Energieafhankelijkheid (i33)

  •  17/10/2022
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2020 bedroeg de energieafhankelijkheid van België, dat is de verhouding tussen de netto-invoer en het verbruik van energie, 78,1 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is onbepaald tussen 2000 en 2019 (evaluatie van november 2021).

The chart will appear within this DIV.

Energieafhankelijkheid - België en internationale vergelijking

procent van energieverbruik

 199019952000200520102015201920202020//19902020//20152020//2000
België75.180.878.279.978.684.177.678.10.1-1.50.0
EU27----56.357.855.856.160.557.5--0.50.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2022), Energy dependence [sdg_07_50], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/05/2022).

Definitie: de energieafhankelijkheid wordt berekend als de verhouding tussen de netto-invoer van energie (de invoer min de uitvoer) en het energieverbruik in België. Dat verbruik is de som van het bruto binnenlands energieverbruik (bbev, hoofdzakelijk samengesteld uit de energieproductie in België en de invoer, minus de uitvoer) en de zeebunkers (de brandstof die geleverd wordt aan schepen voor internationale trajecten). De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: de energieafhankelijkheid van België moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten doel 7: "Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 20: "De energiebevoorrading zal verzekerd zijn" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

Evolutie: België heeft historisch een grote energieafhankelijkheid: gemiddeld ongeveer 78% over de periode 1990-2020. De indicator bleef relatief stabiel over deze periode. In 2015 bereikt hij zijn historisch maximum (84,1%) waarna hij daalt tot 78,1% in 2020. Die grote energieafhankelijkheid kan hoofdzakelijk verklaard worden doordat België geen fossiele brandstoffen onttrekt aan zijn bodem. Ze moeten dus geïmporteerd worden terwijl het niet-ingevoerde saldo van het energieverbruik (21,9% in 2019) bestaat uit hernieuwbare energie en kernenergie. Bij kernenergie worden ingevoerde splijtstoffen meegerekend bij de invoer van mineralen en niet bij de energie-invoer, terwijl de aan de hand van kernreacties opgewekte warmte, die gebruikt wordt voor de elektriciteitsproductie, meegerekend wordt als primaire energieproductie in België.

Internationale vergelijking: de vergelijking van de energieafhankelijkheid van België met die van de Europese Unie (EU27) toont dat die laatste veel minder afhankelijk is van de invoer van energie: 57,5% in 2020. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2020 tot de slechtst presterende groep. In dat jaar stond Estland met 10,5% op de eerste plaats en Malta met 97,6% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij doel 7. Energieafhankelijkheid is immers een belangrijke problematiek voor landen met weinig energiebronnen, zoals België. Door de energieafhankelijkheid te verminderen, kan onder andere een betrouwbare energievoorziening gegarandeerd worden.

Bronnen