2007 en 2019 steeg het aantal personen met een collectieve schuldenregeling in alle leeftijdscategorieën, behalve voor de personen tussen 18 en 24 jaar. De verdeling tussen de leeftijdscategorieën is in die periode vrij stabiel: de categorie 35-44 jaar is steeds de grootste. Het aandeel 55-plussers met een collectieve schuldenregeling in het totaal stijgt licht van 17 tot 23% tussen 2007 en 2019.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 1.4 omdat personen die een collectieve schuldenregeling verlaten, kwetsbaar zijn en meer moeilijkheden kunnen hebben om toegang te krijgen tot bepaalde diensten en vormen van eigendom.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 26/04/2019).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 26/04/2019).
  • Specifiek