Inkomensongelijkheid: Gini-index

In 2020 (inkomens 2019) bedroeg de Gini-index van het equivalent beschikbaar inkomen in België 25,4 op een schaal van nul tot honderd. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag dat cijfer niet stijgen. De trend is gunstig tussen 2004 en 2020 (evaluatie van juni 2021).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen - België en internationale vergelijking

schaal 0-100

 2004200520102015201920202020//20042020//20152019//2010
België26.128.026.626.225.125.4-0.2-0.6-0.6
EU27----30.230.830.2------0.0
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; gegevensverzameling BE 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen volgens gewest - België

schaal 0-100

 20122015201920202020//20122020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest35.935.731.233.2-1.0-1.4
Vlaams Gewest24.824.023.323.7-0.6-0.3
Waals Gewest25.625.825.124.6-0.5-0.9
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium (2012), SILC Quality Reports 2011, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting/plus (geraadpleegd op 14/10/2019) en Statistics Belgium (2021), rechtstreekse mededeling, 21/06/2021.

Definitie: de Gini-index geeft de mate van inkomensongelijkheid weer en kan een waarde aannemen van 0 tot 100. De Gini-index is gelijk aan 0 als iedereen hetzelfde inkomen heeft, dus bij een volkomen gelijke verdeling. Een waarde van 100 komt overeen met een volkomen ongelijke verdeling, waarbij één persoon al het inkomen en de rest geen inkomen heeft. Die indicator wordt berekend aan de hand van huishoud- en inkomensgegevens uit de SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions – Enquête over de inkomsten en de levensomstandigheden). Het inkomen dat hier wordt beschouwd is het inkomen dat beschikbaar is (met inbegrip van belastingen en sociale overdrachten) om goederen en diensten aan te kopen. Aan elk lid van een huishouden wordt een netto equivalent inkomen toegewezen, dat berekend wordt door het huishoudinkomen te delen door een equivalentiefactor die rekening houdt met de gezinssamenstelling. De equivalentiefactor stemt overeen met de som van de wegingen gegeven aan elk lid van het huishouden, die, bij conventie, vastgesteld zijn op 1 voor de eerste volwassene, 0,5 voor elke bijkomende volwassene en 0,3 voor elk bijkomend kind (persoon jonger dan 14 jaar).

Statistics Belgium organiseert in België die enquête binnen de geharmoniseerde EU-enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat, dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

De gegevens voor 2019 en 2020 zijn moeilijk met elkaar te vergelijken en zijn niet vergelijkbaar met de gegevens tot en met 2018. Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 verstoorde de covid-19-pandemie de gegevensverzameling. Gedetailleerde informatie hierover is beschikbaar op de website van Statistics Belgium (Statbel, 2021).

Doelstelling: de Gini-index mag niet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.4: "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt: "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel gebleven is sinds 2004, kan ervan uitgegaan worden dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de Gini-index, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.

Evolutie: tussen 2004 en 2009 fluctueert de Gini-index tussen 26,1 en 28. Vanaf 2010 zijn de schommelingen minder groot. In 2010 bedroeg de Gini-index 26,6. In 2018 was dit 25,7. Op basis van deze cijfers kan een lichte daling van de Gini-index worden vastgesteld. In 2019 bedroeg de Gini-index, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 25,1. In 2020 was dit 25,4.

Internationale vergelijking: de Gini-index voor de EU27 fluctueert, tussen 2010 en 2019 rond 30,5. In 2019 bedroeg de waarde 30,2. België scoort systematisch lager dan het EU27-gemiddelde: de inkomensongelijkheid in België is dus kleiner. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de best presterende groep.

Opsplitsing volgens gewest: de Gini-index in 2020 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 33,2 in Brussel (BI95% 32,5 – 33,9), 23,7 in Vlaanderen (BI95% 23 – 24,4), 24,6 in Wallonië (BI95% 23,9 – 25,3) en 25,4 in België (BI95% 24,7 – 26,1). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.4. De Gini-index geeft immers de mate van inkomensongelijkheid weer, die onder meer bepaald wordt door het beleid inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming.

Bronnen