Zelfdoding (i19)

  •  17/10/2022
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2019 bedroeg de sterftegraad door zelfdoding in België 15,2 per 100.000 inwoners. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is gunstig tussen 2000 en 2018 (evaluatie van november 2021).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Sterftegraad door zelfdoding - België en internationale vergelijking

per 100.000 inwoners

 2000200220052010201420152017201820192019//20002019//20142017//2002
België21.620.719.718.717.116.815.515.815.2-1.8-2.3-1.9
EU27--13.713.012.512.011.610.7---------1.6
//: Gemiddelde groeivoeten

De gegevens voor België zijn leeftijdgestandaardiseerd.

Sciensano (2022), rechtstreekse mededeling, 13/06/2022 en Statbel; Eurostat (2022), Causes of death: code hlth_cd_acdr (intentional self harm) tot 2010 en hlth_cd_acdr2 (intentional self harm) vanaf 2011, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 13/06/2022).

Sterftegraad door zelfdoding volgens gewest - België

per 100.000 inwoners

 20002005201020142015201820192019//20002019//2014
Brussels Hoofdstedelijk Gewest20.117.313.412.310.310.712.2-2.6-0.2
Vlaams Gewest20.218.617.216.316.214.914.3-1.8-2.6
Waals Gewest24.322.623.320.519.919.518.0-1.6-2.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Leeftijdgestandaardiseerd

Sciensano (2021), rechtstreekse mededeling, 17/11/2021.

Sterftegraad door zelfdoding volgens geslacht - België

per 100.000 inwoners

 20002005201020142015201820192019//20002019//2014
vrouwen12.110.410.39.89.78.87.9-2.2-4.2
mannen32.930.528.325.524.623.623.1-1.8-2.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Leeftijdgestandaardiseerd

Sciensano (2021), rechtstreekse mededeling, 17/11/2021.

Definitie: de bruto sterftegraad door zelfdoding is het aantal sterfgevallen door zelfdoding per 100.000 inwoners.

De Waalse (voor Wallonië) en Vlaamse overheden (voor Vlaanderen en Brussel) gebruiken de 10de International Classification of Diseases van de Wereldgezondheidsorganisatie (ICD-10) om een oorzaak toe te kennen aan sterfgevallen op basis van de gegevens op de overlijdensakte die een arts en het gemeentebestuur invullen. Zo wordt zelfdoding geclassificeerd als een dood door opzettelijk zelf toegebracht letsel (codes X60 tot X84), bijvoorbeeld zelfvergiftiging door koolmonoxide of andere gassen en dampen en blootstelling aan deze producten (X67) of opzettelijk door een handwapen zelf toegebracht letsel (X72). Sinds 2010 koppelt Statistics Belgium die doodsoorzaak aan de bevolkingsregisters van België om sterfgevallen van niet-ingezetenen in België uit te sluiten en om sterfgevallen van ingezetenen in het buitenland op te nemen.

De in de noemer van de indicator vermelde bevolking omvat ingezetenen, namelijk personen die zijn ingeschreven in het nationale bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister en in het register van de Ambtenaar van de Europese Unie.

De gegevens voor de sterftegraad door zelfdoding in België komen van Sciensano en zijn leeftijdgestandaardiseerd. Het is een gewogen gemiddelde van de sterftecijfers volgens leeftijd, waardoor vergelijkingen van sterftecijfers in de tijd en tussen subpopulaties mogelijk zijn. Deze aanpassing wordt uitgevoerd door Sciensano volgens de Europese standaardpopulatie.

De gegevens voor de EU27 komen van Eurostat en gebruiken de bruto zelfdodingsgraad. De leeftijdgestandaardiseerde sterftegraad door zelfdoding van Sciensano en de door Eurostat gepubliceerde bruto zelfdodingsgraad voor België tonen kleine verschillen, maar de algemene trend blijft dezelfde. De Sciensano-gegevens maken het mogelijk om langere tijdreeksen op te stellen en werden daarom gebruikt voor België.

Vergelijkingen van zelfdodingsgegevens kunnen ernstig worden belemmerd door stigmatisering, maatschappelijke en juridische overwegingen bij de rapportage en door de tijd nodig om de doodsoorzaak vast te stellen en gegevens hierover te verwerken. Het is bovendien aannemelijk dat zelfdodingsstatistieken het fenomeen onderschatten, eenvoudigweg omdat de intentie van een gebeurtenis die leidt tot een overlijden niet altijd kan worden bepaald. Voor Belgische ingezetenen die in het buitenland overlijden, blijft de doodsoorzaak onbekend, aangezien er voor hen geen overlijdensakte beschikbaar is.

Doelstelling: de leeftijdgestandaardiseerde sterftegraad door zelfdoding moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 3.4: "Tegen 2030 de voortijdige sterfte gelinkt aan niet-overdraagbare ziekten met een derde inperken via preventie en behandeling, en mentale gezondheid en welzijn bevorderen". In lijn met het tweede deel van die doelstelling moet de sterftegraad door zelfdoding in België dalen.

Evolutie: in 2000 bedroeg de sterftegraad door zelfdoding in België 21,6 per 100.000 inwoners. Het daalde tot 17,8 in 2007, steeg tot 18,6 in 2012 en viel uiteindelijk terug tot 16,8 in 2015. In 2019 is dit cijfer 15,2.

Internationale vergelijking: rekening houdend met de bovengenoemde methodologische overwegingen is de brutosterftegraad door zelfdoding in de EU27 gedaald van 13,7 in 2002 tot 10,7 in 2017. De brutosterftegraad voor België bedraagt 15,5 in 2017. Wanneer 26 lidstaten van de EU in 2019 in drie groepen worden verdeeld, behoort België met 15,1 tot de groep met de slechtste prestaties. Dat jaar hebben Malta met 4,2 en Litouwen met 23,4 respectievelijk de laagste en de hoogste score.

Opsplitsing volgens gewest: de sterftegraad door zelfdoding in 2019 bedraagt 12,2 in Brussel, 14,3 in Vlaanderen en 18 in Wallonië. Voor België is dit cijfer 15,2.

Opsplitsing volgens geslacht: de sterftegraad door zelfdoding is tussen 2000 en 2018 ongeveer 2,8 keer zo groot voor mannen als voor vrouwen. Bij de mannen is de sterftegraad gedaald van 32,9 in 2000 tot 23,1 in 2019. Voor vrouwen was deze sterftegraad respectievelijk 12,1 en 7,9.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 3.4.2 - Sterftecijfer door zelfdoding. De in België vastgestelde sterftegraad door zelfdoding is leeftijdgestandaardiseerd, terwijl de door de VN voorgestelde indicator op bruto cijfers steunt. In België is het verschil tussen de twee zeer klein.

Bronnen