Hernieuwbare energie

In 2019 werd in België 9,9 procent van het bruto finaal energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar 17,5 procent. Volgens de projecties van het Belgisch geïntegreerd nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (gegevens beschikbaar in juni 2021) zal dat doel niet bereikt worden. Hernieuwbare energie evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Hernieuwbare energie - België - trendevaluatie

procent van het bruto finaal energieverbruik

 200020042005201020152019202020252030
waarnemingen--1.92.36.08.09.9------
projectie (juni 2021)------------11.210.710.5
doelstelling 203017.517.517.517.517.517.517.517.517.5

Eurostat (2021), Share of renewable energy in gross final energy consumption [sdg_07_40], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021); Enover/NKC (2019), Belgisch geïntegreerd nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030, https://www.nationaalenergieklimaatplan.be/nl (geraadpleegd op 08/06/2020).

Hernieuwbare energie - België en internationale vergelijking

procent van het bruto finaal energieverbruik

 20042005201020142015201820192019//20042019//2014
België1.92.36.08.08.09.59.911.74.3
EU279.610.214.417.517.818.919.74.92.5
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Share of renewable energy in gross final energy consumption [sdg_07_40], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 04/05/2021).

Definitie: hernieuwbare energie wordt gemeten als het aandeel van het energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in het bruto finaal energieverbruik, zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (Publicatieblad van de Europese Unie, 5/6/2009). Het bruto finaal energieverbruik is de energie die verbruikt wordt door alle eindgebruikers, inclusief de verliezen op het vervoersnetwerk en het verbruik van de energiesector zelf. De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: het aandeel hernieuwbare energie moet 17,5% bereiken in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.2: "Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 16: "De koolstofarme energievormen zullen overheersen in de energiemix. De hernieuwbare energiebronnen zullen er een significant aandeel van uitmaken" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

In een Beleidskader voor klimaat en energie die in januari 2014 aangenomen werd (COM(2014)15; Publicatieblad van de Europese Unie), stelt de Europese Unie (EU) een doelstelling vast tegen 2030, namelijk een aandeel van 27% hernieuwbare energie. In juni 2018 werd een politiek akkoord bereikt tussen de Raad, het Parlement en de Commissie om deze doelstelling te verhogen tot 32%. Naast deze overeenkomst schrijft de Europese Verordening 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie (Publicatieblad van de Europese Unie) voor dat alle EU-lidstaten een nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) voor de periode 2021-2030 moeten opstellen. In antwoord op deze Europese verplichting werd het Belgische NEKP 2021-2030 (Enover/NKC, 2019) aan de Europese Commissie voorgelegd. In dit plan wordt tegen 2030 een doelstelling vastgesteld van 17,5% hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik.

Evolutie: het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik bedroeg in België 9,9% in 2019. Met uitzondering van een lichte daling in 2015, stijgt de indicator constant. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de groei van de elektriciteitsproductie op basis van biomassa, windmolens en fotovoltaïsche zonnepanelen.

Internationale vergelijking: door België met de Europese Unie te vergelijken, blijkt dat in 2019 het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik ongeveer dubbel zo groot is in de EU27 dan in België, namelijk 19,7% tegen 9,9%. Het verschil is stabiel over heel de geanalyseerde periode. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de slechtst presterende groep.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 7.2.1 - Aandeel van hernieuwbare energie in het totale finaal energieverbruik.

Bronnen