Overheidsschuld

In 2020 bedroeg de totale geconsolideerde bruto schuld van de gezamenlijke overheid in België 114,1 procent van het bruto binnenlands product. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. Volgens de projecties van de Studiecommissie voor de Vergrijzing (beschikbaar in juni 2021) wordt dat doel niet bereikt. De totale geconsolideerde bruto schuld van de gezamenlijke overheid evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Overheidsschuld - België - trendevaluatie

procent van het bruto binnenlands product

 2000200520102015202020252030
waarnemingen109.695.1100.3105.2114.1----
projectie (juni 2021)----------121.0127.5

Berekeningen FPB op basis van INR (2021), Overheidsfinanciën/Brutoschuld en Schatkist, http://stat.nbb.be/ (geraadpleegd op 02/06/2021); Eurostat (2021), Government deficit/surplus, debt and associated data [gov_10dd_edpt1], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021); Studiecommissie voor de Vergrijzing (2020), Jaarlijks verslag 2020.

Overheidsschuld - België en internationale vergelijking

procent van het bruto binnenlands product

 19952000200520102015201920202020//19952020//20152020//2000
België131.3109.695.1100.3105.298.1114.1-0.61.60.2
EU27--66.367.180.584.877.590.7--1.41.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van INR (2021), Overheidsfinanciën/Brutoschuld en Schatkist, http://stat.nbb.be/ (geraadpleegd op 02/06/2021); Eurostat (2021), Government deficit/surplus, debt and associated data [gov_10dd_edpt1], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Definitie: de overheidsschuld is de totale geconsolideerde brutoschuld van de gezamenlijke overheid in procent van het bruto binnenlands product (bbp). De gegevens voor België worden verzameld door het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Om de vergelijking mogelijk te maken met de andere Europese landen komen de gegevens van Eurostat.

Doelstelling: er is geen doelstelling voor deze indicator tegen 2030. Het moet echter dalen om een duurzaam niveau te bereiken en naar het niveau te convergeren dat door de Europese Unie is vastgesteld (60%).

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 17.13: "De globale macro-economische stabiliteit versterken, ook via beleidscoördinatie en beleidscoherentie".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 44: "De schuldenlast die zowel voortvloeit uit sociale verschijnselen als uit milieu- en economische verschijnselen, zal op een houdbaar niveau blijven en de toekomstige generaties dus niet belasten" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

De economische theorie suggereert geen ideaal niveau voor de overheidsschuld. Niettemin wordt het begrip 'houdbaarheid van de overheidsfinanciën' gebruikt, dat wordt gedefinieerd als de "financiële stabiliteit op termijn van de overheidsfinanciën (in termen van tekorten en van schuldgraad) /[…/] zonder breuken of een betekenisvolle discontinuïteit te moeten opleggen in het gevoerde begrotingsbeleid (neutraliteit doorheen de tijd) en die intergenerationele neutraliteit nastreeft." (Hoge Raad van Financiën, 2007). Een houdbare overheidsschuld is dus een niveau dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën mogelijk maakt. Dit niveau kan echter niet kwantitatief worden vastgesteld. De Europese Unie heeft echter in het Verdrag van Maastricht betreffende de Europese Unie (Publicatieblad van de Europese Unie, 29/07/1992) een doelstelling van 60% voor de overheidsschuld, uitgedrukt in aandeel van het bbp van een lidstaat, vastgesteld. Meer dan een binnen een bepaalde termijn te bereiken cijferdoel, is deze doelstelling een referentieniveau dat eerst en vooral beoogt de overheidsschuld van de lidstaten van de EU op hetzelfde niveau te brengen. Deze indicator moet dus dalen.

Evolutie: de overheidsschuld daalde in België van 119,2% van het bbp tot 87,3% tussen 1998 en 2007. Dat was het gevolg van een bijna-stabilisatie van de schuld in lopende prijzen en een toename van het bbp. Sinds 2008 en de financieel-economische crisis is de overheidsschuld gestegen om zich opnieuw boven de symbolische drempel van 100% van het bbp te bevinden. Vanaf 2015 is de indicator gedaald en bereikt 98,1% van het bbp in 2019. Met de covid-19-crisis is de indicator in 2020 aanzienlijk gestegen tot 114,1% van het bbp.

Internationale vergelijking: in vergelijking met het gemiddelde van de EU27 ligt de gemiddelde overheidsschuld (in procent van het bbp) in Europa ver onder die van België, respectievelijk 90,7% tegenover 114,1% in 2020. Dit verschil wordt over heel de geanalyseerde periode waargenomen. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de slechtst presterende groep.

Opsplitsing volgens gewest: de overheidsschuld is de consolidatie van de schulden van alle Belgische overheden (federale staat, sociale zekerheid, gewesten en gemeenschappen, lokale overheden) en is niet opgesplitst volgens gewest. Het aandeel van de federale staat en de sociale zekerheid bedraagt ongeveer 90% van het totaal.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 17.13. Het verlagen van de overheidsschuld (en de particuliere schuld) laat toe om de macro-economische stabiliteit op wereldschaal te verhogen en om een duurzamere economie voor de toekomstige generaties te ontwikkelen.

Bronnen