Contact met vrienden en familie

In 2016 verklaarde 67,8% van de Belgische bevolking van 15 jaar of ouder minstens één keer per week contacten te hebben met vrienden, familie of collega’s. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag dit cijfer niet dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Contact met vrienden en familie - België en internationale vergelijking

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 200220042006200820102012201420162016//20022016//2010
België67.771.168.969.070.765.268.067.80.0-0.7
Duitsland59.952.556.156.360.258.055.459.50.0-0.2
Frankrijk66.667.066.267.865.367.265.269.80.31.1
Nederland67.771.168.969.070.765.268.067.80.0-0.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2019), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 07/11/2019).

Contact met vrienden en familie volgens geslacht - België

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 200220042006200820102012201420162016//20022016//2010
vrouwen67.871.369.467.470.266.367.869.00.1-0.3
mannen67.670.968.370.771.363.968.266.6-0.1-1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2019), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 07/11/2019).

Contact met vrienden en familie volgens inkomen - België

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 20102012201420162016//2010
kwintiel 165.266.266.864.9-0.1
kwintiel 271.264.064.962.2-2.2
kwintiel 367.963.665.862.4-1.4
kwintiel 470.067.767.173.20.7
kwintiel 574.564.566.077.50.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2019), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 07/11/2019).

Definitie: sociale contacten worden gedefinieerd door het resultaat van de European Social Survey (ESS) en meer bepaald door minstens één keer per week te antwoorden op de vraag "hoe vaak u om sociale redenen (niet vanwege het werk of uit zuiver plichtsgevoel, maar omdat ze ervoor kiezen om vrienden, familie of collega's te ontmoeten; dat komt overeen met de oorspronkelijke Europese vragenlijst en met de Nederlandstalige vragenlijst. De Franstalige vragenlijst preciseert enkel "niet vanwege het werk") vrienden, familie of collega's ontmoet". Die vraag kwam telkens aan bod in de acht tweejaarlijkse enquêtes van de ESS. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van de ESS. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen zijn op verzoek verkrijgbaar bij het Federaal Planbureau.

Doelstelling: het aandeel personen dat aangeeft minstens één keer per week sociaal contact te hebben mag niet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten het volgende doel: "Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en bouw op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en inclusieve instellingen uit" (doel 16). Sociale netwerken, of familie en vrienden hebben, zijn een belangrijke bijdrage tot vreedzame en inclusieve samenlevingen.

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling heeft als eerste uitdaging: Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013). Om aan deze sociale cohesie bij te dragen, wordt er als impliciete doelstelling beschouwd dat het aandeel personen dat aangeeft minstens één keer per week sociaal contact te hebben met vrienden of familie om sociale redenen, als maatstaf voor het sociaal kapitaal, niet mag dalen.

Evolutie: volgens de ESS bleef die indicator stabiel tussen 2002 en 2016 van 67,7% tot 67,8%. Er is geen duidelijke evolutie vast te stellen.

Internationale vergelijking: in vergelijking met de buurlanden verklaren meer personen in België (67,8%) minstens één keer per week contacten te hebben met vrienden en familie dan in Duitsland (59,5%), maar minder dan in Nederland (79,0%). In Frankrijk zijn er een vergelijkbaar aantal personen (69,8%) die aangeven minstens één keer per week contacten te hebben met vrienden en familie. Die verhoudingen blijven door de acht tweejaarlijkse edities van de ESS heen grotendeels gerespecteerd. De subjectieve aard van deze indicator maakt dat de vergelijking tussen landen met voorzichtigheid geïnterpreteerd moet worden.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

Opsplitsing volgens geslacht: door de acht edities van de ESS heen liepen de evoluties van het aandeel mannen en vrouwen dat aangeeft minstens één keer per week sociaal contact te hebben uiteen: nu eens was het aandeel mannen groter, dan weer het aandeel vrouwen. De verschillen tussen mannen en vrouwen waren ook eerder beperkt.

Opsplitsing volgens inkomenscategorie: de indicator toont hogere waarden voor de twee hoogste inkomenskwintielen dan voor de drie laagste. Er is dus een verband tussen deze indicator en het inkomen: meer respondenten met een hoger inkomen hebben minstens één keer per week sociale contacten.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij doel 16. Sociale netwerken, of familie en vrienden hebben, zijn een belangrijke bijdrage tot vreedzame en inclusieve samenlevingen.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator Sociaal kapitaal, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen