Geluidsoverlast

In 2020 verklaart 14,5 procent van de Belgische bevolking geluidsoverlast te ondervinden van buren of de straat. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar nul procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2003 (gegevens beschikbaar in juni 2021). Het aandeel van de bevolking met geluidsoverlast evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Geluidsoverlast - België - trendevaluatie

procent van de bevolking

 20002003200520102015202020252030
waarnemingen--25.023.318.918.014.5----
trend en extrapolatie (juni 2021)--25.223.419.617.115.213.913.2
doelstelling 20300.00.00.00.00.00.00.00.0

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2019), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddw01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021); berekeningen FPB.

Geluidsoverlast - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking

 2003200520102015201920202020//20032020//20152019//2010
België25.023.318.918.016.014.5-3.2-4.2-1.8
EU27----20.618.317.3-------1.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; gegevensverzameling BE 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddw01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Geluidsoverlast volgens inkomen - België

procent van de bevolking

 2003200520102015201920202020//20032020//2015
onder 60% van mediaan equivalent inkomen29.126.924.126.019.818.6-2.6-6.5
boven 60% van mediaan equivalent inkomen24.322.618.016.615.413.8-3.3-3.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddw01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Definitie: deze indicator meet het aandeel van de bevolking dat verklaart hinder te ondervinden van buren- of straatlawaai. De gevoeligheid voor geluid is subjectief. Een variatie van de indicator kan zowel te wijten zijn aan een verandering in de reële geluidsoverlast als aan een verandering van de gevoeligheid voor geluid van de ondervraagde personen.

De gegevens over deze indicator zijn gebaseerd op de enquête Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC) van de Europese Unie. Statistics Belgium organiseert deze binnen de EU geharmoniseerde enquête in België en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

De gegevens voor 2019 en 2020 zijn moeilijk met elkaar te vergelijken en zijn niet vergelijkbaar met de gegevens tot en met 2018. Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 verstoorde de covid-19-pandemie de gegevensverzameling. Gedetailleerde informatie hierover is beschikbaar op de website van Statistics Belgium (Statbel, 2021).

Doelstelling: het aandeel van de bevolking dat hinder ondervindt van lawaai moet dalen naar nul procent in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende twee subdoelstellingen, waarbij de toegang tot adequate huisvesting (11.1 "Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren") en de vermindering van de milieu-impact van de steden wordt vermeld (11.6 "Tegen 2030 de nadelige milieu-impact van steden per capita reduceren, ook door bijzondere aandacht te besteden aan de luchtkwaliteit en aan het gemeentelijk en ander afvalbeheer").

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 25 "het gebruik van vervoersmiddelen zal gepaard gaan met de uitstoot van zo weinig mogelijk /[.../] geluidshinder". Bovendien vermeldt het voorwoord van de eerste doelstelling waardige huisvesting als een van de voorafgaande voorwaarden voor het welzijn.

Tot slot heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2018 de "Environmental Noise Guidelines for the European Region" (WHO, 2018) gepubliceerd. Daarin worden aanbevelingen geformuleerd over het maximale geluidsniveau waaraan de bevolking zou mogen worden blootgesteld. De WHO vermeldt ook dat "geluid een van de grootste milieurisico’s vormt voor de fysieke en mentale gezondheid" (WHO, 2019).

Het aandeel van de bevolking dat aangeeft hinder te ondervinden van buren- of straatlawaai moet naar nul tenderen.

Evolutie: deze indicator is geleidelijk gedaald van 25,0% in 2003 tot 15,6% in 2017. In 2018, stijgt deze indicator opnieuw tot 17,7%. Met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019 bedraagt deze indicator 14,5% in 2020.

Internationale vergelijking: het aandeel van de bevolking dat hinder ondervindt van lawaai ligt in België net onder het Europese gemiddelde. Tussen 2010 en 2019 is deze indicator gedaald van 20,6% tot 17,3% voor de EU27 en van 18,9% tot 16,0% voor België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

Opsplitsing volgens inkomen: geluidsoverlast treft vooral personen met een armoederisico (met een inkomen onder 60% van het mediaan equivalent inkomen). Voor die groep ligt de indicator hoger dan voor de andere personen (met een inkomen boven 60% van het mediaan equivalent inkomen). Voor de personen met een armoederisico daalde de indicator van 29% tot 24% tussen 2003 en 2018, terwijl hij voor de andere personen daalde van 24% tot 17%. In 2020 zijn deze waarden, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 18,6% (boven 60% van het mediaan equivalent inkomen) en 13,8% (onder dit niveau).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 11.6 die vraagt om de negatieve milieu-impact van de steden te verminderen, waaronder geluidsoverlast.

Bronnen