Gebrekkige huisvesting

In 2017 leefde 18,5 procent van de bevolking in België in een woning met een lekkend dak, vochtige muren, vloeren of funderingen, of met rot in de raamkozijnen of de vloer. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2003. Het aandeel mensen dat leeft in een gebrekkige woning evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gebrekkige huisvesting - België en internationale vergelijking

procent van de totale bevolking

 20032005201020122015201620172017//20032017//2012
België13.715.019.018.718.219.318.52.2-0.2
EU28----16.115.115.215.4------
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2009 BE, schatting: 2017 EU28

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Gebrekkige huisvesting volgens geslacht - België

procent van de bevolking

 20032005201020122015201620172017//20032017//2012
vrouwen14.415.419.218.818.219.618.71.9-0.1
mannen12.914.618.718.518.218.918.42.6-0.1
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2009

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Gebrekkige huisvesting volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 20032005201020122015201620172017//20032017//2012
<1815.418.423.021.622.022.522.02.60.4
18-6413.914.719.019.218.619.919.62.50.4
>6410.411.513.613.012.413.511.20.5-2.9
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2009

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Gebrekkige huisvesting volgens huishoudentype - België

procent van de bevolking

 20032005201020122015201620172017//20032017//2012
alleenstaande15.216.419.819.918.419.618.41.4-1.6
eenoudergezin22.628.832.432.129.128.824.80.7-5.0
twee volwassenen12.710.613.814.514.616.314.51.00.0
twee volwassenen met een afhankelijk kind13.113.720.715.214.215.617.62.13.0
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen12.111.615.717.318.416.516.32.2-1.2
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen16.420.221.420.924.024.125.03.13.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2009

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Gebrekkige huisvesting volgens inkomen - België

procent van de bevolking

 20032005201020122015201620172017//20032017//2012
onder 60% van mediaan equivalent inkomen19.725.130.227.230.930.427.72.50.4
boven 60% van mediaan equivalent inkomen12.613.317.017.116.017.216.82.1-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2009

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Definitie: het aandeel van de bevolking dat in een woning leeft met een lekkend dak, vochtige muren, vloeren of funderingen, of met rot in de raamkozijnen of de vloer. De gegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Statistics Belgium organiseert deze binnen de EU geharmoniseerde enquête in België en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat, dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft, moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 11.1: "Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt de volgende doelstelling: "De voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers zullen vervuld zijn, namelijk: […] waardige huisvesting" (inleiding van de uitdaging Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert; Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

Evolutie: het aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft, is gestegen van 13,7% in 2003 tot 18,5% in 2017, met een jaarlijkse gemiddelde groeivoet van 2,2%. Dat aandeel steeg tot een maximum van 21,2% in 2011 om daarna eerst te dalen tot 17,5% in 2014 en vervolgens weer te stijgen. De laatste vijf jaren is er dan ook een gemiddelde jaarlijkse afname van -0,2%.

Internationale vergelijking: België heeft in 2016 een hoger aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft (19,3%) dan in de EU28 (15,4%). Het verschil tussen de EU28 en België stijgt daarbij van 2,9 tot 3,9 procentpunt tussen 2010 en 2016. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

Opsplitsing volgens geslacht: er is weinig verschil in het aandeel mannen en vrouwen dat in een gebrekkige woning leeft. Het aandeel vrouwen dat in een gebrekkige woning leeft, ligt iets hoger (18,7%) dan bij mannen (18,4%) in 2017.

Opsplitsing volgens inkomen: er is een verschil tussen het aandeel mensen met een hoger (boven 60% van mediaan equivalent inkomen) en met een lager (onder 60% van mediaan equivalent inkomen) inkomen dat in een gebrekkige woning leeft. Er wonen meer mensen met een laag inkomen (27,7%) in een gebrekkige woning dan mensen met een hoog inkomen (16,8%). Het verschil stijgt van 7,1 naar 10,9 procentpunt tussen 2003 en 2017.

Opsplitsing volgens leeftijd: de evolutie van het aandeel van de verschillende leeftijdsgroepen dat in een gebrekkige woning leeft is erg gelijklopend: licht stijgend over de periode 2003 tot 2017 en met een maximum in 2011. Wel zijn die aandelen erg verschillend: in 2017 is deze indicator het hoogst voor de min 18-jarigen (22%), licht lager voor de 18-64-jarigen (19,6%) en duidelijk lager voor de 65-plussers (11,2%). Het aandeel van de oudsten evolueert gunstiger: een lager groeitempo over de hele periode en een negatieve jaarlijkse gemiddelde groeivoet over de laatste vijf jaar.

Opsplitsing volgens huishoudentype: voor alle huishoudentypes is er een lichte stijging waar te nemen over de periode 2003 - 2017. Het aandeel eenoudergezinnen dat in een gebrekkige woning leeft, ligt in bijna de hele periode (behalve in 2017) ook merkelijk hoger. De laatste vijf jaren is er wel een veel sterker dalende trend voor de eenoudergezinnen (gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -5%) dan voor de andere huishoudentypes. Voor het huishoudentype van twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen is er dan weer een grote gemiddelde jaarlijkse toename (3,6%). Daardoor hebben beide groepen in 2017 eenzelfde hoger aandeel dat in een gebrekkige woning leeft dan de andere groepen.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 11.1.1 - Deel van de stadsbevolking dat leeft in sloppenwijken, informele nederzettingen of gebrekkige huisvesting.

Bronnen