Ernstige materiële en sociale ontbering (i03)

  •  17/10/2022
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2021 leefde 6,3 procent van de Belgische bevolking in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering. De trendevaluatie gebruikt ernstige materiële ontbering (EU2020) als indicator. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moeten dit cijfer dalen. Die trend is onbepaald tussen 2008 en 2019 (evaluatie van november 2021; zonder rekening te houden met 2020, omdat de covid-19-pandemie een impact had op de gegevensverzameling).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Ernstige materiële en sociale ontbering en ernstige materiële ontbering (EU2020) - België en internationale vergelijking

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//20132018//2010
België--------7.26.56.36.76.3-2.2------
EU27--------9.77.16.76.8----------
België (EU2020)4.76.55.95.15.85.04.43.93.6-7.60.4-0.4-2.0
EU27 (EU2020)----8.99.88.46.15.55.9-------9.0-4.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdsd11 en ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering en ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens gewest - België

procent van bevolking

 20112013201520182019202020212021//20192018//2011
Brussels Hoofdstedelijk Gewest--------13.713.511.5-8.4--
Vlaams Gewest--------3.63.94.410.6--
Waals Gewest--------8.69.58.0-3.6--
Brussels Hoofdstedelijk Gewest (EU2020)16.114.913.610.110.68.88.1-12.6-6.4
Vlaams Gewest (EU2020)2.92.73.12.11.91.51.6-8.2-4.5
Waals Gewest (EU2020)7.46.38.18.66.76.85.8-7.02.2
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel (2012), SILC Quality Reports 2011, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting/plus (geraadpleegd op 14/10/2019) en Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 01/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering en ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens geslacht - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
vrouwen--------7.77.06.46.96.4-3.0----
mannen--------6.75.96.26.56.2-1.3----
vrouwen (EU2020)4.96.56.04.76.15.44.53.83.5-8.80.72.8
mannen (EU2020)4.66.55.75.55.54.64.24.03.8-6.00.0-3.5
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdsd11 en ilc_mddd11,, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
<18--------9.99.28.48.18.6-2.3----
18-24--------6.14.44.95.84.7-4.3----
25-49--------7.66.76.37.06.6-2.3----
50-64--------7.17.07.27.56.8-0.7----
>64--------3.93.03.14.03.0-4.3----
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC),TEPSR_LM420, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 30/09/2022.

Ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20152018//20042018//2013
<185.78.57.75.57.96.95.44.64.4-9.31.44.6
18-246.57.07.17.37.45.35.35.23.8-10.5-1.4-6.2
25-495.37.16.56.46.45.95.05.04.2-6.80.8-1.6
50-644.15.14.74.15.04.44.74.13.9-4.10.51.4
>645.37.06.45.76.55.71.61.51.4-22.60.50.0
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 30/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering en ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens opleiding - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
hoogstens lager secundair------------10.612.511.12.3----
hoger secundair------------6.16.96.42.4----
hoger------------1.71.71.82.9----
hoogstens lager secundair (EU2020)7.27.59.18.69.89.16.87.46.7-0.71.71.1
hoger secundair (EU2020)3.65.34.84.15.14.34.74.14.1-6.61.31.0
hoger (EU2020)1.92.01.72.62.01.31.41.11.3-3.6-2.7-12.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2022), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdsd03 en ilc_mddd14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022).

Ernstige materiële en sociale ontbering volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
alleenstaande------------11.111.69.6-7.0----
2 volwassenen <65 ------------4.24.93.4-10.0----
2 volw., min. één 65+------------2.02.12.511.8----
eenoudergezin------------17.219.316.9-0.9----
2 volw. met kind(eren)------------5.05.25.65.8----
andere------------4.44.74.2-2.3----
//: Gemiddelde groeivoeten

covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
alleenstaande10.911.911.011.69.09.47.17.67.20.7-1.1-4.1
eenoudergezin16.220.318.116.116.916.111.911.711.2-3.00.00.0
2 volwassenen2.83.92.92.92.32.12.31.71.5-19.2-2.0-6.3
2 volw., 1 kind2.72.54.12.93.52.63.94.24.12.5-0.3-2.2
2 volw., 2 kinderen2.33.01.61.43.93.32.21.20.9-36.02.618.7
2 volw., 3+ kinderen4.58.97.84.86.55.55.02.63.7-14.01.42.8
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 01/10/2021), Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering en ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens activiteitsstatus - België

procent van 18-jarigen en ouder

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
werkend------------2.22.62.32.2----
werkloos------------25.430.121.1-8.9----
gepensioneerd------------3.23.82.8-6.5----
andere inactief------------13.414.414.12.6----
werkend (EU2020)2.02.82.32.12.11.71.81.51.5-8.7-1.2-4.1
werkloos (EU2020)15.318.316.123.222.817.419.119.412.3-19.80.9-5.6
gepensioneerd (EU2020)2.43.83.02.21.91.71.71.51.5-6.1-2.4-5.0
andere inactief (EU2020)7.810.211.010.811.612.89.49.59.1-1.63.63.5
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020. Omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de COVID-19-pandemie omvat de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven.

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 01/10/2021), Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële en sociale ontbering volgens inkomen - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
kwintiel 1------------23.123.521.8-2.9----
kwintiel 2------------5.17.06.412.0----
kwintiel 3------------2.51.82.1-8.3----
kwintiel 4------------0.61.10.922.5----
kwintiel 5------------0.00.10.2------
//: Gemiddelde groeivoeten

covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 15/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Ernstige materiële ontbering (EU2020) volgens inkomen - België

procent van bevolking

 2004200520102013201520182019202020212021//20192018//20042018//2013
kwintiel 115.321.320.318.621.820.216.014.513.6-7.82.01.7
kwintiel 25.36.56.55.05.53.73.74.02.9-11.5-2.5-5.8
kwintiel 32.23.11.81.61.20.91.40.71.3-3.6-6.2-10.9
kwintiel 40.71.40.40.40.50.20.60.40.3-29.3-8.6-12.9
kwintiel 50.20.30.30.00.00.00.10.10.10.0----
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 01/10/2021), Statbel (2022), Risico op armoede of sociale uitsluiting - cijfers, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 09/06/2022); Statbel (2022), rechtstreekse mededeling, 20/09/2022.

Definitie: een persoon is ernstig materieel en sociaal gedepriveerd indien zij of hij 7 van 13 materiële bezittingen of sociale handelingen om financiële redenen niet kan veroorloven. Die materiële bezittingen of sociale handelingen zijn tijdig betalingen kunnen doen, een week vakantie per jaar nemen buitenshuis, minstens om de twee dagen vlees, kip of vis eten, een onverwachte uitgave doen, zich een eigen wagen veroorloven, de woning degelijk verwarmen, beschadigde of versleten meubels vervangen, versleten kledij vervangen door nieuwe kledij, twee paar schoenen in goede staat (waarvan één paar gesloten schoenen), thuis toegang tot internet hebben, minstens éénmaal per maand met vrienden of familie afspreken om iets te eten of te drinken, regelmatig deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten zoals sport, film, concerten, enz. en ten slotte wekelijks een bedrag uitgeven voor persoonlijke behoeften (Federal Public Service Social Security, 2018; Statbel, 2021b; European Commission, 2022).

Personen die leven in een huishouden in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering, maken deel uit van de doelgroep personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, zoals omschreven in het kader van de Europa 2030-strategie. De indicator vervangt de indicator 'ernstige materiële ontbering' goedgekeurd in het kader van de Europa 2020-strategie. De lijst materiële bezittingen of sociale handelingen van de indicator ‘materiële en sociale deprivatie’ is geactualiseerd ten opzichte van zijn voorganger. Een persoon bevindt zich in een situatie van ernstige materiële ontbering indien zijn huishouden geconfronteerd wordt met minstens vier van de negen volgende items: onverwachte kosten niet kunnen opvangen, niet om de andere dag een maaltijd met proteïnen kunnen eten, zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen), zich niet één keer per jaar één week vakantie weg van thuis kunnen veroorloven, geen auto hebben (indien de persoon dat wenst), geen televisie hebben (indien de persoon dat wenst), geen telefoon hebben (indien de persoon dat wenst), geen wasmachine hebben (indien de persoon dat wenst) en ten slotte achterstallen hebben voor het aflossen van hypotheeklening, huur of facturen voor de diensten van openbaar nut.

Hierna wordt de evolutie van beide indicatoren becommentarieerd. Naar de indicator in het kader van de Europa 2020-strategie, met gegevens beschikbaar vanaf 2004, wordt steeds verwezen met de aanduiding '‘(EU 2020)’'. Voor de indicator overeengekomen in het kader van de Europa 2030-strategie zijn data beschikbaar vanaf ten vroegste 2015 en is er geen specifieke aanduiding.

De hier gebruikte gegevens over materiële ontbering zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Personen die deelnemen aan deze enquête kunnen melden of zij op het ogenblik van enquêtering al dan niet geconfronteerd worden met voornoemde problemen. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

In 2005 was er een methodologische verandering in de SILC-enquête over het item "zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen)". Ook veranderde in 2008 de plaats van datzelfde item in de vragenlijst. Om die redenen lijkt het aangewezen de evolutie van die indicator vooral vanaf 2008 te beschouwen en niet vroeger.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021a). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren. Eveneens moet worden opgemerkt dat omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de covid-19-pandemie de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen omvat, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven (Statbel, 2022).

Doelstelling: het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering moeten dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering maken deel uit van de doelgroep van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting waarvoor in het kader van de Europa 2030-strategie een verminderingsdoelstelling werd aangenomen (Europese Raad, 2021a, 2021b). Zijn voorganger 'ernstige materiële ontbering' maakte deel uit van de doelgroep van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zoals omschreven in de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010).

Evolutie: het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering (EU 2020) daalde in de periode 2015-2021 van 5,8% tot 3,6%, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019. Daarvoor schommelde deze indicator rond 6%.

In de periode 2015-2021 daalde, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, het aandeel personen in ernstige materiële en sociale ontbering van 7,2% tot 6,3%.

Internationale vergelijking: tussen 2010 en 2012 steeg het aandeel personen in ernstige materiële ontbering (EU 2020) in de EU27 van 8,9% tot 10,2%, waarna die daalde tot 5,9% in 2020. In een verdeling van lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde. In dat jaar stond Luxemburg met 1,7% op de eerste plaats en Bulgarije met 19,4% op de laatste.

In de EU27 daalde het aandeel personen in ernstige materiële en sociale ontbering van 9,7% in 2015 tot 6,8% in 2020. In een verdeling van lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de slechtst presterende groep. In dat jaar stond Luxemburg met 1,7% op de eerste plaats en Roemenië met 25,3% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering (EU 2020) in 2021 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 8,1% in Brussel (BI95% 6,7– 9,5), 1,6% in Vlaanderen (BI95% 1,1 – 2,1), 5,8% in Wallonië (BI95% 4,5 – 7,1) en 3,6% in België (BI95% 3,1 – 4,1).

Het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële en sociale ontbering in 2021 is, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 11,5% in Brussel (BI95% 9 – 14), 4,4% in Vlaanderen (BI95% 3,1 – 5,7), 8% in Wallonië (BI95% 6,4 – 9,6) en 6,3% in België (BI95% 5,3 – 7,3).

De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: tussen 2008 en 2021 zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen inzake ernstige materiële ontbering (EU 2020) vrij beperkt en hun respectievelijke aandelen volgen het algemeen gemiddelde. In 2008 leefde 6% van de vrouwen in een huishouden met ernstige materiële ontbering. Voor mannen was dit 5,2%. In 2018 bedroegen die cijfers respectievelijk 5,6% en 4,6% en in 2021 was dit 3,5% en 3,8%.

In de periode 2015-2021 rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, daalde het aandeel vrouwen in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering van 7,7% tot 6,4%. Het percentage voor mannen is lager en daalde in die periode van 6,7% tot 6,2%.

Opsplitsing volgens inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering (EU 2020) is. Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, leefde 13,6% van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel in die situatie in 2021. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt dat aandeel sterk en het bereikt 0,1% in het hoogste inkomenskwintiel.

De gegevens over ernstige materiële en sociale ontbering voor de periode 2019-2021 bevestigen dit patroon. Voor het laagste inkomenskwintiel bedraagt deze indicator 21,8% in 2021 en het daalt snel tot praktisch 0 voor het hoogste inkomenskwintiel.

Opsplitsing volgens leeftijd: het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering (EU 2020) was tussen 2008-2021 praktisch steeds lager naarmate de leeftijd van de betrokkene steeg. In 2021 bedroeg, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, dit aandeel 1,4% bij 65-plussers tegenover 4,4% voor personen jonger dan 18 jaar.

In de periode 2015-2021, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, daalde het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering in alle leeftijdscategorieën. Het aandeel personen jonger dan 18 jaar is in die periode steeds het hoogste. In 2021 was dit 8,6%. En het aandeel van ouderen (65-plussers) in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering is steeds het laagste (3% in 2021).

Opsplitsing volgens opleiding: het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering (EU 2020) is steeds lager naarmate het opleidingsniveau van de betrokkene toeneemt. Tussen 2008 en 2018 wordt een stijgende trend vastgesteld voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs van 7,1% tot 9,1%. In 2018 is het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering met een diploma hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs respectievelijk 4,3% en 1,3%. In 2008 bedroegen die aandelen 4,9% en 2%. In 2021 bedroeg, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering van het laagste tot het hoogste opleidingsniveau respectievelijk 6,7%, 4,1% en 1,3%

Voorgaande vaststelling geldt ook voor de periode 2019-2021 op basis van de indicator over ernstige materiële en sociale ontbering. Rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, bedraagt het aandeel personen in een situatie ernstige materiële en sociale ontbering met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs 11,1% in 2021. Voor de personen met een diploma hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs bedraagt die indicator in 2021 respectievelijk 6,4% en 1,8%.

Opsplitsing volgens huishoudentype: in de periode 2008-2021 is het aandeel personen dat leeft in een situatie van ernstige materiële ontbering (EU 2020) steeds het hoogst voor eenoudergezinnen en daarna voor alleenstaanden. In 2021 bedroegen, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, die aandelen respectievelijk 11,2 en 7,2%. De materiële ontbering bij grotere huishoudens is aanzienlijk lager dan bij alleenstaanden.

De gegevens beschikbaar voor de periode 2019-2021 geven aan dat het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering steeds het hoogst is voor alleenstaanden en eenoudergezinnen, respectievelijk 16,9% en 9,6% in 2021. Voor volwassenen (al dan niet met kinderen) schommelt dit tussen 2,5% en 5,6%.

Opsplitsing volgens activiteitsstatus: in de periode 2008-2021 is het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering (EU 2020) steeds het hoogst voor werklozen. In 2021, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, bedroeg dit aandeel voor werklozen en andere inactieven respectievelijk 12,3% en 9,1%. In datzelfde jaar tikte die indicator bij werkenden en gepensioneerden af op 1,5%.

De gegevens voor de jaren 2019-2021 over het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële en sociale ontbering geven gelijklopende resultaten. Voor 2021 was dit aandeel voor werklozen, rekening houdend met de gewijzigde methodologie gebruikt vanaf 2019, 21,1%. Daarna volgen andere inactieven (14,1% in 2021) en vervolgens werkenden en gepensioneerden (beiden rond 2,5% in 2021).

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 1.2.2 - Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities, omdat personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering ook behoren tot de populatie van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, wat de nationaal gangbare multidimensionale armoededefinitie is.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Indicatoren van duurzame ontwikkeling, te berekenen.

Bronnen