Risico op armoede of sociale uitsluiting (i01)

In 2021 bedroeg het aandeel van de bevolking in België met een risico op armoede of sociale uitsluiting 18,8 procent. De trendevaluatie gebruikt het risico op armoede of sociale uitsluiting (EU2020) als indicator. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dit cijfer naar 10,6 procent. Dit cijferdoel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend tussen 2004 en 2019 (evaluatie van november 2021; zonder rekening te houden met 2020, omdat de covid-19-pandemie een impact had op de gegevensverzameling). Het aandeel van de bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België - trendevaluatie

procent van bevolking

 200020042005201020152019202020252030
waarnemingen--21.622.620.821.119.5------
trend en extrapolatie (november 2021)--21.821.721.120.720.119.919.319.0
doelstelling 203010.610.610.610.610.610.610.610.610.6

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021) & berekeningen FPB.

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België en internationale vergelijking

procent van bevolking

 200420052010201320152018202020212021//20152018//20042018//20132018//2010
België--------21.620.520.318.8-2.3------
EU27--------24.021.721.5----------
België (EU2020)21.622.620.820.821.120.018.917.6-3.0-0.5-0.8-0.5
EU27 (EU2020)----23.924.623.821.621.5-------2.6-1.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01n en ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens gewest - België

procent van bevolking

 20112013201520182019202020212021//20192018//2011
Brussels Hoofdstedelijk Gewest--------38.936.435.3-4.7--
Vlaams Gewest --------13.914.212.4-5.5--
Waals Gewest --------24.826.024.90.2--
Brussels Hoofdstedelijk Gewest (EU2020)40.440.538.038.537.831.833.9-5.3-0.7
Vlaams Gewest (EU2020)15.015.415.113.013.213.011.2-7.9-2.0
Waals Gewest (EU2020)25.424.226.326.424.624.623.7-1.80.6
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel (2012), SILC Quality Reports 2011, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting/plus (geraadpleegd op 14/10/2019) en Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens geslacht - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
vrouwen--------22.821.720.620.919.4-2.7----
mannen--------20.519.419.419.718.2-2.0----
vrouwen (EU2020)22.923.721.721.222.220.920.019.518.1-3.3-0.6-0.3
mannen (EU2020)20.321.420.020.420.019.018.918.417.1-2.6-0.5-1.4
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01n en ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
<18--------24.123.523.022.020.5-2.7----
18-24--------24.623.921.521.220.1-3.3----
25-49--------19.618.017.617.116.4-2.9----
50-64--------24.822.622.422.522.0-2.0----
>64--------17.417.917.521.317.0-0.4----
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2021

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01n, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 30/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting (EU2020), volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
<18 22.723.723.221.923.323.022.320.318.9-3.40.11.0
18-2421.522.420.723.824.724.022.721.319.3-4.00.80.2
25-4917.618.917.619.919.617.817.516.315.9-3.40.1-2.2
50-6428.627.923.921.224.021.121.020.420.2-2.8-2.1-0.1
>6422.023.321.019.516.217.416.519.415.6-0.6-1.7-2.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2021

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 30/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens opleiding - België

procent van 18-jarigen en ouder

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
hoogstens lager secundair--------36.735.534.337.934.5-1.0----
hoger secundair--------20.319.319.320.619.2-0.9----
hoger--------10.48.48.78.38.2-3.9----
hoogstens lager secundair (EU2020)32.332.132.434.735.434.032.235.231.8-1.80.4-0.4
hoger secundair (EU2020)19.119.417.217.919.818.819.319.018.4-1.2-0.11.0
hoger (EU2020)10.010.09.010.710.58.48.68.17.9-4.6-1.2-4.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps04n en ilc_peps04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
alleenstaande--------32.731.330.832.731.0-0.9----
eenoudergezin--------49.751.545.846.339.0-4.0----
2 volwassenen--------16.116.215.716.214.3-2.0----
2 volw., 1 kind--------13.314.217.217.414.81.8----
2 volw., 2 kinderen--------12.411.38.69.18.0-7.0----
2 volw., 3+ kinderen--------24.625.726.323.822.7-1.3----
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03n, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting (EU2020), volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
alleenstaande34.035.430.633.531.530.328.630.129.6-1.0-0.8-2.0
eenoudergezin57.851.749.654.548.949.744.444.637.8-4.2-1.1-1.8
2 volwassenen23.322.320.118.315.616.015.415.213.2-2.7-2.6-2.6
2 volw., 1 kind12.713.513.013.412.913.917.317.013.30.50.60.7
2 volw., 2 kinderen10.711.612.08.612.210.98.48.36.7-9.50.14.9
2 volw., 3+ kinderen20.523.420.623.424.126.225.920.621.8-1.71.82.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 4/10/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens activiteitsstatus - België

procent van 18-jarigen en ouder

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
werkend--------6.66.56.56.45.5-3.0----
werkloos--------70.367.272.171.964.2-1.5----
gepensioneerd--------14.815.815.618.915.50.8----
andere--------49.549.046.848.643.2-2.2----
werkend (EU2020)5.76.36.56.06.16.26.25.55.1-2.90.60.7
werkloos (EU2020)60.264.153.469.867.664.470.469.658.6-2.40.5-1.6
gepensioneerd (EU2020)22.023.819.719.416.316.215.517.815.2-1.2-2.2-3.5
andere inactief (EU2020)41.841.041.445.547.447.445.245.940.8-2.50.90.8
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020; Omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de COVID-19-pandemie omvat de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven.

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps02n en ilc_peps02, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens inkomen - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
kwintiel 1--------82.986.282.081.573.7-1.9----
kwintiel 2--------17.712.310.913.713.7-4.2----
kwintiel 3--------5.22.84.83.64.1-3.9----
kwintiel 4--------1.60.71.72.01.60.0----
kwintiel 5--------0.70.50.60.60.94.3----
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03n, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Risico op armoede of sociale uitsluiting (EU2020), volgens inkomen - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
kwintiel 180.482.681.282.482.385.680.479.171.4-2.30.40.8
kwintiel 216.817.614.914.615.110.510.010.710.8-5.4-3.3-6.4
kwintiel 37.57.64.44.45.62.23.92.73.7-6.7-8.4-12.9
kwintiel 42.63.52.21.91.70.62.01.51.1-7.0-9.9-20.6
kwintiel 50.91.61.51.10.80.90.70.70.92.00.0-3.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/10/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Definitie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting komt overeen met de verhouding van het aantal personen dat tot minstens één van drie deelpopulaties behoort ten opzichte van de totale bevolking. Die deelpopulaties zijn de personen met een armoederisico, personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit en personen die leven in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering. De indicator risico op armoede of sociale uitsluiting werd goedgekeurd in het kader van de Europa 2030-strategie.

Deze indicator werd reeds gebruikt in het kader van de Europa 2020-strategie. Echter twee van de drie deelindicatoren hadden toen een andere definitie: ernstige materiële ontbering is nu vervangen door ernstige materiële en sociale ontbering (met een geüpdatet lijst items) en de in acht genomen personen voor het berekenen van de indicator over zeer lage werkintensiteit wijzigde licht.

Hierna wordt de evolutie van beide indicatoren becommentarieerd. Naar de indicator in het kader van de Europa 2020-strategie, met gegevens beschikbaar vanaf 2004, wordt steeds verwezen met de aanduiding '(EU 2020)'. Voor de indicator overeengekomen in het kader van de Europa 2030-strategie zijn data beschikbaar vanaf ten vroegste 2015 en is er geen specifieke aanduiding.

De gegevens over de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens gebruikt voor de berekening van de deelpopulatie van personen met een armoederisico hebben steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Dit is ook het geval voor de tewerkstellingsgegevens gebruikt voor het berekenen van de deelpopulatie van personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. De gegevens gebruikt voor het berekenen van de personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering en ernstige materiële en sociale ontbering hebben betrekking op het ogenblik van enquêtering.

Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren. Eveneens moet worden opgemerkt dat omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de covid-19-pandemie de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen omvat, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven (Statbel, 2022).

Doelstelling: tegen 2030 moet het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zijn, namelijk van 21,1% in 2015 naar 10,6% in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.2: "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen". Vertaald in Belgische context betekent dit dat, tegen 2030, het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zou moeten zijn. Op basis van de EU2020-definitie van deze indicator gaat het over een daling van 21,1% in 2015 naar 10,6% in 2030. Volgens de nieuwe definitie in het kader van de EU2030-strategie gaat het over een daling van 21,6% in 2015 tot 10,8% in 2030.

Merk op dat voor België ook een doelstelling in navolging van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) van toepassing was. De EU beoogde een vermindering van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen. België heeft zich geëngageerd die doelgroep te laten dalen van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een vermindering van 380.000 personen.

De Europese Sociale top in Porto van 7 mei 2021 heeft nieuwe sociale doelstellingen voor 2030 overeengekomen tussen de Europese Raad, de Europese Commissie, het Europees Parlement en de sociale partners. Die doelstellingen werden goedgekeurd door de Europese Raad (Europese Raad, 2021a, 2021b). Een vermindering in de EU tegen 2030 van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting met ten minste 15 miljoen, inclusief 5 miljoen kinderen, werd er voorgesteld. Lidstaten worden uitgenodigd om, rekening houdend met de uitgangspositie van elk land, nationale doelstellingen vast te leggen zodat deze kunnen meegenomen worden in de Europese beleidscyclus van 2022.

Evolutie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) stijgt van 21,6% in 2004 tot 22,6% in 2005. Daarna daalt het tot 20,2% in 2009 en vervolgens stijgt het tot 21,6% in 2012. Dat aandeel daalt in 2013 tot 20,8% en het stijgt tot 21,2% in 2014. Hierna daalt deze indicator tot 20% in 2018. Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, bedroeg het armoederisicopercentage 19,5% in 2019. Sindsdien daalde deze indicator tot 17,6% in 2021.

In 2008 behoorden 2,194 miljoen personen in België tot die groep. In 2018, is dit licht hoger, namelijk 2,247 miljoen personen. Met de nieuwe méthodologie gebruikt vanaf 2019, komt dit cijfer in 2019 overeen met 2,197 miljoen personen. Hoewel rekening moet worden gehouden met het feit dat die enquêtegegevens schattingen zijn kan worden vastgesteld dat sinds de financieel-economische crisis van 2008/2009 die indicator niet is geëvolueerd in de richting van de doelstelling van 1,81 miljoen personen voor het jaar 2018, zoals bepaald in de Europa 2020-strategie. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid stelt in dit verband dat "Het aantal personen dat zich in een situatie van armoede of sociale uitsluiting bevindt (Europa 2020-doelstelling) is quasi stabiel gebleven in vergelijking met het niveau aan het begin van de strategie." (Federal Public Service Social Security, 2019, p. 4 en Federal Public Service Social Security, 2020).

Het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, steeg van 21,6% in 2015 tot 22% in 2017, om daarna te dalen tot 18,8% in 2021.

Internationale vergelijking: tussen 2010 en 2020 is het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) in de EU27 gedaald van 23,9% tot 21,5%. Het gemiddelde voor België in de periode 2010-2020 is 2,7 procentpunt lager dan dat van de EU27. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde. In dat jaar stond de Tsjechische republiek met 11,9% op de eerste plaats en Bulgarije met 32,1% op de laatste.

Op basis van de nieuwe definitie van armoede of sociale uitsluiting blijkt dat deze indicator in de EU27 daalde van 24% in 2015 tot 21,5% in 2020. In die periode is het gemiddelde voor België 1,3 procentpunt lager dan dat van de EU27. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde. In dat jaar stond de Tsjechische republiek met 11,5% op de eerste plaats en Roemenië met 35,8% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) in 2021 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 33,9% in Brussel (BI95% 31,1 – 36,7), 11,2% in Vlaanderen (BI95% 9,9 – 12,5), 23,7% in Wallonië (BI95% 22,1 – 25,3) en 17,6% in België (BI95% 16,6 – 18,6).

Het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting in 2021 is, volgens de nieuwe definitie en met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 35,3% in Brussel (BI95% 32,5 – 38,1), 12,4% in Vlaanderen (BI95% 10,9 – 13,9), 24,9% in Wallonië (BI95% 23,1 – 26,7) en 18,8% in België (BI95% 17,7 – 19,9).

De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: tussen 2004 en 2018 daalde het risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) van vrouwen van 22,9% tot 20,9%. Voor mannen is dit respectievelijk 20,3% en 19%. In 2021 bedroeg, gegeven de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, het aandeel mannen en vrouwen met een risico op armoede of sociale uitsluiting respectievelijk 18,1% en 17,1%. Gemiddeld genomen is het risico op armoede of sociale uitsluiting van vrouwen steeds één procentpunt hoger dan dat van mannen.

Ook in de periode 2015-2021 is het aandeel vrouwen met een risico op armoede of sociale uitsluiting volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, hoger dan dat van mannen. Voor het jaar 2015 zijn de cijfers respectievelijk 22,8% en 20,5%. Dit daalde tot 19,4% en 18,2% in 2021.

Opsplitsing volgens inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe lager het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dit blijkt uit alle beschikbare gegevens. In 2021 bedraagt, gegeven de nieuwe méthodologie gebruikt vanaf 2019, het aandeel van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) 71,4%. Voor het tweede inkomenskwintiel is dit 10,8%. Het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting in het derde, vierde en vijfde inkomenskwintiel is respectievelijk 3,7%, 1,1% en 0,9%.

De cijfers voor het risico op armoede of sociale uitsluiting volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019 bevestigen deze tendens.

Opsplitsing volgens leeftijd: bij 65-plussers daalde het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) van 22% in 2004 tot 16,2% in 2015 om daarna weer te stijgen tot 17,4% in 2018. Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, was dit 16,5% in 2019 en 15,6% in 2021. Voor de personen tussen 50-64 jaar oud geldt een quasi continue daling van 28,6% in 2004 tot 20,2% in 2021.

De evolutie voor personen jonger dan 18 jaar en tussen 18 en 24 jaar is veel stabieler. In 2021 bedraagt hun aandeel respectievelijk 18,9% en 19,3%. Voor de 25-49-jarigen is het aandeel gestegen van 17,6% in 2004 tot 20,5% in 2014. Daarna daalde het tot 15,9% in 2021.

In de periode 2015-2021 daalde het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, voor alle bevolkingscategorieën.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020). Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, bedraagt de indicator 31,8% in 2021 voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, 18,4% voor personen met een diploma hoger secundair onderwijs en 7,9% voor personen met een diploma hoger onderwijs.

De cijfers voor het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, zijn respectievelijk 34,5%, 19,2% en 8,2%.

Opsplitsing volgens activiteitsstatus: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (EU 2020) is in de periode 2004-2021 steeds het hoogst bij werklozen, gevolgd door de categorieën andere inactieven, gepensioneerden en werkenden.

Voor de werklozen daalt de indicator van 60,2% in 2004 tot 53,4% in 2010 en stijgt hij daarna tot 64,4% in 2018. Rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019 bedroeg die waarde 70,4% in 2019 en daalde dit tot 69,6% in 2020 en tot 58,6% in 2021. Voor de andere inactieven wordt een stijging vastgesteld van 41,8% in 2004 tot 47,4% in 2018. Daarna volgt een daling tot 40,8% in 2021. Tussen 2004 en 2018 daalt de indicator voor de gepensioneerden van 22% naar 16,2%. Tussen 2019 en 2021 wijzen de cijfers op een daling van 15,5% tot 15,2%. Voor werkenden, ten slotte, fluctueert de indicator rond 6% in de periode 2004-2018. In 2021 tikte deze indicator af op 5,1%.

Het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting voor het jaar 2021 volgens de nieuwe definitie en rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, voor de categorieën werklozen, andere inactieven, gepensioneerden en werkenden is respectievelijk 64,2%, 43,2%, 15,5% en 5,5%. Deze ordegroottes zijn vergelijkbaar met die volgens de EU2020-definitie.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 1.2.2 – Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities.

Bronnen