Zeer lage werkintensiteit (i03)

In 2024 (tewerkstellingsgegevens van 2023) bedroeg het aandeel van de bevolking onder de 65 jaar dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit 11,4 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is gunstig tussen 2015 en 2024 (evaluatie van november 2025).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Zeer lage werkintensiteit - België en internationale vergelijking

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
België15.013.112.912.411.4-2.4-4.4
EU2710.18.58.08.37.9-0.3-5.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: BE 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit in 2024 bedraagt 10.5% tot 12.3% voor België.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025; Statbel; Eurostat (2025), Persons living in households with very low work intensity by age and sex (population aged 0 to 64 years), ilc_lvhl11n, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 02/10/2025 23:00 (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens gewest - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 2019202020212022202320242024//2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest24.621.423.320.218.820.2-3.9
Vlaams Gewest8.08.17.06.35.77.1-2.4
Waals Gewest17.316.617.418.416.415.9-1.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: Breuk in tijdreeks: 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit in 2024 bedraagt 17.5% tot 22.9% voor Brussel, 5.9% tot 8.3% voor Vlaanderen en 14.2% tot 17.6% voor Wallonië.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025

Zeer lage werkintensiteit volgens geslacht - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
vrouwen16.014.213.312.812.0-2.0-3.9
mannen14.012.012.511.910.8-2.9-5.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens leeftijd - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
<1813.712.210.510.99.1-2.8-3.8
18-2414.113.014.712.513.0-2.4-2.7
25-4912.410.29.89.88.9-1.9-6.3
50-6422.519.820.919.118.1-2.8-4.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; cijfer voor >64 jaar niet beschikbaar omwille van te weinig respondenten in de enquête

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens opleiding - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
hoogstens lager secundair32.929.030.630.729.5-0.7-4.1
hoger secundair14.113.013.513.112.8-1.1-2.7
hoger7.24.75.24.75.20.0-13.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens huishoudentype - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
alleenstaande32.929.931.530.828.6-1.9-3.1
eenoudergezin36.834.527.231.723.7-2.7-2.1
2 volwassenen <6513.612.111.59.48.4-6.1-3.8
2 volw., minstens 1 >6438.932.935.538.236.20.4-5.4
2 volw., 1 kind6.27.910.29.28.5-3.68.4
2 volw., 2 kinderen6.55.53.84.03.90.5-5.4
2 volw., 3+ kinderen10.38.78.94.98.2-1.6-5.5
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens activiteitsstatus - België

procent van 18-64-jarigen

 201520182019202020242024//20192018//2015
werkend0.40.30.40.30.2-12.9-9.1
werkloos62.663.966.163.259.6-2.00.7
andere inactief37.736.536.235.833.9-1.3-1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de COVID-19-pandemie omvat de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Zeer lage werkintensiteit volgens inkomen - België

procent van bevolking onder 65 jaar

 201520182019202020242024//20192018//2015
kwintiel 154.553.551.552.446.3-2.1-0.6
kwintiel 217.212.911.812.812.00.3-9.1
kwintiel 34.82.13.92.62.9-5.8-24.1
kwintiel 41.30.71.51.11.61.3-18.6
kwintiel 50.70.70.60.60.2-19.70.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Definitie: alle personen van een huishouden behoren tot een huishouden met een zeer lage werkintensiteit indien de werkintensiteit van dat huishouden minder is dan 20%. De werkintensiteit van het huishouden wordt bepaald als de verhouding tussen het aantal effectief gewerkte maanden door de gezinsleden op actieve leeftijd tijdens het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar en het totale aantal maanden dat die personen theoretisch zouden kunnen hebben gewerkt tijdens datzelfde jaar.

De gezinsleden op actieve leeftijd worden gedefinieerd als personen van 18 tot en met 64 jaar. Zijn hiervan uitgesloten: studenten (18-24 jaar), personen die zichzelf als gepensioneerd beschouwen of die een pensioen ontvangen (met uitzondering van een overlevingspensioen) en inactieven van 60 tot en met 64 jaar die tot een huishouden behoren waarvan het hoofdinkomen uit pensioenen bestaat.

Personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit, maken deel uit van de doelgroep personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Gezien er een tendens is om tot op hogere leeftijd te werken is de leeftijdsbovengrens van deze indicator verhoogd tot 64 jaar ten opzichte van de grens die gold in het kader van de Europa 2020-strategie, namelijk 59 jaar. Ook werden enkel studenten (tussen 18 en 24 jaar) niet beschouwd als gezinsleden op actieve leeftijd. Volgende huishoudens worden volledig uitgesloten van de indicatorberekening, namelijk huishoudens die alleen bestaan uit kinderen, studenten van onder de 25 jaar en/of mensen van respectievelijk 60 of 65 jaar of ouder (Statbel, 2022b; Eurostat, 2021; European Commission, 2022a).

Naar de indicator in het kader van de Europa 2020-strategie, met gegevens beschikbaar vanaf 2004, wordt dan verwezen met de aanduiding '(EU 2020)'. Voor de indicator gebruikt na de Europa 2020-strategie in het kader van het actieplan voor de Europese pijler voor sociale rechten (European Commission, 2021) is er geen specifieke aanduiding. Hiervoor zijn data beschikbaar vanaf ten vroegste 2015 en de gegevens voor België worden ook gebruikt om de evolutie per regio en voor verschillende bevolkingscategorieën toe te lichten.

Voor deze indicator zijn volgende opsplitsingen beschikbaar: gewest, geslacht, inkomen, leeftijd, opleiding, huishoudentype en activiteitsstatus.

De hier gebruikte gegevens over de werkintensiteit zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De tewerkstellingsgegevens hebben steeds betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar, wat bijvoorbeeld betekent voor het enquêtejaar 2020 dat bij de berekening van deze indicator de tewerkstellingsgegevens van 2019 zijn gebruikt, die niet beïnvloed werden door de covid-19-crisis.

Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De hier gebruikte gegevens komen, tenzij anders vermeld, van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren. Eveneens moet worden opgemerkt dat omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de covid-19-pandemie de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen omvat, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven (Statbel, 2022a).

Doelstelling: het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit maken deel uit van de doelgroep waarvoor in het kader van het actieplan voor de Europese pijler voor sociale rechten een verminderingsdoelstelling is aangenomen, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (Europese Raad, 2021a, 2021b). België engageerde zich in dat kader om het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gebaseerd op de SILC-gegevens van 2019 te verminderen met 279.000 personen (waaronder 93.000 kinderen), tot 1,982 miljoen personen tegen 2030 (European Commission, 2022b; Federal Public Service Social Security, 2023).

Zij maakten ook deel uit– rekening houdend met voornoemde verandering in definitie – van de doelgroep van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zoals omschreven in de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010).

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 1.2.2 – Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities, omdat personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit ook behoren tot de populatie van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, wat de nationaal gangbare multidimensionale armoededefinitie is.

Bronnen