Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen

In 2019 besteedde België 32,8 procent van zijn officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling te realiseren, moet dat cijfer stijgen naar vijftig procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000 (gegevens beschikbaar in juni 2021). De officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen - België - trendevaluatie

inclusief toegerekende multilaterale stromen

procent van ODA

 20002005201020152019202020252030
waarnemingen30.831.048.132.032.8------
trend en extrapolatie (juni 2021)37.139.437.432.830.129.627.726.7
doelstelling 2019 en later50.050.050.050.050.050.050.050.0

Berekeningen FPB gebaseerd op OECD (2021), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider and Recipient > Aid (ODA) disbursements to countries and regions [DAC2a], https://stats.oecd.org/ (geraadpleegd op 03/06/2021).

Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen - België en internationale vergelijking

inclusief toegerekende multilaterale stromen

procent van ODA

 199020002005201020142015201820192019//19902019//2014
België40.830.831.048.133.932.031.732.8-0.7-0.6
OESO DAC27.625.423.934.029.928.430.629.60.2-0.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB gebaseerd op OECD (2021), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider and Recipient > Aid (ODA) disbursements to countries and regions [DAC2a], https://stats.oecd.org/ (geraadpleegd op 03/06/2021).

Definitie: deze indicator meet het deel van de officiële ontwikkelingshulp bestemd voor de minst ontwikkelde landen (MOL’s, in het Engels least developed countries of LDCs). Dat zijn lage-inkomenslanden die kampen met ernstige structurele belemmeringen voor duurzame ontwikkeling. Ze zijn zeer kwetsbaar voor economische en ecologische schokken (gemeten met onder meer schommelingen in de landbouwproductie en slachtoffers van natuurrampen) en hun bevolking heeft een slechtere gezondheid (gemeten met kinder- en moedersterfte en ondervoeding) en een lagere scholing (gemeten met onderwijsdeelname en alfabetiseringsgraad). Op de MOL-lijst van december 2018 staan 47 landen. Om de drie jaar wordt die lijst herzien door het Comité voor ontwikkelingsbeleid (Committee for Development Policy) van de Verenigde Naties (UN, 2019).

Doelstelling: minstens vijftig procent van de officiële ontwikkelingshulp besteden aan de minst ontwikkelde landen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de subdoelstelling 17.2: " Ontwikkelde landen dienen ten volle hun verbintenissen aangaande officiële ontwikkelingshulp te implementeren, waaronder ook de verbintenis van vele ontwikkelde landen om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan officiële ontwikkelingshulp voor ontwikkelingslanden (ODA/GNI) en 0,15% tot 0,20% voor de minst ontwikkelde landen; ODA-donoren worden aangemoedigd om voor zichzelf een doelstelling te bepalen om minstens 0,2% te besteden aan de minst ontwikkelde landen.".

Deze subdoelstelling 17.2 stemt overeen met nr. 51 van de Actieagenda van Addis Abeba (AAAA) van de derde internationale conferentie over de financiering van ontwikkeling, die plaatsvond in juli 2015 en waarover de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie 69/313 heeft aangenomen (UN, 2015). De EU heeft zich ertoe verbonden 0,20 procent van het bbp voor ODA aan MOL’s te bereiken tegen 2030 (EU, 2015, nr. 33). De AAAA moedigt, als goede praktijk, aan om minstens vijftig procent van de officiële ontwikkelingshulp te besteden aan MOL’s (UN, 2015, nr. 52). De Belgische federale regering verbond zich ertoe dat doel tegen 2019 te bereiken (De Croo, 2016, p. 7). Die waarde van 50% wordt gehanteerd als doelstelling.

Evolutie: in 2019 besteedde België 32,8% van zijn officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen. Dat is minder dan het gemiddelde van 34,6% in de periode 1990-2019. Dat gemiddelde bedroeg 30,6% in de jaren 1990, 39,1% in de jaren 2000 en 33,9% sinds 2010. De hoogste waarden waren 59,1% in 2003 en 48,1% in 2010, de laagste waarde bedroeg 25,3% in 1996.

Internationale vergelijking: in 2019 besteedden de DAC-landen (de leden van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de OESO, Development Assistance Committee) 29,5% van hun officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen. Dat is minder dan België in dat jaar en iets meer dan hun gemiddelde van 27,7% in de periode 1990-2019. Het Belgische gemiddelde over die hele periode lag 6,8 procentpunt hoger dan dat van de DAC-landen. Sinds 1990 presteerde België ieder jaar beter dan de DAC-landen, behalve in 2012. De laatste jaren is het verschil wel kleiner geworden.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met 17.2.1 - Netto officiële ontwikkelingshulp, totaal en voor de minst ontwikkelde landen, als aandeel van het bruto nationaal inkomen van de donorlanden van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 26/04/2019).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 26/04/2019).
  • Specifiek

    • De Croo A. (2016), Algemene beleidsnota Internationale Ontwikkeling, Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, doc. 54 2111/002, 28/10/2016.

    • EU (2015), Een nieuw wereldwijd partnerschap voor de uitbanning van armoede en voor duurzame ontwikkeling na 2015, Conclusies van de Raad, 26/05/2015, Europese Unie, document 9241/15.

    • UN (2015), Addis Ababa Action Agenda of the Third International Conference on Financing for Development (Addis Ababa Action Agenda), United Nations, Resolution A/RES/69/313, 27/07/2015.

    • UN (2019), Least Developed Countries (LDCs), United Nations, Department of Economic and Social Affairs, Development Policy & Analysis Division, https://www.un.org/development/desa/dpad/least-developed-country-category.html (geraadpleegd op 26/04/2019).