Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen

In 2020 was in België 9,2 procent van de jongeren van 15 tot 24 jaar niet aan het werk en evenmin onderwijs of een opleiding aan het volgen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 8,2%. Dat doel wordt bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000 (gegevens beschikbaar in november 2021). Het aandeel jongeren dat niet werkt en geen onderwijs of opleiding volgt, evolueert dus gunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen - België - trendevaluatie

procent van 15-24-jarigen

 2000200520102015202020252030
waarnemingen17.713.010.912.29.2----
trend en extrapolatie (november 2021)17.513.511.610.69.28.27.7
doelstelling 20308.28.28.28.28.28.28.2

Statbel; Eurostat (202), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_20, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/03/2022) & berekeningen FPB.

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen - België en internationale vergelijking

procent van 15-24-jarigen

 20002002200520102015201920202020//20002020//20152020//2002
België17.716.113.010.912.29.39.2-3.2-5.5-3.1
EU27--13.312.912.712.210.111.1---1.9-1.0
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE in 2001, 2004, 2006, 2011, 2017; EU in 2003, 2006

Statbel; Eurostat (2022), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_20, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/03/2022).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens gewest - België

procent van 15-24-jarigen

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest19.917.917.017.512.911.3-3.5-8.4
Vlaams Gewest12.810.37.59.57.57.3-3.4-5.1
Waals Gewest18.316.214.615.011.011.7-2.8-4.8
//: Gemiddelde groeivoeten

Breuk in tijdreeks: 2001, 2004, 2006, 2011, 2017

Statbel (2021); Eurostat (2022), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), yth_empl_140, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/03/2022).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens geslacht - België

procent van 15-24-jarigen

 2000200520102015201920202020//20002020//2015
vrouwen19.813.610.911.88.48.6-4.1-6.1
mannen15.612.510.812.510.19.8-2.3-4.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2004, 2006, 2011, 2017

Statbel; Eurostat (2022), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_20, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/03/2022).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens opleiding - België

procent van 15-24-jarigen

 2004200520102015201920202020//20042020//2015
hoogstens lager secundair onderwijs15.713.211.612.99.69.7-3.0-5.5
hoger secundair onderwijs15.313.110.511.79.39.5-2.9-4.1
hoger onderwijs14.312.19.211.28.07.1-4.3-8.7
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2004, 2006, 2011, 2017

Statbel; Eurostat (2022), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), yth_empl_160, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/03/2022).

Definitie: het aandeel jongeren (van 15 tot 24 jaar) dat voldoet aan de volgende twee voorwaarden: (a) ze zijn niet tewerkgesteld en (b) zij hebben geen onderwijs of opleiding gevolgd tijdens de vier weken voorafgaand aan het interview. De gegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt, mag in 2030 niet meer dan 8,2% bedragen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 8.6: "Tegen 2020 het aandeel aanzienlijk terugschroeven van jongeren die niet aan het werk zijn, geen onderwijs volgen en niet met een opleiding bezig zijn".

Het Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) voor 2011 dat België in april 2011 (Federale regering, 2011) goedkeurde in het kader van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010), en alle daaropvolgende NHP’s, bevat ook de doelstelling om dit aandeel tegen 2020 te laten dalen tot 8,2%. Aangezien er geen doelstelling voor 2030 bestaat, wordt ervan uitgegaan dat deze doelstelling ook voor 2030 geldig blijft.

Evolutie: volgens deze enquête daalde het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt van 17,7% in 2000 tot 10,1% in 2008 (jaar van de financieel-economische crisis) en steeg daarna tot 12,7% in 2013 om opnieuw te dalen tot 9,2% in 2020. De algemene trend blijft dalend (gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -3,2%) tussen 2000 en 2020.

Internationale vergelijking: het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt daalt in de Europese Unie sinds 2002, maar stijgt van 2008 tot 2013, met de financieel-economische crisis. Vanaf 2012 wordt de daling opnieuw ingezet, met uitzondering van het laatste jaar. De daling verloopt over de hele periode trager dan in België. Sinds 2008 ligt België onder het Europees gemiddelde. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en scoort beter dan het Europese gemiddelde. In dat jaar stond Nederland met 4,5% op de eerste plaats en Italië met 19,0% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt in 2020 is 11,3% in Brussel, 7,3% in Vlaanderen, 11,7% in Wallonië en 9,2% in België. De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: volgens de EAK evolueerde het verschil tussen mannen en vrouwen sterk. In 2000 lag dit aandeel meer dan 4 procentpunt hoger bij vrouwen dan bij mannen. Van 2000 tot 2011 lag het aandeel vrouwen bij de jongeren uit de EAK dat niet werkt en dat noch onderwijs noch opleiding volgt, hoger dan het aandeel mannen bij die jongeren. Sinds 2012 ligt het aandeel mannen daarentegen boven dat van vrouwen. In 2020 lag het 1,2 procentpunt hoger bij mannen dan bij vrouwen. De trend tussen 2000 en 2020 bij vrouwen is dan ook sterker dalend (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -4,1%), dan bij mannen (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -2,3%).

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt. In 2020 bedraagt de indicator 9,7% voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, 9,5% voor personen met een diploma hoger secundair onderwijs en 7,1% voor personen met een diploma hoger onderwijs. Het verschil tussen de laag- en middengeschoolden is groter dan tussen de midden- en hooggeschoolden.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 8.6.1 - Deel jongeren (15-24-jarigen) dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt.

Bronnen