Vertrouwen in instellingen

In 2018 had 37 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder in België vertrouwen in het rechtssysteem, het parlement, de politieke partijen en de politici. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen. De trend is onbepaald tussen 2004 en 2018 (evaluatie van juni 2021).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Vertrouwen in instellingen - België en internationale vergelijking

antwoord van minstens 6 op 10 op de vraag

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 2004201020122014201620182018//20042018//2012
België33.830.036.835.436.337.00.60.1
Duitsland26.226.834.135.539.637.22.61.5
Frankrijk22.521.925.122.022.225.30.80.1
Nederland44.356.354.750.557.262.02.42.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2020), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 29/09/2020).

Vertrouwen in instellingen volgens geslacht - België

antwoord van minstens 6 op 10 op de vraag

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 2004201020122014201620182018//20042018//2012
vrouwen30.627.635.033.834.936.11.20.5
mannen37.332.538.837.137.737.90.1-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2020), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 29/09/2020).

Vertrouwen in instellingen volgens inkomen - België

antwoord van minstens 6 op 10 op de vraag

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 201020122014201620182018//2012
kwintiel 123.128.930.628.731.51.5
kwintiel 222.331.332.732.330.3-0.5
kwintiel 330.436.331.534.932.6-1.8
kwintiel 434.441.933.838.640.9-0.4
kwintiel 537.745.742.642.648.61.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2020), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 29/09/2020).

Definitie: het vertrouwen in instellingen is het gemiddelde aandeel respondenten van de European Social Survey (ESS) dat minstens een score van 6 op 10 geeft op elk van de volgende vier vragen: "Kunt u aangeven hoeveel vertrouwen u persoonlijk heeft in elk van volgende instellingen: het Belgisch parlement, het rechtssysteem, de politici en de politieke partijen". De geïnterviewden kunnen voor elke instelling antwoorden op een schaal van nul (helemaal geen vertrouwen) tot tien (volledig vertrouwen). Die vraag kwam aan bod in acht tweejaarlijkse enquêtes van de ESS. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van de ESS. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De berekende betrouwbaarheidsintervallen voor deze indicator staan in bijlage 1 van het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp.

Doelstelling: het vertrouwen in instellingen moet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 16.6: "Doeltreffende, verantwoordelijke en transparante instellingen ontwikkelen op alle niveaus".

Evolutie: volgens de ESS steeg het vertrouwen in instellingen van 33,8% in 2004 tot 37,0% in 2018. Het lagere vertrouwen in 2008 en 2010 is te wijten aan een daling in het vertrouwen in het Belgisch parlement, de politici en de politieke partijen, aangezien het vertrouwen in het rechtssysteem in die jaren slechts licht daalt.

Internationale vergelijking: in 2018 ligt de indicator in België (37,0%) ongeveer op hetzelfde niveau als in Duitsland (37,2%), maar duidelijk hoger dan in Frankrijk (25,3%) en heel wat lager dan in Nederland (62,0%). De subjectieve aard van deze indicator maakt dat de vergelijking tussen landen met voorzichtigheid geïnterpreteerd moet worden.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

Opsplitsing volgens geslacht: het vertrouwen in de vier instellingen is hoger bij mannen dan bij vrouwen. Ook het gegeneraliseerd vertrouwen is hoger bij mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen inzake vertrouwen in de instellingen ligt tussen 1,9 en 6,7 procentpunt en bereikt 1,9 procentpunt in 2018. Het verschil in vertrouwen neemt doorheen de jaren af.

Opsplitsing volgens inkomen: het vertrouwen stijgt met het inkomen. In 2018 ligt het vertrouwen in het eerste en vijfde inkomenskwintiel met respectievelijk 30,3% en 48,6% duidelijk lager en hoger dan het gemiddelde van 37,0%.

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 16.6.2 - Deel van de bevolking dat tevreden is met zijn laatste ervaring met openbare diensten. De tevredenheid met dienstverlening verschilt van het vertrouwen in instellingen, maar beide zijn relevant voor de subdoelstelling waarover ze rapporteren.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator Sociaal kapitaal, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen

  • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

  • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

  • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 24/09/2020).

  • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 24/09/2020).