Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen (i83)

In 2023 bedroeg de Belgische officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen 0,13 procent van het bruto nationaal inkomen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar 0,20 procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000 (gegevens beschikbaar in november 2025). De officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen - België - trendevaluatie

procent van bruto nationaal inkomen

 20002005201020152020202320252030
waarnemingen0.110.160.310.130.160.13----
trend en extrapolatie (november 2025)0.150.190.190.160.140.130.130.12
doelstelling 20300.200.200.200.200.200.200.200.20

Noot: 2020: breuk in tijdreeks

Bron: Eurostat (2025), Official development assistance as share of gross national income, sdg_17_10, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 15/05/2025 23:00 (geraadpleegd 02/07/2025).

Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen - België en internationale vergelijking

procent van bruto nationaal inkomen

 200020052010201520182020202220232023//20002022//2018
België0.110.160.310.130.140.160.130.130.73-1.84
EU270.090.110.130.080.110.120.100.121.26-2.35
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: 2020: breuk in tijdreeks

Bron: Eurostat (2025), Official development assistance as share of gross national income, sdg_17_10, https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 15/05/2025 23:00 (geraadpleegd 02/07/2025).

Definitie: deze indicator meet het deel van de officiële ontwikkelingshulp bestemd voor de minst ontwikkelde landen (MOL’s, in het Engels least developed countries of LDCs). Dat zijn lage-inkomenslanden die kampen met ernstige structurele belemmeringen voor duurzame ontwikkeling. Ze zijn zeer kwetsbaar voor economische en ecologische schokken en hun bevolking heeft een slechtere gezondheid en een lagere scholing. Op de MOL-lijst van december 2023 staan 45 landen. Om de drie jaar wordt die lijst herzien door het Comité voor ontwikkelingsbeleid (Committee for Development Policy) van de Verenigde Naties (UN, 2024). De indicator wordt uitgedrukt in procent van het bruto nationaal inkomen (bni). De indicator omvat zowel bilaterale hulp als toegerekende multilaterale hulp en sinds 2020 ook regionale hulp die aan MOL’s ten goede komt. De gegevens komen van de OESO en van Eurostat.

Doelstelling: 0,2 procent van het bruto nationaal inkomen besteden aan officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de subdoelstelling 17.2: "Ontwikkelde landen dienen ten volle hun verbintenissen aangaande officiële ontwikkelingshulp te implementeren, waaronder ook de verbintenis van vele ontwikkelde landen om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan officiële ontwikkelingshulp voor ontwikkelingslanden (ODA/GNI) en 0,15% tot 0,20% voor de minst ontwikkelde landen; ODA-donoren worden aangemoedigd om voor zichzelf een doelstelling te bepalen om minstens 0,2% te besteden aan de minst ontwikkelde landen".

De Europese Unie heeft die doelstelling van 0,2 procent tegen 2030 opgenomen in de verklaring De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling ‘Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst’ van 7 juni 2017 (Publicatieblad van de Europese Unie C210/1-24 van 30/06/2017; nummer 103). Ze staat ook in Verordening (EU) 2021/947 van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (Publicatieblad van de Europese Unie L209/1-78 van 14/06/2021 en rectificatie L430/42 van 02/12/2021; overweging 22).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met 17.2.1 - Netto officiële ontwikkelingshulp, totaal en voor de minst ontwikkelde landen, als aandeel van het bruto nationaal inkomen van de donorlanden van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Bronnen