Inkomensongelijkheid: Gini-index (i54)

In 2024 (inkomens 2023) bedroeg de Gini-index van het equivalent beschikbaar inkomen in België 24,6 op een schaal van nul tot honderd. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag dat cijfer niet stijgen. De trend is gunstig tussen 2004 en 2024 (evaluatie van november 2025; breuk in tijdreeks: BE 2019 – gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Dit kan een impact hebben op het evaluatieresultaat, dat dus met de nodige voorzichtigheid gehanteerd moet worden).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen - België en internationale vergelijking

schaal 0-100

 2004200520102014201520182019202020242024//20192018//20042024//2014
België26.128.026.625.926.225.725.125.324.6-0.4-0.1-0.5
EU27--------30.830.430.230.029.4-0.5----
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: schatting: EU 2014-2019, breuk in tijdreeks: EU 2020, BE 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de Gini-index in 2024 bedraagt 23.7% tot 25.5% voor België.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://Statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 28/08/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI; Statbel; Eurostat (2025), Gini coefficient of equivalised disposable income by age, ilc_di12, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 24/07/2025 23:00:00 (geraadpleegd op 28/08/2025)

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen voor en na sociale transferts (pensioenen uitgezonderd) - België

schaal 0-100

 201520182019202020242024//20192018//2004
na transferts26.225.725.125.324.6-0.4-0.1
voor transferts34.632.732.732.732.6-0.1--
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019, 2022 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019

Bron: Statbel; Eurostat (2025), Gini coefficient of equivalised disposable income before social transfers (pensions excluded from social transfers), ilc_di12c, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 24/07/2025 23:00:00 (geraadpleegd op 28/08/2025)

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen volgens gewest - België

schaal 0-100

 2019202020212022202320242024//2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest31.233.130.134.032.431.60.3
Vlaams Gewest23.323.622.622.521.923.40.1
Waals Gewest25.124.523.624.024.623.4-1.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: Breuk in tijdreeks: 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de Gini-index in 2024 bedraagt 29.4% tot 33.8% voor Brussel, 22.1% tot 24.7% voor Vlaanderen en 22% tot 24.8% voor Wallonië.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 14/08/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI

Definitie: de Gini-index geeft de mate van inkomensongelijkheid weer en kan een waarde aannemen van 0 tot 100. De Gini-index is gelijk aan 0 als iedereen hetzelfde inkomen heeft, dus bij een volkomen gelijke verdeling. Een waarde van 100 komt overeen met een volkomen ongelijke verdeling, waarbij één persoon al het inkomen en de rest geen inkomen heeft. Om deze indicator te berekenen wordt het netto equivalent beschikbaar inkomen gebruikt. Het netto beschikbaar inkomen is gelijk aan de som van de bruto-inkomens van alle gezinsleden verminderd met belastingen, sociale bijdragen en transferten tussen huishoudens (EC, 2016). Om het netto equivalent beschikbaar inkomen te bekomen wordt het netto beschikbaar inkomen gedeeld door een equivalentiefactor (de zogenaamde gewijzigde equivalentieschaal van de OESO). Een volwassene heeft een factor van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3. Het netto equivalent beschikbaar inkomen laat toe om de levensstandaard van personen te vergelijken rekening houdend met de schaalvoordelen die het gevolg zijn van een gezamenlijke huishouding en met de samenstelling van het gezin.

De hier gebruikte inkomensgegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens hebben steeds betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Dit betekent bijvoorbeeld voor het enquêtejaar 2020 dat bij de berekening van deze indicator de inkomens van 2019 zijn gebruikt, die niet beïnvloed werden door de covid-19-crisis (Statbel 2021a).

Statbel organiseert in België die enquête binnen de geharmoniseerde EU-enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat, dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statbel.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid, waardoor de gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar zijn met de gegevens vanaf 2019. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021b). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren.

Voor deze indicator is volgende opsplitsing beschikbaar: gewest.

Doelstelling: de Gini-index mag niet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.4: "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt: "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel gebleven is sinds 2004, kan ervan uitgegaan worden dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de Gini-index, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.4. De Gini-index geeft immers de mate van inkomensongelijkheid weer, die onder meer bepaald wordt door het beleid inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming.

Bronnen