Primair energieverbruik (i38)

  •  29/11/2024
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2022 bedroeg het primair energieverbruik in België 1,89 exajoules. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer 1,41 exajoules bereiken. Volgens de projecties van het Ontwerp voor actualisatie van het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (NEKP 2023) zal dat doel niet bereikt worden (gegevens beschikbaar in november 2024). Het primair energieverbruik evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Primair energieverbruik - België - trendevaluatie

exajoule

 20002005201020152020202220252030
waarnemingen2.202.162.231.911.841.89----
projectie (NEKP 2023)------------1.801.53
doelstelling 20301.411.411.411.411.411.411.411.41

Projectie op basis van de parameters van het WAM-scenario (With Additional Measures) van het NEKP 2023.

Eurostat (2024), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/09/2024); Enover/NKC (2023), Ontwerp voor actualisatie van het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (NEKP 2023), https://www.nationaalenergieklimaatplan.be/nl (geraadpleegd op 30/09/2024).

Primair energieverbruik - België

exajoule (EJ)

 1990199520002005201020152017202020222022//19902022//2017
België1.912.022.202.162.231.912.031.841.89-0.03-1.38
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2024), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/09/2024).

Primair energieverbruik - EU27

exajoule (EJ)

 1990199520002005201020152017202020222022//19902022//2017
EU2757.2656.8058.4662.7161.0556.3557.7551.7452.70-0.26-1.81
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2024), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/09/2024).

Primair energieverbruik - België en internationale vergelijking

gigajoule (GJ) per inwoner

 1990199520002005201020152017202020222022//19902022//2017
België191.67199.24214.16206.26204.61169.55178.46159.23162.14-0.52-1.90
EU27136.74133.87136.33144.12138.67126.85129.52115.78117.78-0.47-1.88
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2024), Primary energy consumption [sdg_07_10] en van Eurostat (2024), Population change - Demographic balance and crude rates at national level, Population on 1 January [demo_gind], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/09/2024); berekenigen FPB.

Definitie: het primair energieverbruik is de in België ingevoerde of geproduceerde energie vóór verwerking (in hoofdzaak olieraffinage en elektriciteitsproductie), uitgezonderd de uitvoer, de zeebunkers (de brandstof die geleverd wordt aan schepen voor internationale trajecten) en het niet-energetisch verbruik (bijvoorbeeld olie die gebruikt wordt als grondstof in de chemie). Die indicator wordt uitgedrukt in exajoules (EJ = 1018 joules). De EU-landen worden met elkaar vergeleken met het primair energieverbruik uitgedrukt per inwoner. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van Eurostat.

Doelstelling: het primair energieverbruik moet 1,41 bereiken in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.3: "Tegen 2030 de globale snelheid van verbetering in energie-efficiëntie verdubbelen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 18: "De verhoging van de energie-efficiëntie van producten zal worden voortgezet met het oog op de vermindering van het eindenergieverbruik" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

Richtlijn (EU) 2023/1791 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking) legt een doelstelling vast om het primaire energieverbruik in de EU met ongeveer 34% te verminderen in vergelijking met het niveau van 2005 (Publicatieblad van de Europese Unie). Hoewel deze doelstelling niet wordt vertaald in bindende doelstellingen voor de EU-lidstaten, kan een indicatieve doelstelling voor de vermindering van het primaire energieverbruik voor België tegen 2030 van 1,41 EJ worden berekend aan de hand van een formule die in de richtlijn 2023/1791 is opgenomen (Enover/NKC, 2023). Het is deze doelstelling die wordt gebruikt voor de beoordeling.

De doelstelling voor de vermindering van het primaire energieverbruik tegen 2030 die wordt voorgesteld in het ontwerp van actualisering van het Belgische Nationale Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (PNEC 2023) is minder ambitieus dan de indicatieve doelstelling die door de EU wordt voorgesteld. Het komt overeen met het resultaat van de projecties 'met bijkomende maatregelen' van dit plan en bedraagt 1,53 EJ.

Evolutie: globaal steeg het primair energieverbruik in België tussen 1990 en 1998. Tussen 1998 en 2009 bleef de indicator stabiel vooraleer zijn hoogste punt te bereiken in 2010: 2,23EJ. Daarna daalde het primair energieverbruik trendmatig om in 2014 hetzelfde niveau als in 1990 te bereiken. Vanaf 2015 stijgt de indicator opnieuw licht en bereikt 2,04EJ in 2021 (ondanks een korte daling in 2020). In 2022 is het primair energieverbruik opnieuw gedaald, tot 1,89 EJ.

Internationale vergelijking: net zoals in België is het primaire energieverbruik in de EU27 gestegen van de jaren 1990 tot het begin van de jaren 2000, met een maximumniveau in 2006. Daarna is het geleidelijk gedaald om in 2022 een niveau te bereiken dat lager ligt dan het in 1990 gemeten niveau.

Het primaire energieverbruik per inwoner is hoger in België (162 gigajoules/inwoner in 2022) dan in de EU27 (118 gigajoules/inwoner). Dit verschil is stabiel in de tijd. Het is te verklaren door de aanwezigheid van talrijke industrieën van intermediaire goederen (ijzer- en staalnijverheid, chemie) die veel energie verbruiken en door de slechte isolatie van het gebouwenpark in België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2022 tot de slechtst presterende groep. In dat jaar stond Roemenië met 68 gigajoules/inwoner op de eerste plaats en Luxemburg met 243 gigajoules/inwoner op de laatste.

Zowel op Europees (Eurostat, 2015) als op Belgisch niveau, kan de evolutie van de indicator sinds de jaren 2000 hoofdzakelijk uitgelegd worden door de uitvoering van een energie-efficiëntiebeleid, de wisseling van de economische cycli, de weersomstandigheden en de evolutie van de economische structuur (onder andere het gewicht van de industrie in de loop van de tijd).

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 7.3. Het gevolg van een verhoging van de energie-efficiëntie is immers een vermindering van het primaire energieverbruik. De twee concepten zijn dus met elkaar verbonden.

Bronnen