Gediplomeerden van het hoger onderwijs (i25)

  •  17/10/2022
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2021 had 49,9 procent van de 30- tot 34-jarigen in België een diploma van het hoger onderwijs. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling te realiseren, moet dat cijfer in 2020 minstens 47 procent bedragen. Dat doel is bereikt.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gediplomeerden van het hoger onderwijs - België - trendevaluatie

procent van 30-34-jarigen

 20002005201020152020202120252030
waarnemingen35.239.144.442.747.849.9----
trend en extrapolatie (november 2021)35.139.442.744.947.848.350.151.5
doelstelling 203047.047.047.047.047.047.047.047.0

breuk in tijdreeks: 2008, 2014, 2017, 2021

Statbel; Eurostat (2022), Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34 [edat_lfse_03], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/06/2022) & berekeningen FPB.

Gediplomeerden van het hoger onderwijs - België en internationale vergelijking

procent van 30-34-jarigen

 199220002002201020152016202020212021//19922021//20162021//2002
België26.635.235.244.442.745.647.849.92.21.81.9
EU27----22.532.637.337.841.141.6--1.93.3
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: BE in 1999, 2008, 2014, 2017, 2021; EU in 2014 en 2021

Statbel; Eurostat (2022), Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34 [edat_lfse_03], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/06/2022).

Gediplomeerden van het hoger onderwijs volgens gewest - België

procent van 30-34-jarigen

 20002005201020152016202020212021//20002021//2016
Brussels Hoofdstedelijk Gewest43.949.648.748.451.958.258.41.42.4
Vlaams Gewest36.439.945.043.247.349.352.41.82.1
Waals Gewest29.933.741.539.139.640.641.71.61.0
//: Gemiddelde groeivoeten

De onzekerheidsmarge voor deze indicator is aangegeven in de tekst voor het laatste jaar. Breuk in tijdreeks: 2008, 2014, 2017, 2021

Statbel; Eurostat (2022), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_38, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/06/2022).

Gediplomeerden van het hoger onderwijs volgens geslacht - België

procent van 30-34-jarigen

 19922000201020152016202020212021//19922021//2016
vrouwen27.937.150.048.750.755.556.42.52.2
mannen25.233.339.036.740.440.243.31.91.4
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2008, 2014, 2017, 2021

Statbel; Eurostat (2022), Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34 [edat_lfse_03], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/06/2022).

Definitie: aandeel van de bevolking tussen 30 en 34 jaar, met een diploma hoger onderwijs. Het scholingsniveau komt overeen met ISCED (International Standard Classification of Education) 2011 niveaus 5-8 voor gegevens vanaf 2014 en met ISCED 1997 niveaus 5-6 voor gegevens tot 2013. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: 47% van de 30-34-jarigen hebben een diploma hoger onderwijs.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 4.3: "Tegen 2030 gelijke toegang garanderen voor alle vrouwen en mannen tot betaalbaar en kwaliteitsvol technisch, beroeps- en hoger onderwijs, met inbegrip van de universiteit".

Het Nationaal Hervormingsprogramma 2011, door België goedgekeurd in april 2011 (Federale regering, 2011), in het kader van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) bevat een doelstelling over onderwijs en vorming: een diploma hoger onderwijs voor minstens 47% van de bevolking tussen 30 en 34 jaar.

Evolutie: het aandeel 30-34-jarigen met een diploma hoger onderwijs nam aanzienlijk toe tussen 1992 en 2021: een stijging van meer dan 23 procentpunt, gaande van 26,6% tot 49,9%.

Internationale vergelijking: België heeft bij de 30-34-jarigen meer gediplomeerden van het hoger onderwijs (49,9%) dan het gemiddelde van de 27 EU-lidstaten (41,6%). Het verschil tussen het EU-gemiddelde en België neemt wel af: van 12,7 procentpunt in 2002 tot 8,3 procentpunt in 2021. Het aantal gediplomeerden van het hoger onderwijs neemt dus in een hoger tempo toe in de EU27. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de best presterende groep. In dat jaar stond Luxemburg met 62,5% op de eerste plaats en Roemenië met 24,8% op de laatste.

Opsplitsing volgens gewest: het aandeel 30-34-jarigen met een diploma hoger onderwijs in 2021 is 58,4% in Brussel (BI95% 54,4 – 62,4), 52,4% in Vlaanderen (BI95% 49,9 – 54,9), 41,7% in Wallonië (BI95% 38,4 – 44,9) en 49,9% in België (BI95% 48,1 – 51,7). De vergelijking tussen gewesten en de analyse van de ontwikkeling van deze indicatoren in de tijd moet rekening houden met de omvang van de betrouwbaarheidsintervallen.

Opsplitsing volgens geslacht: verhoudingsgewijs zijn er meer vrouwen (56,4%) dan mannen (43,3%) met een diploma hoger onderwijs en het verschil wordt bovendien nog groter: 2,7 procentpunt in 1992 tegenover 13,1 procentpunt in 2021.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 4.3, aangezien het aandeel mensen met een diploma hoger onderwijs de toegang tot betaalbaar en kwaliteitsvol onderwijs illustreert.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator Menselijk kapitaal, gepubliceerd in het rapport Indicatoren van duurzame ontwikkeling, te berekenen.

Bronnen