Contact met vrienden en familie

  •  18/11/2016

In 2014 had 68 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder in België minstens een keer per week sociale contacten. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag het contact met vrienden en familie niet verminderen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Contact met vrienden en familie

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 20022004200620082010201220142014//20022014//2008
België67.771.168.969.070.765.268.00.0-0.2
Duitsland59.952.556.156.360.258.055.4-0.7-0.3
Frankrijk66.667.066.267.865.367.265.2-0.2-0.7
Nederland71.973.677.976.975.276.773.90.2-0.7
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2017), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 08/11/2017).

Contact met vrienden en familie volgens geslacht - België

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 20022004200620082010201220142014//20022014//2008
vrouwen67.871.369.467.470.266.367.80.00.1
mannen67.670.968.370.771.363.968.20.1-0.6
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2017), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 08/11/2017).

Contact met vrienden en familie volgens inkomen - België

personen die verklaren minstens een keer per week sociale contacten te hebben

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 2010201220142014//2010
kwintiel 165.266.266.80.6
kwintiel 271.264.064.9-2.3
kwintiel 367.963.665.8-0.8
kwintiel 470.067.767.1-1.0
kwintiel 574.564.566.0-3.0
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2017), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: sociale contacten worden gedefinieerd door het resultaat van de European Social Survey (ESS) en meer bepaald door minstens één keer per week te antwoorden op de vraag "hoe vaak u om sociale redenen (niet vanwege het werk of uit zuiver plichtsgevoel, maar omdat ze ervoor kiezen om vrienden, familie of collega's te ontmoeten [Dat komt overeen met de oorspronkelijke Europese vragenlijst en met de Nederlandstalige vragenlijst. De Franstalige vragenlijst preciseert enkel "niet vanwege het werk"]) vrienden, familie of collega's ontmoet". Die vraag kwam telkens aan bod in de zeven tweejaarlijkse enquêtes van de ESS. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van de ESS (2017).

Evolutie: volgens de ESS bleef die indicator stabiel tussen 2002 en 2014 van 67,7 % tot 68,0 %. Er is geen duidelijke evolutie vast te stellen. De betrouwbaarheidsintervallen berekend voor deze indicator worden hernomen in bijlage 1.

In vergelijking met de buurlanden verklaren meer personen in België (68,0 %) minstens één keer per week contacten te hebben met vrienden en familie dan in Duitsland (55,4 %), maar minder dan in Nederland (73,9 %). In Frankrijk zijn er een vergelijkbaar aantal personen (65,2 %) die aangeven minstens één keer per week contacten te hebben met vrienden en familie. Die verhoudingen blijven door de zeven tweejaarlijkse edities van de ESS heen grotendeels gerespecteerd. De subjectieve aard van deze indicator maakt dat de vergelijking tussen landen met voorzichtigheid geïnterpreteerd moet worden.

Doelstelling: er is geen expliciete doelstelling over de sociale contacten van de bevolking. De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling heeft wel als eerste uitdaging: Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert. Om aan deze sociale cohesie bij te dragen, beschouwt dit rapport als impliciete doelstelling dat het aandeel personen dat aangeeft minstens één keer per week sociaal contact te hebben met vrienden of familie om sociale redenen, als maatstaf voor het sociaal kapitaal, niet mag dalen.

Opsplitsing volgens geslacht en inkomenscategorie

Door de zeven edities van de ESS heen liepen de evoluties van het aandeel mannen en vrouwen dat aangeeft minstens één keer per week sociaal contact te hebben uiteen: nu eens was het aandeel mannen groter, dan weer het aandeel vrouwen. De verschillen tussen mannen en vrouwen waren ook eerder beperkt en steeds kleiner dan 3,3 procentpunt.

De indicator toont vergelijkbare waarden (ongeveer 65 %) voor de 5 inkomenskwintielen. Er is geen significante invloed van het inkomen op deze indicator.