Risico op armoede of sociale uitsluiting (i01)

In 2024 bedroeg het aandeel van de bevolking in België met een risico op armoede of sociale uitsluiting 18,3 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dit cijfer dalen naar 10,8 procent. Dit cijferdoel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend tussen 2015 en 2024 (evaluatie van november 2025; breuk in tijdreeks: BE 2019 – gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Dit kan een impact hebben op het evaluatieresultaat, dat dus met de nodige voorzichtigheid gehanteerd moet worden). Het aandeel van de bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België - trendevaluatie

procent van bevolking

 2015201820192020202420252030
waarnemingen21.620.520.1--18.3----
trend en extrapolatie (november 2025)22.220.720.219.818.117.816.5
doelstelling 203010.810.810.810.810.810.810.8

Noot: breuk in tijdreeks: 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Dit kan een impact hebben op het evaluatieresultaat, dat dus met de nodige voorzichtigheid gehanteerd moet worden.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België en internationale vergelijking

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
België21.620.520.120.319.018.618.818.3-1.9-1.7
EU2724.021.721.821.521.721.521.221.0-0.7-3.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: EU 2020, BE 2019; Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting in 2024 bedraagt 17.3% tot 19.3% voor België.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025; Statbel; Eurostat (2025), Persons at risk of poverty or social exclusion, sdg_01_10, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 02/10/2025 23:00 (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens gewest - België

procent van bevolking

 2019202020212022202320242024//2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest39.136.835.538.038.937.3-0.9
Vlaams Gewest13.914.212.711.212.412.9-1.5
Waals Gewest25.025.924.925.823.921.8-2.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting in 2024 bedraagt 34.3% tot 40.3% voor Brussel, 11.6% tot 14.2% voor Vlaanderen en 20.1% tot 23.5% voor Wallonië.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens geslacht - België

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
vrouwen22.821.720.720.919.719.319.518.9-1.8-1.6
mannen20.519.419.419.718.318.018.117.6-1.9-1.8
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
<1824.123.523.021.920.919.519.620.2-2.6-0.8
18-2424.623.921.520.820.221.120.821.4-0.1-1.0
25-4919.618.017.717.216.615.516.916.4-1.5-2.8
50-6424.822.622.622.521.920.520.821.6-0.9-3.0
>6417.417.917.621.517.320.018.214.4-3.90.9
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens opleiding - België

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
hoogstens lager secundair35.834.833.936.934.636.536.333.3-0.4-0.9
hoger secundair20.419.219.420.719.419.419.818.7-0.7-2.0
hoger10.48.48.78.38.48.68.59.10.9-6.9
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
alleenstaande32.731.330.932.831.130.330.527.4-2.4-1.4
eenoudergezin49.751.545.045.439.742.839.938.3-3.21.2
2 volwassenen <6516.215.014.112.511.311.010.612.0-3.2-2.5
2 volw., minstens 1 >6416.017.517.820.617.819.117.315.3-3.03.0
2 volw., 1 kind13.314.217.717.615.011.813.015.2-3.02.2
2 volw., 2 kinderen12.411.39.19.28.38.39.59.61.1-3.0
2 volw., 3+ kinderen24.625.725.723.623.722.926.021.6-3.41.5
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens activiteitsstatus - België

procent van 18-jarigen en ouder

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
werkend6.66.56.56.35.55.17.26.4-0.3-0.5
werkloos70.267.071.571.564.066.963.868.5-0.9-1.5
gepensioneerd14.815.815.719.115.717.716.212.8-4.02.2
andere inactief46.446.143.544.542.542.441.542.1-0.7-0.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; Omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de COVID-19-pandemie omvat de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Risico op armoede of sociale uitsluiting volgens inkomen - België

procent van bevolking

 201520182019202020212022202320242024//20192018//2015
kwintiel 183.086.281.981.374.575.372.870.3-3.01.3
kwintiel 217.812.411.114.013.912.414.614.25.1-11.4
kwintiel 35.22.85.13.84.03.84.44.5-2.5-18.6
kwintiel 41.60.71.81.91.71.11.62.02.1-24.1
kwintiel 50.70.60.60.60.90.70.80.3-12.9-5.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Definitie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting komt overeen met de verhouding van het aantal personen dat tot minstens één van drie deelpopulaties behoort ten opzichte van de totale bevolking. Die deelpopulaties zijn de personen met een armoederisico, personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit en personen die leven in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering.

Deze indicator werd reeds gebruikt in het kader van de Europa 2020-strategie. Echter twee van de drie deelindicatoren hadden toen een andere definitie: ernstige materiële ontbering is nu vervangen door ernstige materiële en sociale ontbering (met een geüpdatet lijst items) en de in acht genomen personen voor het berekenen van de indicator over zeer lage werkintensiteit wijzigde licht.

Naar de indicator in het kader van de Europa 2020-strategie, met gegevens beschikbaar vanaf 2004, wordt dan verwezen met de aanduiding '(EU 2020)'. Voor de indicator gebruikt na de Europa 2020-strategie in het kader van het actieplan voor de Europese pijler voor sociale rechten (European Commission, 2021) is er geen specifieke aanduiding. Hiervoor zijn data beschikbaar vanaf ten vroegste 2015 en de gegevens voor België worden ook gebruikt om de evolutie per gewest en voor verschillende bevolkingscategorieën toe te lichten. Voor deze indicator zijn volgende opsplitsingen beschikbaar: gewest, geslacht, inkomen, leeftijd, opleiding, huishoudentype en activiteitsstatus.

De gegevens over de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens gebruikt voor de berekening van de deelpopulatie van personen met een armoederisico hebben steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Dit is ook het geval voor de tewerkstellingsgegevens gebruikt voor het berekenen van de deelpopulatie van personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. De gegevens gebruikt voor het berekenen van de personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering en ernstige materiële en sociale ontbering hebben betrekking op het ogenblik van enquêtering.

Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid, waardoor de gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar zijn met de gegevens vanaf 2019.In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren. Eveneens moet worden opgemerkt dat omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de covid-19-pandemie de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen omvat, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven (Statbel, 2022).

Doelstelling: tegen 2030 moet het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zijn, namelijk van 21,6% in 2015 naar 10,8% in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.2: "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen". Vertaald in Belgische context betekent dit dat, tegen 2030, het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zou moeten zijn.

De Europese Sociale top in Porto van 7 mei 2021 heeft in het kader van het actieplan voor de Europese pijler voor sociale rechten (European Commission, 2021) nieuwe sociale doelstellingen voor 2030 overeengekomen tussen de Europese Raad, de Europese Commissie, het Europees Parlement en de sociale partners. Die doelstellingen werden goedgekeurd door de Europese Raad (Europese Raad, 2021a, 2021b). Een vermindering in de EU tegen 2030 van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting met ten minste 15 miljoen, inclusief 5 miljoen kinderen, werd er voorgesteld.

België engageerde zich in dat kader om het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gebaseerd op de SILC-gegevens van 2019 te verminderen met 279.000 personen tot 1,982 miljoen personen tegen 2030. Specifiek voor kinderen (personen jonger dan 18 jaar) en voor dezelfde periode geldt een verminderingsdoelstelling van 93.000 personen (Federal Public Service Social Security, 2023). Merk op dat België ook een cijferdoel aan voor personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting die werken: die zou hoogstens 4,9% mogen zijn in 2030 (European Commission, 2022; Federal Public Service Social Security, 2023).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 1.2.2 – Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities.

Bronnen