Hernieuwbare energie

In 2017 werd in België 9,1 procent van het bruto finaal energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar 18,3 procent. Volgens de projecties van het Ontwerp van Belgisch geïntegreerd nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 zal dat doel niet bereikt worden. Hernieuwbare energie evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Hernieuwbare energie - België - trendevaluatie

procent van het bruto finaal energieverbruik

 2000200420052010201520162017202020252030
waarnemingen--1.92.35.77.98.79.1------
projectie--------------11.010.910.9
doelstelling 203018.318.318.318.318.318.318.318.318.318.3

Eurostat (2019), Share of renewable energy in gross final energy consumption [sdg_07_40], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 11/04/2019); Enover, NKC (2018), Ontwerp Belgisch geïntegreerd nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030.

Hernieuwbare energie - België en internationale vergelijking

procent van het bruto finaal energieverbruik

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
België1.92.35.77.27.98.79.112.84.8
EU288.59.113.114.716.717.017.55.73.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2019), Share of renewable energy in gross final energy consumption [sdg_07_40], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 11/04/2019).

Definitie: hernieuwbare energie wordt gemeten als het aandeel van het energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in het bruto finaal energieverbruik, zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (Publicatieblad van de Europese Unie, 5/6/2009). Het bruto finaal energieverbruik is de energie die verbruikt wordt door alle eindgebruikers, inclusief de verliezen op het vervoersnetwerk en het verbruik van de energiesector zelf. De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: het aandeel hernieuwbare energie moet 18,3% bereiken in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.2: "Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 16: "De koolstofarme energievormen zullen overheersen in de energiemix. De hernieuwbare energiebronnen zullen er een significant aandeel van uitmaken" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

In een Beleidskader voor klimaat en energie die in januari 2014 aangenomen werd (COM(2014)15; Publicatieblad van de Europese Unie), stelt de Europese Unie (EU) een doelstelling vast tegen 2030, namelijk een aandeel van 27% hernieuwbare energie. In juni 2018 werd een politiek akkoord bereikt tussen de Raad, het Parlement en de Commissie om deze doelstelling te verhogen tot 32%. Naast deze overeenkomst schrijft de Europese Verordening 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie (Publicatieblad van de Europese Unie) voor dat alle EU-lidstaten tegen 31 december 2018 een ontwerp van nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) voor de periode 2021-2030 moeten opstellen. In antwoord op deze Europese verplichting werd het Belgische ontwerp-NEKP 2021-2030 (Enover, NKC, 2018) aan de Europese Commissie voorgelegd. In dit project wordt tegen 2030 een doelstelling vastgesteld van 18,3% hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik. Op basis van de beoordeling en aanbevelingen van de Europese Commissie moet uiterlijk op 31 december 2019 een definitieve versie van dit plan worden ingediend.

Evolutie: het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik bedroeg in België 9,1% in 2017. Met uitzondering van een lichte daling in 2015, stijgt de indicator constant. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de groei van de elektriciteitsproductie op basis van biomassa, windmolens en fotovoltaïsche zonnepanelen.

Internationale vergelijking: door België met de Europese Unie te vergelijken, wordt duidelijk dat in 2017 het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik ongeveer dubbel zo groot is in de EU28 dan in België; namelijk 17,5% tegen 9,1%. De Europese indicator blijft stijgen over heel de geanalyseerde periode. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2017 tot de slechtst presterende groep.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 7.2.1 - Aandeel van hernieuwbare energie in het totale finaal energieverbruik.

Bronnen