Werkloosheidsgraad

In 2020 bedroeg de werkloosheidsgraad in België 5,6 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is onbepaald tussen 2000 en 2020 (evaluatie van juni 2021).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Werkloosheidsgraad - België en internationale vergelijking

procent van de beroepsbevolking

 199019952000200520102015201920202020//19902020//2015
België7.39.46.68.58.48.65.45.6-0.9-8.2
EU27------9.710.010.26.87.2---6.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE in 1999, 2001, 2005, 2011, 2017; EU in 2005

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_urgaed, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Werkloosheidsgraad volgens gewest - België

procent van de beroepsbevolking

 19992000200520102015201920202020//19992020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest16.015.016.517.417.512.712.4-1.2-6.7
Vlaams Gewest5.63.75.55.25.23.33.5-2.2-7.6
Waals Gewest12.59.911.911.512.07.27.4-2.5-9.2
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 1999, 2001, 2005, 2011, 2017

Statistics Belgium (2021), Rechtstreekse mededeling 27/07/2021; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfst_r_lfur2gac, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 23/08/2021).

Werkloosheidsgraad volgens geslacht - België

procent van de beroepsbevolking

 199019952000200520102015201920202020//19902020//2015
vrouwen11.512.38.39.58.67.85.05.4-2.5-7.1
mannen4.67.45.37.78.29.25.85.80.8-8.8
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2001, 2005, 2011, 2017

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_urgaed, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Werkloosheidsgraad volgens leeftijd - België

procent van de beroepsbevolking

 199019952000200520102015201920202020//19902020//2015
15-2414.521.515.221.522.422.114.215.30.2-7.1
25-546.58.35.87.47.37.74.85.0-0.9-8.3
55-643.64.03.24.44.65.64.14.20.5-5.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2001, 2005, 2011, 2017; gegevens voor 55-64 jaar voor 2001 et 2003 zijn onzeker

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_urgaed, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Werkloosheidsgraad volgens opleiding - België

procent van de beroepsbevolking

 199219952000200520102015201920202020//19922020//2015
hoogstens lager secundair onderwijs9.513.810.414.115.417.012.212.30.9-6.3
hoger secundair onderwijs6.59.46.88.58.28.75.35.8-0.4-7.8
hoger onderwijs3.04.02.74.44.54.63.23.50.6-5.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1992, 1998, 1999, 2001, 2005, 2008, 2011, 2014, 2017

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_urgaed, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Langdurige werkloosheidsgraad - België

procent van de beroepsbevolking

 19992000200520102015201920202020//19992020//2015
langdurige werkloosheid4.93.84.44.04.42.42.3-3.5-12.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2001, 2017

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), une_ltu_a, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Definitie: de werkloosheidsgraad is de verhouding tussen het aantal werklozen en de beroepsbevolking, uitgedrukt in procent. De hier gebruikte werkloosheidsgegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Die enquêtegegevens steunen op directe interviews om te bepalen of iemand werkloos is. Dat is het geval als de persoon niet werkt, als hij de afgelopen vier weken actief een job heeft gezocht en als hij binnen de twee weken beschikbaar is om eventueel te beginnen werken. De beroepsbevolking omvat iedereen in de leeftijdscategorie vanaf 15 jaar die zich op de arbeidsmarkt aanbiedt, namelijk iedereen met een betaalde baan en iedereen die er geen heeft maar ernaar op zoek is. De hier gepresenteerde werkloosheidsgegevens hebben betrekking op de bevolking vanaf 15 jaar tot en met 64 jaar. Voor de gegevens over langdurige werkloosheid is dit anders: hier geldt de leeftijdscategorie 20-64 jaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: de werkloosheidsgraad moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 8.5: "Tegen 2030 komen tot een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jonge mensen en personen met een handicap, alsook een gelijk loon voor werk van gelijke waarde".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "De arbeidsmarkt zal voor iedereen toegankelijk zijn en de actieve bevolking waardig werk aanbieden" (doelstelling 8), "Het werkgelegenheidsniveau zal zo hoog en stabiel mogelijk zijn en respecteert de principes van waardig werk. Iedereen op arbeidsleeftijd zal de mogelijkheid hebben betaald werk te vinden" (doelstelling 9), "Het werkloosheidsniveau zal beperkt zijn tot de frictiewerkloosheid" (doelstelling 10) en "De arbeidsomstandigheden zullen gedurende de hele loopbaan aangepast worden om ervoor te zorgen dat de levenskwaliteit verbetert en dat men langer kan werken" (doelstelling 11; Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

Evolutie: volgens de EAK volgde de werkloosheidsgraad tussen 1990 en 2020 een cyclisch patroon, met vier perioden van stijgende werkloosheid: 1992-1995, 2001-2005, 2008-2010 en ten slotte van 2011 tot en met 2015. De werkloosheidsgraad was het hoogst in 1994 (9,7%) en het laagst in 2019 (5,4%). De recentste stijgende werkloosheidstrend gaat van 7,2% in 2011 tot 8,6% in 2015. Hierna daalde de werkloosheidsgraad tot 5,4% in 2019. Het daaropvolgende jaar steeg het tot 5,6%. Deze trend wordt ook beïnvloed door de wettelijke veranderingen, onder andere in termen van werkloosheidsuitsluiting.

Internationale vergelijking: sinds 2002 is de werkloosheidgraad in België steeds lager dan die van de EU27, behalve in 2007 toen die voor beiden dezelfde was. De werkloosheidsgraad in de EU27 volgt een ander patroon dan die van België. Tussen 2002 en 2008 daalde de werkloosheidsgraad in de EU27 van 9,7% tot 7,3% terwijl dat die in België in dezelfde periode fluctueerde rond 7,5%. Vanaf 2009 steeg de werkloosheidsgraad in de EU27 sterk tot 11,5% in 2013. Die stijging is veel minder uitgesproken in België. Tussen 2013 en 2019 daalde de werkloosheidsgraad in de EU27 tot 6,8%, terwijl de Belgische werkloosheidsgraad pas daalde vanaf 2015. In 2020 steeg de werkloosheidsgraad in de EU27 licht tot 7,2%. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens gewest: de werkloosheidgraad in 2020 is 12,4% in Brussel (BI95% 11,4 – 13,5), 3,5% in Vlaanderen (BI95% 3,3 – 3,8), 7,4% in Wallonië (BI95% 6,8 – 8) en 5,6% in België (BI95% 5,4 – 5,9). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: tussen 1990 en 2011 convergeerde de werkloosheidsgraad van mannen en vrouwen naar 7,2%, daar waar dit in 1990 respectievelijk 4,6% en 11,5% bedroeg. Sindsdien is het verschil tussen mannen en vrouwen beperkt en is de werkloosheidsgraad van mannen steeds hoger dan dat van vrouwen. In de periode voor 2011 was dit omgekeerd. In 2020 bedroeg de werkloosheidsgraad voor mannen 5,8%, voor vrouwen 5,4%.

Opsplitsing volgens leeftijd: in de periode 1990-2020 is de werkloosheidsgraad van jongeren steeds het hoogst namelijk gemiddeld 18,9%. Die van de 25-54-jarigen en van de 55-64-jarigen bedraagt in die periode gemiddeld 6,5% en 4,3%.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager de werkloosheidsgraad. In de periode 1992-2019 schommelde de werkloosheidsgraad van personen met een diploma hoger onderwijs gemiddeld rond 3,9%. Die van personen met een diploma hoger secundair onderwijs en van personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs bedroeg in die periode gemiddeld respectievelijk 7,7% en 13,5%.

Opsplitsing volgens werkloosheidsduur: de langdurige werkloosheidsgraad, het aandeel werklozen die minstens een jaar werkloos zijn in de leeftijdscategorie 20-64 jaar, volgt een cyclisch patroon tussen 1999 en 2020, binnen ongeveer dezelfde bandbreedte. Er zijn drie perioden waarin de langdurige werkloosheidsgraad steeg: 2001-2005, 2008-2010 en 2012-2015. Tijdens die laatste periode steeg de langdurige werkloosheidsgraad van 3,4% tot 4,4%. In 2020 is de langdurige werkloosheidsgraad gedaald tot 2,3%.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 8.5.2 - Werkloosheidsgraad, naar geslacht, leeftijd en handicap.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen