Risico op armoede of sociale uitsluiting

  •  08/02/2018

In 2016 leefde 20,7 procent van de bevolking in België in een situatie van risico op armoede of sociale uitsluiting. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 10,6 procent.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Risico op armoede of sociale uitsluiting

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België21.622.620.821.021.620.821.221.120.7-0.4-0.3
EU-28----23.724.324.724.624.423.823.5---0.7
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens geslacht - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
vrouwen22.923.721.721.522.321.221.522.222.0-0.30.5
mannen20.321.420.020.420.920.420.920.019.4-0.4-1.0
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens leeftijd - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
<1822.723.723.223.322.821.923.223.321.6-0.4-1.5
18-6421.221.920.020.021.320.821.621.721.70.21.6
>6422.023.321.021.621.219.517.316.216.4-2.4-5.4
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens huishoudentype - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
alleenstaande34.035.430.631.430.833.533.031.530.9-0.8-0.3
eenoudergezin57.851.749.652.952.454.551.448.953.0-0.70.0
twee volwassenen23.322.320.119.920.118.316.215.617.4-2.4-2.6
twee volwassenen met een afhankelijk kind12.713.513.012.315.813.413.912.913.20.31.4
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen10.711.612.010.010.18.612.912.29.5-1.0-1.0
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen20.523.420.619.421.723.421.524.122.00.62.5
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens activiteitsstatus - België

procent van de totale bevolking van 18 jaar en ouder

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
werkend5.76.36.56.16.66.06.76.16.30.80.6
niet werkend36.637.933.834.635.835.534.834.633.8-0.7-0.5
werkloos60.264.153.456.557.769.863.667.666.20.83.2
gepensioneerd22.023.819.720.119.919.417.216.316.4-2.4-4.0
andere inactief41.841.041.441.844.645.547.147.447.61.12.6
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2013

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens inkomen - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
kwintiel 180.482.681.282.783.382.484.082.384.50.40.4
kwintiel 216.817.614.913.816.514.614.715.113.2-2.0-0.9
kwintiel 37.57.64.45.05.14.45.05.64.0-5.1-4.4
kwintiel 42.63.52.22.22.11.91.51.71.2-6.2-11.4
kwintiel 50.91.61.51.31.41.11.00.80.6-3.3-14.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting komt overeen met de verhouding van de som van het aantal personen dat tot minstens één van drie deelpopulaties behoort ten opzichte van de totale bevolking. Die deelpopulaties zijn de personen met een armoederisico, personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit en personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering. De precieze definities van die deelpopulaties zijn vermeld bij respectievelijk indicatoren 5 tot en met 7.

De hier gebruikte gegevens over de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EU-SILC-enquête stijgt het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting van 21,6 % in 2004 tot 22,6 % in 2005. Daarna daalt het tot 20,2 % in 2009 en stijgt vervolgens tot 21,6 % in 2012. Dat aandeel daalt in 2013 tot 20,8 % en stijgt daarna tot 21,2 % in 2014. Hierna daalt deze indicator tot 20,7 % in 2016. Volgens de EU-SILC voor het jaar 2008 behoorden 2,19 miljoen personen in België tot die groep. Het recentste cijfer op basis van de EU-SILC 2016 is 2,34 miljoen personen. Hoewel rekening moet worden gehouden met het feit dat die enquêtegegevens schattingen zijn, kan worden vastgesteld dat sinds de financieel-economische crisis van 2008/2009 die indicator niet in de richting gaat van het hieronder toegelichte cijferdoel van 1,81 miljoen personen voor het jaar 2018 [Federal Public Service Social Security (2017), Analysis of the evolution of the social situation and social protection in Belgium 2017, Monitoring the social situation in Belgium and the progress towards the social objectives and the priorities of the National Reform Programme, Brussels, Federal Public Service Social Security, July 2017, https://socialsecurity.belgium.be/en/publications/analysis-evolution-social-situation-and-social-protection-belgium (geraadpleegd op 20/11/2017)].

In de periode 2010-2016 scoort die indicator in België gemiddeld 3,1 procentpunt lager dan het gemiddelde van de EU-28. In de EU-28 steeg die indicator van 23,7 % in 2010 tot 24,7 % in 2012, waarna die daalde tot 23,4 % in 2016. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven" (doelstelling 2) en "Onder meer via de herverdeling van de geproduceerde welvaart zal elke burger beschikken over middelen om de capaciteiten te ontwikkelen om een project te ondernemen dat zorgt voor sociale integratie" (doelstelling 3).

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

In navolging van de Europa2020-strategie die in de EU een vermindering beoogt van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen, heeft België zich geëngageerd die doelgroep te laten dalen van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een vermindering van 380.000 personen.

Om in de richting van die doelstellingen te gaan, moet het aandeel en het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting dalen.

Opsplitsing volgens leeftijd, meest frequente activiteitsstatus en inkomenscategorie

Het aandeel ouderen met een risico op armoede of sociale uitsluiting daalde aanzienlijk van 22,0 % volgens de EU-SILC voor het jaar 2004 tot 16,4 % volgens de EU-SILC voor het jaar 2016. Voor de andere leeftijdscategorieën daalde die indicator slechts tot 2009, het begin van de financieel-economische crisis, en steeg daarna tot 2016, waar het niveau van 2004 wordt benaderd.

Voor elk jaar van de beschouwde periode is het aandeel personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting steeds het hoogst bij, in dalende volgorde, werklozen, andere inactieven, niet-werkenden, gepensioneerden en werkenden. In de beschouwde periode daalt en stijgt respectievelijk het aandeel gepensioneerden en het aandeel andere inactieven met een risico op armoede of sociale uitsluiting. Het aandeel werklozen met een risico op armoede of sociale uitsluiting daalt van 60,2 % volgens de EU-SILC van 2004 tot 53,4 % volgens de EU-SILC van 2010 en steeg daarna tot 66,2 % volgens de EU-SILC van 2016.

Het aandeel van de bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting daalt sterk naarmate het inkomenskwintiel stijgt. In 2016 behoorde 84,5 % van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel tot die doelgroep. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt het risico op armoede of sociale uitsluiting sterk. In het hoogste inkomenskwintiel loopt 0,6 % van de bevolking een risico op armoede of sociale uitsluiting. Gegevens voor de jaren 2004-2015 wijzen op een vergelijkbare tendens.