Gebrekkige huisvesting

In 2020 leefde 15,7 procent van de bevolking in België in een woning met een lekkend dak, vochtige muren, vloeren of funderingen, of met rot in de raamkozijnen of de vloer. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is ongunstig tussen 2004 en 2019 (evaluatie van november 2021; zonder rekening te houden met 2020, omdat de covid-19-pandemie een impact had op de gegevensverzameling).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gebrekkige huisvesting - België en internationale vergelijking

procent van bevolking

 20042005201020142015201920202019//20042019//20142019//2010
België13.515.019.017.518.216.715.71.4-0.9-1.4
EU27----16.315.615.312.6-----4.2-2.8
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Gebrekkige huisvesting volgens gewest - België

procent van bevolking

 2008201020142015201920202019//20082019//2014
Brussels Hoofdstedelijk Gewest23.124.825.626.824.724.90.6-0.7
Vlaams Gewest14.916.814.414.313.412.3-1.0-1.4
Waals Gewest22.521.420.522.520.118.7-1.0-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Statbel (2021), Rechtstreekse mededeling 28/06/2021; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Gebrekkige huisvesting volgens geslacht - België

procent van bevolking

 20042005201020142015201920202019//20042019//2014
vrouwen13.715.419.217.718.217.316.01.6-0.5
mannen13.314.618.717.318.216.115.31.3-1.4
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Gebrekkige huisvesting volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 20042005201020142015201920202019//20042019//2014
<1815.718.423.021.022.018.818.31.2-2.2
18-6413.714.719.017.718.617.516.11.6-0.2
>649.711.513.612.412.411.811.21.3-1.0
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Gebrekkige huisvesting volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 20042005201020142015201920202019//20042019//2014
alleenstaande16.316.419.818.518.417.716.00.6-0.9
eenoudergezin24.128.832.426.129.126.522.80.60.3
twee volwassenen10.010.613.814.014.612.912.31.7-1.6
twee volwassenen met een afhankelijk kind13.613.720.715.314.216.114.21.11.0
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen14.611.615.718.318.414.914.00.1-4.0
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen13.620.221.420.724.019.121.22.3-1.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Gebrekkige huisvesting volgens inkomen - België

procent van bevolking

 20042005201020142015201920202019//20042019//2014
onder 60% van mediaan equivalent inkomen20.625.130.226.930.923.821.11.0-2.4
boven 60% van mediaan equivalent inkomen12.313.317.015.816.015.514.81.6-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2009, 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling BE 2020

Statbel; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mdho01, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021).

Definitie: het aandeel van de bevolking dat in een woning leeft met een lekkend dak, vochtige muren, vloeren of funderingen, of met rot in de raamkozijnen of de vloer.

De gegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Statbel organiseert deze binnen de EU geharmoniseerde enquête in België en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat, dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statbel.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren.

Doelstelling: het aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft, moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 11.1: "Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt de volgende doelstelling: "De voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers zullen vervuld zijn, namelijk: (…) waardige huisvesting" (inleiding van de uitdaging Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert; Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

Evolutie: het aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft, is gestegen van 13,5% in 2004 tot 15,7% in 2020 (met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019) Dat aandeel steeg van 13,5% in 2004 tot een maximum van 21,2% in 2011. Sindsdien is er een eerder dalende trend.

Internationale vergelijking: België heeft in 2019 een hoger aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft (16,7%) dan de EU27 (12,6%). Het verschil tussen de EU27 en België stijgt daarbij van 2,7 tot 4,1 procentpunt tussen 2010 en 2019. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de slechtst presterende groep. In dat jaar stond Finland met 4,1% op de eerste plaats en Cyprus met 31,1% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel van de bevolking dat in een gebrekkige woning leeft in 2020 is, met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, 24,9% in Brussel (BI95% 21,5 – 28,4), 12,3% in Vlaanderen (BI95% 10,7 – 13,9), 18,7% in Wallonië (BI95% 16,2 – 21,2) en 15,6% in België (BI95% 14,3 – 16,9). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: het aandeel mannen en vrouwen dat in een gebrekkige woning leeft, evolueert zeer gelijkaardig. Het aandeel vrouwen dat in een gebrekkige woning leeft, ligt iets hoger (16%) dan bij mannen (15,3%) in 2020, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019.

Opsplitsing volgens inkomen: er is een duidelijk verschil tussen het aandeel mensen met een hoger (boven 60% van mediaan equivalent inkomen) en met een lager (onder 60% van mediaan equivalent inkomen) inkomen dat in een gebrekkige woning leeft. In 2020, gegeven de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, wonen er meer mensen met een laag inkomen (21,1%) in een gebrekkige woning dan mensen met een hoog inkomen (14,8%). Dit verschil is waarneembaar over heel de periode en steeg van 8,3 procentpunt in 2004 naar 14,9 procentpunt in 2015, waarna het daalt tot 8,3 en 6,3 procentpunt in 2019 en 2020.

Opsplitsing volgens leeftijd: de evolutie van het aandeel van de verschillende leeftijdsgroepen dat in een gebrekkige woning leeft is erg gelijklopend: licht stijgend over van 2004 tot 2019 en met een maximum in 2011. Wel zijn die aandelen verschillend: in 2020 is deze indicator, rekening houdend met de nieuwe methodologie gebruikt vanaf 2019, het hoogst voor de min 18-jarigen (18,3%), licht lager voor de 18-64-jarigen (16,1%) en duidelijk lager voor de 65-plussers (11,2%).

Opsplitsing volgens huishoudentype: voor alle huishoudentypes is er een lichte stijging waar te nemen over de periode 2004 - 2020. Het aandeel eenoudergezinnen dat in een gebrekkige woning leeft, ligt in bijna de hele periode (behalve in 2017) ook merkelijk hoger. In mindere mate liggen de aandelen van de gezinnen van twee volwassenen met drie of meer kinderen en de alleenstaanden ook hoger dan dat van de anderen.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 11.1.1 - Deel van de stadsbevolking dat leeft in sloppenwijken, informele nederzettingen of gebrekkige huisvesting.

Bronnen