In 2024 bedroeg het grondstoffenverbruik in België 10,2 ton per inwoner. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is gunstig tussen 2000 en 2024 (evaluatie van november 2025).
Grondstoffenverbruik - België en internationale vergelijking
ton per inwoner
| 2000 | 2005 | 2008 | 2010 | 2015 | 2018 | 2020 | 2024 | 2024//2008 | 2024//2019 | 2024//2000 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | -- | -- | 16.1 | 13.7 | 14.5 | 14.9 | 13.0 | 10.2 | -2.8 | -4.5 | -- |
| EU27 | 16.3 | 17.4 | 18.8 | 14.9 | 14.0 | 14.7 | 14.4 | 14.1 | -1.8 | -1.3 | -0.6 |
| //: Gemiddelde groeivoeten | |||||||||||
Bron: Eurostat (2025), Raw material consumption - tonnes per capita [env_ac_rme], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 22/09/2025).
Grondstoffenverbruik volgens materiaalsoort - België
ton per inwoner
| 2008 | 2010 | 2015 | 2019 | 2020 | 2020//2008 | 2020//2015 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| biomassa | 3.5 | 3.7 | 3.8 | 3.9 | 3.7 | 0.4 | -0.5 |
| metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen | 8.3 | 6.3 | 6.6 | 5.4 | 6.0 | -2.6 | -1.7 |
| fossiele brandstoffen | 4.3 | 3.7 | 4.2 | 3.5 | 3.3 | -2.3 | -5.0 |
| //: Gemiddelde groeivoeten | |||||||
Bron: Eurostat (2025), Raw material consumption - tonnes per capita [env_ac_rme], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 22/09/2025).
Definitie: het grondstoffenverbruik, ook materiaalvoetafdruk genoemd, vertegenwoordigt de totale vraag naar de ontginning van materialen veroorzaakt door de consumptie van goederen en diensten binnen een geografisch referentiegebied, in dit geval België. Gegevens over de materiaalvoetafdruk zijn afkomstig van de materiaalstroomrekeningen, die de stroom van natuurlijke hulpbronnen van het milieu naar de economie modelleren. Ze omvatten de binnenlandse ontginning van materialen gemeten in tonnen grondstoffen (bijvoorbeeld, ruw erts of ruwe oogst) en de in- en uitvoer gemeten volgens schattingen van de grondstofequivalenten van de verhandelde producten (binnenlandse en buitenlandse ontginning die nodig is om de verhandelde producten te produceren). Het grondstoffenverbruik geeft dus de hoeveelheid ontginning aan die nodig is om de in het geografische referentiegebied door eindgebruikers gevraagde goederen te produceren, ongeacht waar ter wereld de ontginning van de grondstoffen plaatsvond (Eurostat, 2018). De beschouwde grondstoffen zijn de biomassa, de metaalertsen, de niet-metaalhoudende mineralen en de fossiele brandstoffen.
De hier gebruikte indicator is het grondstoffenverbruik per inwoner en wordt uitgedrukt in ton per inwoner. De gegevens komen van Eurostat.
Voor deze indicator is volgende opsplitsing beschikbaar: materiaalsoort.
Doelstelling: het grondstoffenverbruik moet dalen.
De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende subdoelstellingen: 12.2 "Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren" en 8.4. "Tot 2030 geleidelijk wereldwijd de hulpbronnenefficiëntie in consumptie en productie verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, in overeenstemming met het 10-jarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen".
De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "De verbruikte hoeveelheid niet-hernieuwbare grondstoffen zal aanzienlijk verminderd zijn en die grondstoffen zullen enkel verder ontgonnen worden indien er geen alternatief uit recyclage bestaat" (doelstelling 33) en "hernieuwbare grondstoffen (...) zullen ontgonnen worden zonder het vermogen van toekomstige generaties om die hulpbronnen te ontginnen, in het gedrang te brengen" (doelstelling 34; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).
VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 12.2.2 - Binnenlands materiaalverbruik, binnenlands materiaalverbruik per inwoner en binnenlands materiaalverbruik per eenheid bbp. Deze indicator wordt eveneens gebruikt voor de opvolging van een subdoelstelling van de SDG Waardig werk en economische groei (indicator 8.4.2)
Bronnen
2025 © cic@plan.be