Fysieke kapitaalgoederenvoorraad

  •  30/11/2021
  • doelstelling  
  •  evaluatie 
  •  SDG-I  

In 2020 bedroeg de netto fysieke kapitaalgoederenvoorraad in België 295,8 procent van het bruto binnenlands product. De fysieke kapitaalgoederenvoorraad mag niet dalen. De trend is gunstig tussen 2000 en 2020 (evaluatie van november 2021).

The chart will appear within this DIV.

Fysieke kapitaalgoederenvoorraad - België en internationale vergelijking

procent van bruto binnenlands product

 199520002005201020142015201920202020//19952020//20152019//2014
België281.7274.6271.4285.7282.1275.3276.7295.80.21.4-0.4
Duitsland315.3309.9302.2314.5309.2305.8311.1------0.1
Frankrijk264.3257.2280.2311.5317.1312.2312.8335.31.01.4-0.3
Nederland290.4271.5285.6301.6285.0275.7265.5-------1.4
//: Gemiddelde groeivoeten

INR (2021) , Nationale rekeningen / Kapitaalgoederenvoorraad, http://stat.nbb.be/ (geraadpleegd op 26/10/2021); Eurostat (2021), Balance sheets for non-financial assets [nama_10_nfa_bs] en GDP and main components (output, expenditure and income) [nama_10_gdp], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2021); berekenigen FPB.

Definitie: de fysieke kapitaalgoederenvoorraad is de som van alle economische activa die meer dan een jaar herhaaldelijk of continu gebruikt worden in het productieproces (sectie AN.11 uitgezonderd sectie AN.117 uit de nationale rekeningen; Eurostat, 2013). De indicator meet de nettokapitaalgoederenvoorraad (machines, gebouwen, vervoers- en communicatie-infrastructuren enz.). Die wordt berekend door de brutokapitaalgoederenvoorraad, waarbij alle activa gewaardeerd worden aan de prijzen die betaald zouden moeten worden wanneer de activa nu worden aangekocht, te verminderen met de cumulatieve waarde van de afschrijvingen waaraan de bruto-investeringen toegevoegd worden. De indicator wordt uitgedrukt in procent van het bruto binnenlands product. Het FPB berekent de indicator voor België met de gegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Voor de vergelijking met de buurlanden komen de gegevens van Eurostat.

Doelstelling: de fysieke kapitaalgoederenvoorraad mag niet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 9.1: "Ontwikkelen van kwalitatieve, betrouwbare, duurzame en veerkrachtige infrastructuur, met inbegrip van regionale en grensoverschrijdende infrastructuur, ter ondersteuning van de economische ontwikkeling en het menselijk welzijn, met klemtoon op een betaalbare en billijke toegang voor iedereen".

De kapitaalgoederenvoorraad is "een middel om de waarde van de ene verslagperiode naar de andere over te hevelen" (Eurostat, 2013, p.170). De kapitaalgoederenvoorraad kan dus gebruikt worden door toekomstige generaties en bijdragen tot hun welvaart. Vanuit een toekomstgericht perspectief kan er gesteld worden dat de kapitaalgoederenvoorraad behouden moet blijven (UNECE, 2014, p. 29). Dat de netto fysieke kapitaalgoederenvoorraad niet mag dalen, wordt dan ook als impliciete doelstelling beschouwd.

Evolutie: de netto fysieke kapitaalgoederenvoorraad (in volume) in de Belgische economie stijgt constant sinds 1995. Uitgedrukt in procent van het bbp daalde die voorraad tussen 1995 en 2004 en steeg het daarna tot 2009. Tussen 2009 en 2016, is de indicator gevoelig gedaald. Vanaf 2017 stijgt de indicator opnieuw. In 2020 bereikt de indicator zijn hoogste punt (295,8%). Dit resultaat is toe te schrijven aan de sterke inkrimping van de economische activiteit en dus van het bbp tijdens de covid-19-pandemie. Aangezien de indicator zich verhoudt tot het bbp, neemt hij logischerwijs toe in 2020.

Internationale vergelijking: uit de beschikbare gegevens (1995-2019) blijkt dat de netto fysieke kapitaalgoederenvoorraad in België (in volume en als aandeel van het bbp) lager is dan de gemiddelde voorraad van haar drie buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland). Het verschil blijft stabiel in de tijd. In 2019 ligt de Belgische voorraad (276,7% van het bbp) onder de voorraad in Duitsland (311,1%) en Frankrijk (312,8%), maar boven de voorraad in Nederland (265,5%).

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 9.1. Het verhogen van de fysieke kapitaalgoederenvoorraad maakt het immers mogelijk om de nodige infrastructuur te hebben voor de economische ontwikkeling.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator Economisch kapitaal, gepubliceerd in het rapport Indicatoren van duurzame ontwikkeling, te berekenen.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 24/09/2020).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 24/09/2020).
  • Specifiek

    • Eurostat (2013), European system of accounts. ESA 2010, Luxembourg: Publications Office of the European Union, 2013.

    • UNECE (2014), Conference of European Statisticians Recommendations on Measuring Sustainable Development, http://www.unece.org/publications/ces_sust_development.html (geraadpleegd op 24/09/2020).