Overmatige woonkosten (i56)

  •  31/10/2025
  • doelstelling 
  •  evaluatie 

In 2024leefde 6,7 procent van de bevolking in België met overmatige woonkosten. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar nul procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2004 (evaluatie van november 2025). De bevolking in België met overmatige woonkosten, evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Overmatige woonkosten - België - trendevaluatie

procent van bevolking

 2000200420052015201920202021202320252030
waarnemingen--13.08.69.48.4--7.67.8----
trend en extrapolatie (november 2025)--10.510.49.58.58.27.97.46.86.0
doelstelling 20300.00.00.00.00.00.00.00.00.00.0

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; covid-19-pandemie had impact op gegevensverzameling 2020

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://Statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 10/10/2025);

Overmatige woonkosten - België en internationale vergelijking

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
België13.08.68.99.48.98.47.76.7-4.4-3.3
EU27----10.011.29.69.47.88.2-2.7--
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: EU27 2020, BE 2019, EU27 2014-2019: schatting. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen met overmatige woonkosten in 2024 bedraagt 6.1% tot 7.4% voor België.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://Statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 10/10/2025); Statbel (2025), rechtstreekse mededeling 18/11/2025; Statbel; Eurostat (2025), Housing cost overburden rate by household type, ilc_lvho07a , https://ec.europa.eu/eurostat, laatste update van data 10/10/2025 11:00 (geraadpleegd op 10/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens gewest - België

procent van bevolking

 2019202020212022202320242024//2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest19.715.315.717.315.916.6-3.4
Vlaams Gewest6.05.75.65.05.74.8-4.4
Waals Gewest8.98.98.48.78.87.0-4.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: Breuk in tijdreeks: 2019. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het aandeel personen met overmatige woonkosten in 2024 bedraagt 14.3% tot 19.0% voor Brussel, 3.9% tot 5.7% voor Vlaanderen en 6.0% tot 8.0% voor Wallonië.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025); Statbel (2025), rechtstreekse mededeling 18/11/2025

Overmatige woonkosten volgens geslacht - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
vrouwen14.09.49.410.49.89.18.37.0-5.1-3.4
mannen12.17.98.48.58.07.67.26.5-3.1-3.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens leeftijd - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
<1811.56.57.76.67.46.54.84.1-8.8-5.0
18-2413.39.38.19.68.56.14.94.9-4.3-4.9
25-4912.98.98.79.99.68.98.06.3-6.7-3.5
50-6413.58.88.410.08.58.28.16.7-4.0-3.4
>6414.810.111.811.310.010.811.511.20.7-1.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens opleiding - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
hoogstens lager secundair16.99.911.714.714.113.113.312.4-1.1-1.5
hoger secundair12.08.78.59.98.68.98.06.9-5.0-2.7
hoger9.96.56.16.65.65.35.54.9-1.6-3.5
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens huishoudentype - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
alleenstaande30.625.323.227.825.726.927.324.1-2.2-1.2
eenoudergezin29.320.418.319.621.919.813.99.3-14.0-5.6
2 volwassenen <6512.47.47.87.67.55.05.03.5-6.9-6.1
2 volw., minstens 1 >6410.55.26.45.75.75.45.04.8-2.3-3.8
2 volw., 1 of meer (kinderen)7.73.74.94.44.53.42.52.6-5.2-5.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens activiteitsstatus - België

procent van 18-jarigen en ouder

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
werkend8.05.05.05.14.84.84.23.3-7.2-4.3
werkloos25.719.918.728.826.926.227.722.1-3.3-0.8
gepensioneerd14.810.811.410.39.19.910.510.51.2-1.7
andere inactief17.010.511.615.315.813.612.610.4-5.2-2.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019; omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de COVID-19-pandemie omvat de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven.

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens inkomen - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
kwintiel 141.827.732.732.033.029.228.224.9-3.1-2.6
kwintiel 213.09.98.310.88.29.07.66.0-7.8-3.8
kwintiel 35.13.71.93.42.52.92.22.3-4.5-3.9
kwintiel 43.11.40.90.70.70.60.40.5-3.6-8.7
kwintiel 52.20.50.60.20.30.20.30.1-12.9-14.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), SILC-SDG indicatoren 2004-2024, https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/risico-op-armoede-sociale-uitsluiting#figures (geraadpleegd op 06/10/2025)

Overmatige woonkosten volgens woonstatus - België

procent van bevolking

 200420052010201520182019202020242024//20192024//2004
eigenaar, met hypotheek of lening----3.12.41.20.91.11.03.9--
eigenaar, geen uitstaande hypotheek of lening----3.11.81.61.91.92.33.8--
huurder, tegen marktprijs----28.633.734.830.729.424.3-4.6--
huurder, tegen verlaagde prijs of gratis----12.213.814.514.911.07.7-12.3--
//: Gemiddelde groeivoeten

Noot: breuk in tijdreeks: 2019

Bron: Statbel (2025), rechtstreekse mededeling 20/11/2025

Definitie: een persoon heeft overmatige woonkosten indien het deel uitmaakt van een huishouden waar de totale huisvestingskosten meer dan 40% van het beschikbare inkomen uitmaken. Huisvestingstoelagen worden hier buiten beschouwing gelaten.

Huisvestingskosten hebben betrekking op maandelijkse uitgaven die verband houden met het recht om in een woning te wonen. Enkel werkelijk betaalde huisvestingskosten worden in aanmerking genomen, ongeacht wie ze dekt. Dit omvat uitgaven zoals structurele verzekeringen, verplichte diensten en heffingen (bv. riolering en vuilnisophaaldienst), regelmatig onderhoud en herstellingen, belastingen en de kosten van nutsvoorzieningen (water, elektriciteit, gas en verwarming). De berekening van de huisvestingskosten voor huiseigenaren omvat de hypotheekrente na aftrek van eventuele belastingaftrek en zonder huursubsidie. Voor huurders omvat de berekening huurbetalingen bruto van huursubsidies. Dit wil voor eigenaars en huurders zeggen dat de huursubsidie niet mag afgetrokken worden van de totale huisvestingskosten (Eurostat, 2024).

De hier gebruikte gegevens over de personen met overmatige woonkosten zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), waarbij inkomensgegevens steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Dit betekent bijvoorbeeld voor het enquêtejaar 2020 dat bij de berekening van deze indicator de inkomens van 2019 zijn gebruikt, die niet beïnvloed werden door de covid-19-crisis (Statbel, 2021a).

Statbel organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. 2004 is het eerste jaar waarvoor Europees geharmoniseerde gegevens zijn verzameld waarmee de indicator berekend kan worden. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. Omdat de gegevens op een enquête gebaseerd zijn, moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Die onzekerheidsmarge wordt groter naarmate de indicator berekend wordt op kleinere subpopulaties. De betrouwbaarheidsintervallen (BI) zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statbel.

Vanaf 2019 werd de enquêtemethode grondig herzien met het oog op een grotere nauwkeurigheid, waardoor de gegevens tot en met 2018 niet vergelijkbaar zijn met de gegevens vanaf 2019. In 2020 had de covid-19-pandemie een impact op de gegevensverzameling. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van de voorgaande jaren (Statbel, 2021b). Daarom worden ze niet gebruikt om de langetermijntrend te berekenen en te evalueren. Eveneens moet worden opgemerkt dat omwille van het grootschalige gebruik van tijdelijke werkloosheid tijdens de covid-19-pandemie, de categorie 'werkloos' in SILC 2021 niet alleen langdurig werklozen omvat, maar eveneens personen die meer dan 6 maanden tijdelijk werkloos zijn geweest en die algemeen gezien in minder precaire omstandigheden leven (Statbel, 2022).

Voor deze indicator zijn volgende opsplitsingen beschikbaar: gewest, geslacht, inkomen, leeftijd, opleiding, huishoudentype, activiteitsstatus en woonstatus.

Doelstelling: het aandeel van de bevolking met overmatige woonkosten moet dalen naar nul procent in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 11.1: "Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren". De bevolking met overmatige woonkosten, zou dus naar nul moeten tenderen.

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt de volgende doelstelling: "De voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers zullen vervuld zijn, namelijk: (…) waardige huisvesting" (inleiding van de uitdaging Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert; Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 11.1 aangezien de betaalbaarheid van huisvesting er een aspect van is.

Bronnen