Inkomensongelijkheid: S80/S20

In 2020 (inkomens 2019) bedroeg de inkomenskwintielverhouding S80/S20 in België 3,7. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag dat cijfer niet toenemen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Inkomenskwintielverhouding S80/S20 - België en internationale vergelijking

 2004200520102015201920202020//20042020//20152019//2010
België3.94.03.93.83.63.7-0.4-1.0-0.9
EU27----4.95.25.0------0.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE 2019; gegevensverzameling BE 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium; Eurostat (2021), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 21/06/2021).

Inkomenskwintielverhouding S80/S20 volgens gewest - België

 20122015201920202020//20122020//2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest6.15.74.75.2-2.0-1.8
Vlaams Gewest3.63.43.33.4-0.70.0
Waals Gewest3.83.73.63.5-1.0-1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2019; gegevensverzameling 2020 verstoord door covid-19-pandemie

Statistics Belgium (2012), SILC Quality Reports 2011, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting/plus (geraadpleegd op 14/10/2019) en Statistics Belgium (2021), rechtstreekse mededeling, 21/06/2021.

Definitie: de inkomenskwintielverhouding van de bevolking is een maatstaf van inkomensongelijkheid. Het is de verhouding van het totale netto equivalent beschikbaar inkomen van de 20% personen met het hoogste inkomen (S80) ten opzichte van het totale netto equivalent beschikbaar inkomen van de 20% personen met het laagste inkomen (S20). Het beschikbaar inkomen houdt rekening met de omvang en de samenstelling van het gezin volgens de zogenaamde gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij een volwassene een factor heeft van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3. De hier gebruikte inkomensgegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens hebben steeds betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

De gegevens voor 2019 en 2020 zijn moeilijk met elkaar te vergelijken en zijn niet vergelijkbaar met de gegevens tot en met 2018. Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid. In 2020 verstoorde de covid-19-pandemie de gegevensverzameling. Gedetailleerde informatie hierover is beschikbaar op de website van Statistics Belgium (Statbel, 2021).

Doelstelling: de inkomenskwintielverhouding mag niet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.4: "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling stelt dat "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel is gebleven, kan ervan uitgegaan worden dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de inkomenskwintielverhouding, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.

Evolutie: tussen 2004 en 2019 fluctueert de inkomenskwintielverhouding redelijk stabiel rond 3,9. In 2004 bedraagt hij 3,9 en sinds 2013 is de inkomenskwintielverhouding praktisch steeds gelijk aan 3,8, wat ook de waarde is voor 2018. Met de nieuwe methodologie, gebruikt vanaf 2019, bedroeg deze indicator 3,6 in 2019 en 3,7 in 2020.

Internationale vergelijking: de inkomenskwintielverhouding in de EU27 situeert zich op een hoger niveau dan in België. Tussen 2004 en 2019 schommelde die rond 5; in 2019 bedroeg het 5,1. Er bestaan grote verschillen in inkomensongelijkheid tussen de EU27-lidstaten: landen die het meest getroffen zijn door de economische crisis kennen een aanhoudend grote inkomensongelijkheid, terwijl ze in België relatief stabiel en laag bleef (EU, 2019; Federal Public Service Social Security, 2018). In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de best presterende groep.

Opsplitsing volgens gewest: de inkomenskwintielverhouding in 2020 is met de nieuwe methodologie, gebruikt vanaf 2019, 5,2 in Brussel (BI95% 4,5 – 5,9), 3,4 in Vlaanderen (BI95% 3,1 – 3,7), 3,5 in Wallonië (BI95% 3 – 4) en 3,6 in België (BI95% 3,3 – 3,9). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.4. De inkomenskwintielverhouding van de bevolking is immers een maatstaf van inkomensongelijkheid die onder meer bepaald wordt door het beleid inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming.

Bronnen