Levenslang leren

In 2020 had 7,4 procent van de Belgische bevolking van 25 tot 64 jaar tijdens de vier weken voor het interview deelgenomen aan een vorming of opleiding. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar 15%. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000 (gegevens beschikbaar in juni 2021). Het aandeel van de Belgische bevolking van 25 tot 64 jaar dat tijdens de vier weken voor het interview deelgenomen heeft aan een vorming of opleiding, evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Levenslang leren - België - trendevaluatie

procent van de 25-64-jarigen

 2000200520102015202020252030
waarnemingen6.28.37.46.97.4----
trend en extrapolatie (juni 2021)6.57.37.37.57.98.28.4
doelstelling 203015.015.015.015.015.015.015.0

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021) & berekeningen FPB.

Levenslang leren - België en internationale vergelijking

procent van de 25-64-jarigen

 1992200020102015201920202020//19922020//20152020//2002
België2.36.27.46.98.27.44.31.41.2
EU27----7.810.110.89.2---1.83.1
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE in 1999, 2004, 2006, 2008, 2014, 2017; EU in 2003, 2006, 2013

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Levenslang leren volgens gewest - België

procent van de 25-64-jarigen

 2000200520102015201920202020//20002020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest6.712.09.611.210.710.32.2-1.7
Vlaams Gewest6.99.18.47.08.67.70.61.9
Waals Gewest4.65.84.95.46.65.61.00.7
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2004, 2006, 2008, 2014, 2017

Statistics Belgium (2021), Rechtstreekse mededeling 27/07/2021; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_38, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/06/2021).

Levenslang leren volgens geslacht - België

procent van de 25-64-jarigen

 1992200020102015201920202020//19922020//2015
vrouwen1.75.77.67.38.67.75.51.1
mannen2.86.77.26.57.77.13.41.8
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2004, 2006, 2008, 2014, 2017

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Levenslang leren volgens opleiding - België

procent van de 25-64-jarigen

 2000200520102015201920202020//20002020//2015
hoogstens lager secundair onderwijs2.23.13.23.03.42.40.4-4.4
hoger secundair onderwijs6.57.36.15.55.44.8-1.5-2.7
hoger onderwijs11.915.312.311.213.411.90.01.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2004, 2006, 2008, 2014, 2017

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_04, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Definitie: aandeel van de bevolking tussen 25 en 64 jaar dat heeft deelgenomen aan een (formele of niet-formele) vorming tijdens de laatste vier weken voorafgaand aan het interview. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel van de bevolking dat deelneemt aan levenslang leren moet 15% bedragen in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 4.3: "Tegen 2030 gelijke toegang garanderen voor alle vrouwen en mannen tot betaalbaar en kwaliteitsvol technisch, beroeps- en hoger onderwijs, met inbegrip van de universiteit".

De Europese Raad van 12 mei 2009 nam in zijn conclusies een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding aan (ET, 2020; Publicatieblad van de Europese Unie, 28/5/2009). Daarin wordt volgende doelstelling vooropgesteld: "Teneinde de participatie van volwassenen, in het bijzonder laagopgeleiden, in levenslang leren te verhogen, moet uiterlijk in 2020 gemiddeld minstens 15% van de volwassenen deelnemen aan levenslang leren". Aangezien er geen doelstelling voor 2030 bestaat, wordt ervan uitgegaan dat deze doelstelling ook voor 2030 geldig blijft.

Evolutie: volgens de EAK steeg het aandeel van de bevolking tussen 25 en 64 jaar dat deelgenomen heeft aan een vorm van opleiding of vorming duidelijk tussen 1992 en 2004, namelijk van 2,3% tot 8,6% en vertoont sindsdien geen duidelijke trend.

Internationale vergelijking: België loopt steeds meer achterop ten opzichte van het Europese gemiddelde. De voorsprong van België van 0,7 procentpunt in 2002 (zelfs 1,5 in 2004), veranderde gestaag in een achterstand van 1,8 procentpunt in 2020 (zelfs 3,3 in 2016). In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de middelmatig presterende groep en het scoort minder goed dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel van de bevolking tussen 25 en 64 jaar dat deelgenomen heeft aan een vorm van opleiding of vorming in 2020 is 10,3% in Brussel (BI95% 9,4 – 11,1), 7,7% in Vlaanderen (BI95% 7,4 – 8,1), 5,6% in Wallonië (BI95% 5,2 – 6,0) en 7,4% in België (BI95% 7,1 – 7,6). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: zowel mannen als vrouwen volgen weinig opleiding. Het grootste verschil tussen beide bedroeg 1,7 procentpunt in 1999. Voor 2002 volgden mannen meer opleiding dan vrouwen, sinds 2005 is het omgekeerd. Over de hele periode ligt het groeiritme bij de vrouwen (5,5%) dan ook duidelijk hoger dan bij de mannen (3,4%).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 4.3.1 - Participatiegraad van jongeren en volwassenen aan formeel en niet-formeel onderwijs en vorming gedurende de voorbije 12 maanden, naar geslacht.

Bronnen