Diepte van het armoederisico (i53)

In 2024 (inkomens 2023) bedroeg de diepte van het armoederisico in België 15,9 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer verminderen. De trend is onbepaald tussen 2004 en 2024 (evaluatie van november 2025; breuk in tijdreeks: BE 2019 – gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Dit kan een impact hebben op het evaluatieresultaat, dat dus met de nodige voorzichtigheid gehanteerd moet worden).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Diepte van het armoederisico - België en internationale vergelijking

procentuele afstand tot armoederisicodrempel

 200420052010201520182019202020242024//20192018//20042024//2010
België21.517.718.017.419.416.016.115.9-0.1-0.7-0.9
EU27----23.125.424.524.524.722.7-1.5---0.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: De diepte van het armoederisico komt overeen met het verschil tussen het mediaan inkomen van de bevolking met een armoederisico en de armoededrempel, uitgedrukt in % van de armoededrempel. Schatting: EU 2014-2019, breuk in tijdreeks: BE 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de diepte van het armoederisico in 2024 bedraagt 15.4% tot 16.4% voor België.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025; Statbel; Eurostat (2025), Relative median at-risk-of-poverty gap, sdg_10_30, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 02/10/2025 23:00 (geraadpleegd op 06/10/2025)

Diepte van het armoederisico volgens gewest - België

procentuele afstand tot armoederisicodrempel

 2019202020212022202320242024//2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest20.020.319.421.214.719.2-0.8
Vlaams Gewest12.713.613.918.211.912.4-0.5
Waals Gewest16.816.814.517.917.916.2-0.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: Breuk in tijdreeks: 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de diepte van het armoederisico in 2024 bedraagt 10.4% tot 28% voor Brussel, 11.3% tot 13.5% voor Vlaanderen en 13.7% tot 18.7% voor Wallonië.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), Micro databestanden SILC 2024: SILC_2024_CI, rechtstreekse mededeling 01/10/2025

Diepte van het armoederisico volgens geslacht - België

procentuele afstand tot armoederisicodrempel

 200420052010201520182019202020242024//20192018//2004
vrouwen20.817.418.017.218.615.515.915.90.5-0.8
mannen22.518.518.017.820.016.516.215.9-0.7-0.8
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Diepte van het armoederisico volgens leeftijd - België

procentuele afstand tot armoederisicodrempel

 200420052010201520182019202020242024//20192018//2004
<1820.717.620.818.020.413.715.915.72.8-0.1
18-2425.521.720.020.823.418.618.417.7-1.0-0.6
25-4924.320.122.819.420.818.117.617.8-0.3-1.1
50-6422.218.419.821.321.218.518.116.5-2.3-0.3
>6418.114.613.011.110.811.712.810.9-1.4-3.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019 - gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar met gegevens vanaf 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Definitie: de diepte van het armoederisico wordt berekend als de afstand tussen het mediaan equivalente totale netto beschikbaar inkomen van personen onder de armoederisicodrempel en de armoederisicodrempel zelf, uitgedrukt als een percentage van de armoederisicodrempel. De indicator geeft een indicatie van de ernst of diepte van de armoede in een land. Hoe groter de indicator, hoe lager het inkomen van personen met een armoederisico is. Het is een instrument om de aard van de ongelijkheid binnen een samenleving te kwantificeren.

Deze armoederisicodrempel is vastgesteld op 60% van het nationale mediaan equivalente beschikbare inkomen van alle personen van hetzelfde land. Die armoederisicodrempel wordt voor elk jaar opnieuw berekend. Het netto beschikbaar inkomen is gelijk aan de som van de bruto-inkomens van alle gezinsleden verminderd met belastingen, sociale bijdragen en transferten tussen huishoudens (EC, 2016). Om het netto equivalent beschikbaar inkomen te bekomen wordt het netto beschikbaar inkomen gedeeld door een equivalentiefactor (de zogenaamde gewijzigde equivalentieschaal van de OESO). Een volwassene heeft een factor van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3. Het netto equivalent beschikbaar inkomen laat toe om de levensstandaard van personen te vergelijken rekening houdend met de schaalvoordelen die het gevolg zijn van een gezamenlijke huishouding en met de samenstelling van het gezin. Er wordt verondersteld dat de levensstandaard van personen met een netto equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van de nationale mediaan in de totale bevolking ontoereikend is om aan te sluiten bij de minimaal aanvaardbare leefpatronen in België.

De hier gebruikte gegevens over de personen met een armoederisico zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), waarbij inkomensgegevens steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Dit betekent bijboorbeeld voor het enquêtejaar 2020 dat bij de berekening van deze indicator de inkomens van 2019 zijn gebruikt, die niet beïnvloed werden door de covid-19-crisis (Statbel 2021a).

Statbel organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statbel.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid, waardoor de gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar zijn met de gegevens vanaf 2019. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021b). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren.

Voor deze indicator zijn volgende opsplitsingen beschikbaar: gewest, geslacht en leeftijd.

Doelstelling: de diepte van het armoederisico moet verminderen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.3: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht".

De SDG’s bevatten, naast subdoelstelling 10.3 ook de volgende subdoelstellingen: "Tegen 2030 geleidelijk tot een inkomenstoename van de onderste 40% van de bevolking komen tegen een ritme dat hoger ligt dan het nationale gemiddelde, en die toename ook in stand houden" (subdoelstelling 10.1);"Tegen 2030 de sociale, economische en politieke inclusie van iedereen mogelijk maken en bevorderen, ongeacht leeftijd, geslacht, handicap, ras, etniciteit, herkomst, godsdienst of economische of andere status". (subdoelstelling 10.2); "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming" (subdoelstelling 10.4) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling heeft in verband met het basisprincipe dat de levensstandaard van personen met een armoederisico ontoereikend is om aan te sluiten bij de minimaal aanvaardbare leefpatronen in België volgende ambitie voor 2050 vooropgesteld, die verder reikt dan de SDG’s of de Europa 2020-strategie: "Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven" (doelstelling 2; Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.3. De indicator diepte van het armoederisico geeft immers de ernst van de armoedesituatie weer. Hoe groter de indicator, des te moeilijker het is om gelijke kansen te verzekeren voor personen met een armoederisico en ongelijkheden weg te werken die beïnvloed worden door de inkomenssituatie van de betrokkenen.

Bronnen