Risico op armoede of sociale uitsluiting

In 2017 leefde 20,3 procent van de bevolking in België in een situatie van risico op armoede of sociale uitsluiting. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 10,6 procent. Volgens de projecties van het Federaal Planbureau wordt dat doel niet bereikt. Het risico op armoede of sociale uitsluiting evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België - trendevaluatie

procent van de bevolking

 200420052010201520162017202020252030
waarnemingen21.622.620.821.120.720.3------
projectie ------------20.420.220.4
doelstelling 203010.610.610.610.610.610.610.610.610.6

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018), berekeningen FPB gebaseerd op Frère (2016), De bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting in België - Projectie tot 2030, Working paper 12-16 en Federaal Planbureau en Hoge Raad van Financiën (2018), Studiecommissie voor de vergrijzing - Jaarlijks verslag - juli 2018.

Risico op armoede of sociale uitsluiting - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
België21.622.620.821.621.120.720.3-0.5-1.2
EU28----23.824.823.823.522.4---2.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2019), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/04/2019).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens geslacht - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
vrouwen22.923.721.722.322.222.021.4-0.5-0.8
mannen20.321.420.020.920.019.419.1-0.5-1.8
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
<1822.723.723.222.823.321.622.0-0.2-0.7
18-6421.221.920.021.321.721.720.7-0.2-0.6
>6422.023.321.021.216.216.417.1-1.9-4.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens opleiding - België

procent van de bevolking van 18 jaar en ouder

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
hoogstens lager secundair onderwijs32.332.132.434.935.434.334.20.4-0.4
hoger secundair onderwijs19.119.417.218.319.819.919.50.21.3
hoger onderwijs10.010.09.011.410.510.19.1-0.7-4.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 26/09/2018).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens huishoudentype - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
alleenstaande34.035.430.630.831.530.930.4-0.9-0.3
eenoudergezin57.851.749.652.448.953.049.7-1.2-1.1
twee volwassenen23.322.320.120.115.617.416.7-2.5-3.6
twee volwassenen met een afhankelijk kind12.713.513.015.812.913.215.11.3-0.9
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen10.711.612.010.112.29.510.90.11.5
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen20.523.420.621.724.122.020.50.0-1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens activiteitsstatus - België

procent van de bevolking van 18 jaar en ouder

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
werkend5.76.36.56.66.16.36.40.9-0.6
niet werkend36.637.933.835.834.633.833.0-0.8-1.6
werkloos60.264.153.457.767.666.265.90.72.7
gepensioneerd22.023.819.719.916.316.416.3-2.3-3.9
andere inactief41.841.041.444.647.447.646.70.90.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2013

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps02, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens inkomen - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
kwintiel 180.482.681.283.382.384.584.80.40.4
kwintiel 216.817.614.916.515.113.211.6-2.8-6.8
kwintiel 37.57.64.45.15.64.03.3-6.1-8.3
kwintiel 42.63.52.22.11.71.21.3-5.2-9.1
kwintiel 50.91.61.51.40.80.60.8-0.9-10.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps03, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting komt overeen met de verhouding van het aantal personen dat tot minstens één van drie deelpopulaties behoort ten opzichte van de totale bevolking. Die deelpopulaties zijn de personen met een armoederisico, personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit en personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering.

De gegevens over de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: tegen 2030 moet het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zijn, namelijk van 21,1% in 2015 naar 10,6% in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.2: "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen". Vertaald in Belgische context betekent dit dat, tegen 2030, het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zou moeten zijn, namelijk van 21,1% in 2015 naar 10,6% in 2030.

Daarnaast is er voor België ook een doelstelling in navolging van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) die in de EU een vermindering beoogt van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen. België heeft zich geëngageerd die doelgroep te laten dalen van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een vermindering van 380.000 personen.

In verband met de opvolging van de Europa 2020-strategie en het bepalen van eventuele verminderingsdoelstellingen op EU-vlak voor 2030 kan worden gemeld dat begin 2019 de EC een reflectiepaper presenteerde met drie scenario's voor een duurzaam Europa tegen 2030 (European commission, 2019). In het eerste scenario zouden op EU-niveau overkoepelende en richtinggevende doelstellingen voor de tenuitvoerlegging van de SDG's worden bepaald, die SDG-strategieën op nationaal niveau ondersteunen. Het tweede scenario gebruikt de SDG's als leidraad voor de ontwikkeling van de groeistrategie voor de periode na de Europa 2020-Strategie. De nadruk ligt op domeinen met de meeste toegevoegde waarde voor de EU: het beleid inzake sociale insluiting en cohesie maakt hier deel van uit. Het derde scenario focust louter op het buitenlands beleid van de EU.

Evolutie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting stijgt van 21,6% in 2004 tot 22,6% in 2005. Daarna daalt het tot 20,2% in 2009 en vervolgens stijgt het tot 21,6% in 2012. Dat aandeel daalt in 2013 tot 20,8% en het stijgt tot 21,2% in 2014. Hierna daalt deze indicator tot 20,3% in 2017. In 2008 behoorden 2,19 miljoen personen in België tot die groep. Het recentste cijfer, voor 2017, is 2,3 miljoen personen. Hoewel rekening moet worden gehouden met het feit dat die enquêtegegevens schattingen zijn, kan worden vastgesteld dat sinds de financieel-economische crisis van 2008/2009 die indicator niet evolueert in de richting van de doelstelling van 1,81 miljoen personen voor het jaar 2018, zoals bepaald in de Europa 2020-strategie. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid stelt in dit verband dat "nu de Europa 2020-strategie haar einde nadert, wordt het duidelijk dat de doelstelling niet zal worden gehaald, noch dat er een significante trend zal zijn in de richting van de doelstelling" (Federal Public Service Social Security, 2018, p. 3).

Internationale vergelijking: tussen 2010 en 2017 is die indicator in de EU28 gedaald van 23,8% in 2010 tot 22,4% in 2017. Het is gemiddeld lager in België dan in de EU28. Het verschil bedraagt 3,1 procentpunt. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2017 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe lager het risico op armoede of sociale uitsluiting. In 2017 had 84,8% van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel een risico op armoede of sociale uitsluiting. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt dat risico sterk. In het hoogste inkomenskwintiel loopt 0,8% van de bevolking een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Opsplitsing volgens leeftijd: in 2004 bedroeg het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting ongeveer 22% voor alle leeftijdsgroepen. Enkel bij de 65-plussers daalde die indicator aanzienlijk tot 17,1% in 2017. Voor de andere leeftijdscategorieën daalde die indicator slechts tot 2009, het begin van de financieel-economische crisis, en daarna steeg hij tot 2017, waar het niveau van 2004 wordt benaderd.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het risico op armoede of sociale uitsluiting. In 2017 bedraagt de indicator 34,2% voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, 19,5% voor personen met een diploma hoger secundair onderwijs en 9,1% voor personen met een diploma hoger onderwijs.

Opsplitsing volgens activiteitsstatus: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting is steeds het hoogst bij werklozen, gevolgd door andere inactieven, niet-werkenden, gepensioneerden en werkenden. Tussen 2004 en 2017 daalt de indicator voor de gepensioneerden en stijgt hij voor de andere inactieven. Voor de werklozen daalt hij van 60,2% in 2004 tot 53,4% in 2010 en stijgt hij tot 65,9% in 2017.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 1.2.2 – Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities.

Bronnen