Primair energieverbruik

  •  30/11/2021
  • doelstelling 
  •  evaluatie 
  •  SDG-I  

In 2019 bedroeg het primair energieverbruik in België 2,1 exajoules. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. Volgens de projecties van het Belgisch geïntegreerd nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 zal dat doel bereikt worden (gegevens beschikbaar in november 2021). Het primair energieverbruik evolueert dus gunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Primair energieverbruik - België - trendevaluatie

exajoule (EJ)

 20002005201020152019202020252030
waarnemingen2.202.162.271.932.06------
projectie (november 2021)----------2.001.911.79

Eurostat (2021), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 05/07/2021); Enover/NKC (2019), Belgisch geïntegreerd nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030, https://www.nationaalenergieklimaatplan.be/nl (geraadpleegd op 12/10/2021).

Primair energieverbruik - België

exajoule (EJ)

 1990199520002005201020142015201820192019//19902019//2014
België1.912.022.202.162.271.911.931.962.060.251.46
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 05/07/2021).

Primair energieverbruik - EU27

exajoule (EJ)

 1990199520002005201020142015201820192019//19902019//2014
EU2757.2256.8058.4762.7061.0555.7356.6757.6056.52-0.040.28
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Primary energy consumption [sdg_07_10], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 05/07/2021).

Primair energieverbruik - België en internationale vergelijking

gigajoule (GJ) per inwoner

 1990199520002005201020142015201820192019//19902019//2014
België191.67199.24214.16206.02207.76170.59170.92171.94178.96-0.240.96
EU27136.64133.86136.34144.09138.65125.72127.57129.05126.48-0.270.12
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Primary energy consumption [sdg_07_10] en van Eurostat (2021), Population change - Demographic balance and crude rates at national level, Population on 1 January [demo_gind], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 05/07/2021); berekenigen FPB.

Definitie: het primair energieverbruik is de in België ingevoerde of geproduceerde energie vóór verwerking (in hoofdzaak olieraffinage en elektriciteitsproductie), uitgezonderd de uitvoer, de zeebunkers (de brandstof die geleverd wordt aan schepen voor internationale trajecten) en het niet-energetisch verbruik (bijvoorbeeld olie die gebruikt wordt als grondstof in de chemie). Die indicator wordt uitgedrukt in exajoules (EJ = 1018 joules). De EU-landen worden met elkaar vergeleken met het primair energieverbruik uitgedrukt per inwoner. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van Eurostat.

Doelstelling: het primair energieverbruik moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.3: "Tegen 2030 de globale snelheid van verbetering in energie-efficiëntie verdubbelen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 18: "De verhoging van de energie-efficiëntie van producten zal worden voortgezet met het oog op de vermindering van het eindenergieverbruik" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

In het Europees Beleidskader voor klimaat en energie tegen 2030 is onder meer de doelstelling opgenomen om de energie-efficiëntie met 27% te verbeteren. Het Nationaal Energie-Klimaatplan (NEKP) stelt een doelstelling vast van 1,79 EJ voor België tegen 2030 (ENOVER en Nationale Klimaatcommissie, 2019).

Deze doelstelling moet vergeleken worden met die over energieproductiviteit. In de veronderstelling dat het bbp met 1,4% per jaar groeit (zoals in de energievooruitzichten van het FPB), stemt die doelstelling overeen met een primair energieverbruik van 1,36 EJ in 2030. Dat is aanzienlijk lager dan het voormelde doel van 1,79 EJ. Met het oog op coherentie tussen de verschillende cijferdoelen, wordt voor het primair energieverbruik enkel de gewenste richting (dalen) als doelstelling behouden.

Evolutie: globaal steeg het primair energieverbruik in België tussen 1990 en 1998. Tussen 1998 en 2009 bleef de indicator stabiel vooraleer zijn hoogste punt te bereiken in 2010: 2,27EJ. Daarna daalde het primair energieverbruik trendmatig om in 2014 hetzelfde niveau als in 1990 te bereiken. Vanaf 2015 stijgt de indicator opnieuw licht en bereikt 2,06EJ in 2019.

Internationale vergelijking: net zoals in België is het primaire energieverbruik in de EU27 gestegen van de jaren 1990 tot het begin van de jaren 2000, met een maximumniveau in 2006. Daarna is het geleidelijk gedaald om in 2019 een niveau te bereiken dat dicht bij het in 1990 gemeten niveau ligt.

Het primaire energieverbruik per inwoner is hoger in België (179 gigajoules/inwoner in 2019) dan in de EU27 (126,5 gigajoules/inwoner). Dit verschil is stabiel in de tijd. Het is te verklaren door de aanwezigheid van talrijke industrieën van intermediaire goederen (ijzer- en staalnijverheid, chemie) die veel energie verbruiken en door de slechte isolatie van het gebouwenpark in België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de slechtst presterende groep. In dat jaar stond Roemenië met 69,1 gigajoules/inwoner op de eerste plaats en Luxemburg met 303,9 gigajoules/inwoner op de laatste.

Zowel op Europees (Eurostat, 2015) als op Belgisch niveau, kan de evolutie van de indicator sinds de jaren 2000 hoofdzakelijk uitgelegd worden door de uitvoering van een energie-efficiëntiebeleid, de economische vertraging ten gevolge van de financieel-economische crisis, de weersomstandigheden en de evolutie van de economische structuur (onder andere het gewicht van de industrie in de loop van de tijd).

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 7.3. Het gevolg van een verhoging van de energie-efficiëntie is immers een vermindering van het primaire energieverbruik. De twee concepten zijn dus rechtstreeks met elkaar verbonden.

Bronnen