Vleesconsumptie

In 2018 bedroeg de zichtbare vleesconsumptie in België 206 gram per inwoner per dag. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is gunstig tussen 2005 en 2016 (evaluatie van juni 2019).

The chart will appear within this DIV.

Vleesconsumptie - België en internationale vergelijking

g/dag/inwoner

 200520102013201420152016201720182018//20052018//2013
België273.6225.9207.9221.3214.7201.3201.7206.1-2.2-0.2
EU27184.3184.4180.3184.7189.1191.7191.2195.10.41.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van Statistics Belgium (2020), Bevoorradingsbalansen vlees, https://statbel.fgov.be/ en van OECD (2020), Meat consumption, https://data.oecd.org/agroutput/meat-consumption.htm (geraadpleegd op 12/03/2020).

Definitie: de zichtbare vleesconsumptie wordt berekend op basis van bevoorradingsbalansen door bij de vleesproductie de vleesinvoer op te tellen en er de vleesuitvoer van af te trekken. De gegevens over de zichtbare vleesconsumptie worden geaggregeerd op basis van afzonderlijke balansen voor vlees van runderen, varkens, gevogelte, schapen, geiten, paarden, konijnen, wild en eetbaar slachtafval. De gegevens voor de Europese Unie houden alleen rekening met de eerste 4 categorieën, die meer dan 90% van het totaal uitmaken. Ze worden uitgedrukt in karkasgewicht (gewicht van het vlees en de beenderen). De zichtbare vleesconsumptie per inwoner is de verhouding tussen de zichtbare vleesconsumptie en het aantal inwoners van een land. De indicator wordt uitgedrukt in gram per dag per inwoner Ter informatie: de factoren voor de omrekening van het karkasgewicht naar het gewicht in de detailhandel bedragen 0,70 voor rundvlees, 0,78 voor varkensvlees en 0,88 voor schapen en gevogelte. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van Statistics Belgium voor België en van de OESO voor de Europese Unie.

Doelstelling: het overtollige aandeel dierlijke eiwitten in de voedselconsumptie verminderen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 2.2: "Tegen 2030 een einde maken aan alle vormen van slechte voeding, waarbij ook tegen 2025 voldaan moet kunnen worden aan de internationaal overeengekomen doelstellingen met betrekking tot groeiachterstand en ondergewicht bij kinderen onder de 5 jaar; en eveneens tegemoetkomen aan de voedingsbehoeften van adolescente meisjes, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en oudere personen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 28: "De sociale en ecologische impact van onze productie- en consumptiewijzen op het vlak van voedingsmiddelen zal aanzienlijk verlaagd zijn" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013). en de vleesconsumptie en -productie hebben een aanzienlijke invloed op de gezondheid en het milieu. Vleesconsumptie verhoogt inderdaad het risico op hart- en vaatziekten en de probabiliteit van bepaalde kankers (Hoge Gezondheidsraad, 2013). Daarnaast heeft de vleesproductie een impact op het milieu, bijvoorbeeld in termen van broeikasgasuitstoot of waterverbruik (FAO, 2006).

Evolutie: de zichtbare vleesconsumptie daalt gestaag van 274 g/inwoner/dag in 2005 tot 206 g/inwoner/dag in 2018.

Internationale vergelijking: de zichtbare vleesconsumptie in de EU27 is tussen 2005 en 2017 stabiel gebleven, hoewel er sinds 2015 een licht stijgende trend is, terwijl de consumptie in België in dezelfde periode is gedaald. Niettemin ligt de consumptie in België in absolute termen hoger dan in de EU27: respectievelijk 206 en 195 g/dag/inwoner in 2018.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 2.2 aangezien overmatige vleesconsumptie een aspect van slechte voeding is.

Bronnen