Ernstige materiële ontbering

In 2020 leefde 3,9 procent van de Belgische bevolking in een situatie van ernstige materiële ontbering. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Ernstige materiële ontbering - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//20152019//2010
België4.76.55.95.84.43.9-1.2-7.6-3.2
EU27----8.98.45.6-------5.0
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; gegevensverzameling BE 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens gewest - België

procent van de bevolking

 20112015201920202020//20112020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest16.113.610.68.8-6.5-8.3
Vlaams Gewest2.93.11.91.5-7.1-13.5
Waals Gewest7.48.16.76.8-0.9-3.4
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium (2012), SILC Quality Reports 2011, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting/plus (geraadpleegd op 14/10/2019) en Statistics Belgium (2021), rechtstreekse mededeling, 21/06/2021.

Ernstige materiële ontbering volgens geslacht - België

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
vrouwen4.96.56.06.14.53.8-1.6-9.0
mannen4.66.55.75.54.24.0-0.9-6.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
<185.78.57.77.95.44.6-1.3-10.3
18-645.16.56.06.14.84.4-0.9-6.3
>641.93.62.82.11.61.5-1.5-6.5
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens opleiding - België

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
hoogstens lager secundair onderwijs7.27.59.19.86.87.40.2-5.5
hoger secundair onderwijs3.65.34.85.14.74.10.8-4.3
hoger onderwijs1.92.01.72.01.41.1-3.4-11.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens huishoudentype - België

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
alleenstaande10.911.911.09.07.17.6-2.2-3.3
eenoudergezin16.220.318.116.911.911.7-2.0-7.1
twee volwassenen2.83.92.92.32.31.7-3.1-5.9
twee volwassenen met een afhankelijk kind2.72.54.13.53.94.22.83.7
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen2.33.01.63.92.21.2-4.0-21.0
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen4.58.97.86.55.02.6-3.4-16.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens activiteitsstatus - België

procent van de bevolking van 18 jaar en ouder

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
werkend2.02.82.32.11.81.5-1.8-6.5
niet werkend6.99.08.38.26.46.2-0.7-5.4
werkloos15.318.316.122.819.219.31.5-3.3
gepensioneerd2.43.83.01.91.71.5-2.9-4.6
andere inactief7.810.211.011.610.010.21.7-2.5
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2013, 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Ernstige materiële ontbering volgens inkomen - België

procent van de bevolking

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
kwintiel 115.321.320.321.815.814.5-0.3-7.8
kwintiel 25.36.56.55.53.74.0-1.7-6.2
kwintiel 32.23.11.81.21.40.7-6.9-10.2
kwintiel 40.71.40.40.50.60.4-3.4-4.4
kwintiel 50.20.30.30.00.10.1-4.2--
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Definitie: ernstige materiële ontbering betekent dat een persoon zich de gangbare levensstandaard niet kan veroorloven gegeven de beschikbare financiële middelen. Materiële ontbering wordt gemeten aan de hand van een lijst van negen items die symbool staan voor de gemiddelde levensstandaard in onze maatschappij: onverwachte kosten niet kunnen opvangen, niet om de andere dag een maaltijd met proteïnen kunnen eten, zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen), zich niet één keer per jaar één week vakantie weg van thuis kunnen veroorloven, geen auto hebben (indien de persoon dat wenst), geen televisie hebben (indien de persoon dat wenst), geen telefoon hebben (indien de persoon dat wenst), geen wasmachine hebben (indien de persoon dat wenst) en ten slotte achterstallen hebben voor het aflossen van hypotheeklening, huur of facturen voor de diensten van openbaar nut.

Een persoon bevindt zich in een situatie van ernstige materiële ontbering indien zijn huishouden geconfronteerd wordt met minstens vier van de negen voorgaande items. Personen die leven in een huishouden in een situatie van ernstige materiële ontbering, maken deel uit van de doelgroep personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Op 15 maart 2017 heeft de EU de indicator materiële en sociale ontbering goedgekeurd. Die nieuwe indicator zal op termijn de indicator over materiële ontbering vervangen en gebruikt een geactualiseerde lijst van items om de levensstandaard van de maatschappij te meten. Die geactualiseerde lijst bestaat uit dertien materiële bezittingen of (sociale) handelingen die een persoon zich niet kan veroorloven. Een persoon bevindt zich in een situatie van materiële en sociale ontbering indien hij geconfronteerd wordt met minstens vijf van die dertien items (Federal Public Service Social Security, 2018; Statistics Belgium, 2020).

De hier gebruikte gegevens over materiële ontbering zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Personen die deelnemen aan deze enquête kunnen melden of zij op het ogenblik van enquêtering al dan niet geconfronteerd worden met die problemen. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

In 2005 was er een methodologische verandering in de SILC-enquête over het item "zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen)". Ook veranderde in 2008 de plaats van datzelfde item in de vragenlijst. Om die redenen lijkt het aangewezen de evolutie van die indicator vooral vanaf 2008 te beschouwen en niet vroeger.

Daarnaast zijn de gegevens voor 2019 en 2020 moeilijk met elkaar te vergelijken en zijn ze niet vergelijkbaar met de gegevens tot en met 2018. Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 verstoorde de covid-19-pandemie de gegevensverzameling. Gedetailleerde informatie hierover is beschikbaar op de website van Statistics Belgium (Statbel, 2021).

Doelstelling: het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering moeten dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een huishouden in een situatie van ernstige materiële ontbering, maken deel uit van de doelgroep waarvoor de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) een verminderingsdoelstelling heeft bepaald, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Evolutie: het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering schommelt in de beschouwde periode rond 5,5%. Tussen 2008 en 2012 steeg de indicator van 5,6% naar 6,3%. Daarna daalde deze indicator tot 5% in 2018. In 2019 en 2020 tikte deze indicator, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, af op respectievelijk 4,4% en 3,9%.

Internationale vergelijking: tussen 2010 en 2012 steeg die indicator in de EU27 van 8,9% tot 10,2%, waarna die daalde tot 5,6% in 2019. Het gemiddelde voor België in die periode is 2,7 procentpunt lager dan dat van de EU27. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering in 2020 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 8,8% in Brussel (BI95% 7,4 – 10,2), 1,5% in Vlaanderen (BI95% 1,9 – 2,1), 6,8% in Wallonië (BI95% 5,2 – 8,4) en 3,9% in België (BI95% 3,3 – 4,5). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: in de beschouwde periode zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen vrij beperkt en hun respectievelijke aandelen volgen het algemeen gemiddelde. In 2008 leefde 6% van de vrouwen in een huishouden met ernstige materiële ontbering. Voor mannen was dit 5,2%. In 2018 bedroegen die cijfers respectievelijk 5,6% en 4,6%. In 2019 leefde, gegeven de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 4,5% van de vrouwen en 4,2% van de mannen in een huishouden met ernstige materiële ontbering. In 2020 bedroegen die cijfers 3,8% en 4%.

Opsplitsing volgens inkomen: in 2020 bedroeg, gegeven de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2020, het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering van het laagste tot het hoogste kwintiel respectievelijk 14,5%, 4%, 0,7%, 0,4% en 0,1%. Met andere woorden, de cijfers geven aan dat hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering. Ook voor de voorgaande jaren blijkt dit.

Opsplitsing volgens leeftijd: het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering is in de beschouwde periode, met uitzondering van 2013, steeds lager naarmate dat de leeftijd van de betrokkene steeg. In 2020 bedroeg, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, dat aandeel 1,5% bij de 65-plussers, tegenover 4,4% voor de bevolking tussen 18 en 64 jaar en 4,6% voor de jongeren onder 18 jaar. In 2008 bedroegen deze aandelen respectievelijk 3,2%, 5,7% en 7,3%.

Opsplitsing volgens opleiding: het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering is in de beschouwde periode steeds lager naarmate het opleidingsniveau van de betrokkene toeneemt. Tussen 2008 en 2018 wordt een stijgende trend vastgesteld voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs van 7,1% tot 9,1%. In 2018 is het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering met een diploma hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs respectievelijk 4,3% en 1,3%. In 2008 bedroegen die aandelen 4,9% en 2%.

In 2020 bedroeg, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, dat aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering van het laagste tot het hoogste opleidingsniveau respectievelijk 7,4%, 4,1% en 1,1%.

Opsplitsing volgens huishoudentype: het aandeel personen dat leeft in een situatie van ernstige materiële ontbering is steeds het hoogst voor eenoudergezinnen en daarna voor alleenstaanden. In 2020 bedroegen, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, die aandelen respectievelijk 11,7% en 7,6%. De materiële ontbering bij grotere huishoudens is aanzienlijk lager dan bij alleenstaanden.

Opsplitsing volgens activiteitsstatus: het aandeel personen dat leeft in een situatie van ernstige materiële ontbering is steeds hoger bij werklozen, andere inactieven en niet-werkenden. In 2020, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, bedroeg dit aandeel respectievelijk 19,3%, 10,2% en 6,2%. In datzelfde jaar tikte die indicator bij werkenden en gepensioneerden af op 1,5%.

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 1.2.2 - Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities, omdat personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering ook behoren tot de populatie van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, wat de nationaal gangbare multidimensionale armoededefinitie is.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen