Officiële ontwikkelingshulp

In 2018 bedroeg de Belgische officiële ontwikkelingshulp 0,43 procent van het bruto nationaal inkomen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar 0,7 procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. De officiële ontwikkelingshulp evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Officiële ontwikkelingshulp - België - trendevaluatie

procent van het bruto nationaal inkomen

 2000200520102015201620172018202020252030
waarnemingen0.360.530.640.420.500.450.43------
trend en extrapolatie0.400.480.510.470.460.450.440.430.400.39
doelstelling0.700.700.700.700.700.700.700.700.700.70

OECD (2019), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider > Total flows by donor (ODA+OOF+Private) [DAC1], https://stats.oecd.org/ (geraadpleegd op 11/04/2019); berekeningen FPB.

Officiële ontwikkelingshulp - België en internationale vergelijking

procent van het bruto nationaal inkomen

 199020002010201320152016201720182018//19902018//2013
België0.460.360.640.450.420.500.450.43-0.20-1.02
OESO DAC0.320.220.310.300.300.320.310.31-0.110.66
EU28----0.440.410.460.530.50------
//: Gemiddelde groeivoeten

2018: voorlopig en breuk in tijdreeks; 2016, EU28: breuk in tijdreeks; 2017, EU28: voorlopig

OECD (2019), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider > Total flows by donor (ODA+OOF+Private) [DAC1], https://stats.oecd.org/ en Eurostat (2019), Official development assistance as share of gross national income [sdg_17_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 11/04/2019).

Definitie: de officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance of ODA) bestaat uit giften en leningen (tegen gunstige financiële voorwaarden) die de overheidssector verstrekt aan ontwikkelingslanden en die economische en sociale ontwikkeling als voornaamste doelstelling hebben. De ODA omvat zowel financiële stromen als de zogenaamde technische bijstand. Ook bepaalde bijdragen aan internationale instellingen behoren tot de ODA. Die indicator wordt uitgedrukt in procent van het bruto nationaal inkomen. De statistieken over ontwikkelingshulp worden opgesteld volgens de regels van het Comité voor Ontwikkelingshulp (Development Assistance Committee, DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De gegevens over België en de DAC-landen komen van de OESO, die over de EU28 van Eurostat.

Doelstelling: 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen besteden aan officiële ontwikkelingshulp.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 17.2: "Ontwikkelde landen dienen ten volle hun verbintenissen aangaande officiële ontwikkelingshulp te implementeren, waaronder ook de verbintenis van vele ontwikkelde landen om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan officiële ontwikkelingshulp voor ontwikkelingslanden (ODA/GNI) en 0,15% tot 0,20% voor de minst ontwikkelde landen; ODA-donoren worden aangemoedigd om voor zichzelf een doelstelling te bepalen om minstens 0,2% te besteden aan de minst ontwikkelde landen".

In België staat de kwantitatieve doelstelling van 0,7 procent in de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking (Belgisch Staatsblad 12/04/2013, artikel 9).

Evolutie: in 2018 (voorlopige gegevens en nieuwe berekeningsmethode) bedroeg de Belgische officiële ontwikkelingshulp 2,3 miljard US dollar of 0,43% van het bruto nationaal inkomen (bni). Dat is minder dan de 0,46% in 1990. Tijdens de jaren 1990 daalde de ODA, tot het dieptepunt van 0,30% van het bni in 1999. Daarna werd de dalende trend omgebogen, weliswaar met aanzienlijke schommelingen van jaar tot jaar. De ODA bereikte in 2010 met 0,64% zijn hoogste niveau, waarna die weer daalde. De norm van 0,7% werd niet gehaald en gezien de moeilijke begrotingsomstandigheden lijkt het onwaarschijnlijk dat die wettelijk vastgelegde doelstelling onmiddellijk bereikt wordt.

Internationale vergelijking: in een verdeling van de DAC-landen in drie groepen behoort België in 2018 tot de best presterende groep: België staat op de negende plaats van 29 landen en het scoort beter dan het DAC-gemiddelde. Vijf landen bereikten de 0,7%-doelstelling: Zweden, Luxemburg, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. De totale ODA van de DAC-landen bedroeg in dat jaar 153 miljard US dollar of 0,31% van hun gezamenlijke bni. Meer dan de helft van de DAC-hulp is afkomstig van EU-landen: in 2018 was dat 56,5% van het totaal. In absolute bedragen waren de Verenigde Staten de grootste donor, gevolgd door Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Frankrijk; België kwam op de zestiende plaats. Sinds 1990 ligt de Belgische ODA in procent van het bni steeds hoger dan het DAC-gemiddelde. Tot en met 2014 scoorde België ook beter dan het gemiddelde van de EU28.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 17.2.1 - Netto officiële ontwikkelingshulp, totaal en voor de minst ontwikkelde landen, als aandeel van het bruto nationaal inkomen van de donorlanden van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Bronnen