Werkgelegenheidsgraad

  •  08/02/2018

In 2016 bedroeg de werkgelegenheidsgraad in België 67,7 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Werkgelegenheidsgraad

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 19932000200520102011201220132014201520162016//19932016//2011
België61.266.366.567.667.367.267.267.367.267.70.40.1
EU-28----67.968.668.668.468.469.270.171.0--0.7
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Werkgelegenheidsgraad volgens geslacht - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 19932000200520102011201220132014201520162016//19932016//2011
vrouwen48.956.458.661.661.561.762.162.963.063.01.10.5
mannen73.476.174.373.573.072.772.371.671.372.3-0.1-0.2
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Werkgelegenheidsgraad volgens leeftijd - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd

 19932000200520102011201220132014201520162016//19932016//2011
25-5473.677.978.380.079.379.379.079.178.579.10.30.0
55-6422.226.331.837.338.739.541.742.744.045.43.23.2
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Werkgelegenheidsgraad volgens opleiding - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 19922000200520102011201220132014201520162016//19922016//2011
hoogstens lager secundair onderwijs48.751.248.848.447.347.146.846.645.645.6-0.3-0.7
hoger secundair onderwijs67.069.168.869.168.968.568.667.267.267.70.0-0.3
hoger onderwijs83.985.482.881.982.081.881.082.081.882.2-0.10.0
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Werkgelegenheidsgraad volgens nationaliteit - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 200620102011201220132014201520162016//20062016//2011
Belgen67.868.868.768.668.768.668.569.00.20.1
EU-28-burgers m.u.v. Belgen61.565.165.165.163.665.766.467.81.00.8
niet-EU-burgers36.340.339.638.939.940.542.741.71.41.0
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Werkgelegenheidsgraad volgens nationaliteit: verschil tussen Belgen en niet-EU-burgers - België

procentpunten; bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 200620102011201220132014201520162016//20062016//2011
verschil31.528.529.129.728.828.125.827.3-1.4-1.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, lfsa_ergacob, lfsa_ergaed, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 30/10/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: de werkgelegenheidsgraad is het aandeel van de werkende beroepsbevolking in de bevolking op arbeidsleeftijd. De werkende beroepsbevolking is gelijk aan het aantal personen in de leeftijdscategorie 20 tot 64 jaar die ten minste één uur hebben gewerkt gedurende de referentieperiode, ofwel als loontrekkende met een arbeidscontract in de particuliere sector of de openbare sector, ofwel als niet-loontrekkende (zelfstandige of helper) in een productie-eenheid. Daarbij kan opgemerkt worden dat de werkende beroepsbevolking ook gelijk is aan de som van de binnenlandse werkgelegenheid en het grensarbeidsaldo (namelijk het saldo van het aantal Belgische inwoners dat in het buitenland werkt en het aantal niet-Belgische inwoners dat in België werkt). De bevolking op arbeidsleeftijd bestaat uit de personen van 20 tot 64 jaar. De hier gebruikte werkgelegenheidsgegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens die enquête steeg de werkgelegenheidsgraad van de 20-64-jarigen tussen 1993 en 2000 van 61,2 % tot 66,3 %. Daarna volgde een lichte daling tot 64,7 % in 2003, waarna die indicator opnieuw toenam tot 68,0 % in 2008. Sindsdien fluctueerde de werkgelegenheidsgraad rond dit niveau als gevolg van de financieel-economische crisis: in 2016 bedroeg het 67,7 %. De stijgende arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en ouderen is de belangrijkste oorzaak van de stijgende werkgelegenheidsgraad tussen 1993 en 2016.

In de periode 2001-2016 ligt de werkgelegenheidsgraad van de 20-64-jarigen in de Europese Unie (28 lidstaten) steeds boven het Belgische cijfer. De stijgende trend tussen 2001 en 2008 die in België is waargenomen geldt ook voor de EU-28. In die periode steeg die indicator in de EU-28 van 66,9 % tot 70,3 %. Daarna volgt, net zoals in België, een daling tot 68,4 % in 2012. In tegenstelling tot België steeg die indicator daarna tot 71 % in 2016. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "De arbeidsmarkt zal voor iedereen toegankelijk zijn en de actieve bevolking waardig werk aanbieden" (doelstelling 8), "Het werkgelegenheidsniveau zal zo hoog en stabiel mogelijk zijn en respecteert de principes van waardig werk. Iedereen op arbeidsleeftijd zal de mogelijkheid hebben betaald werk te vinden" (doelstelling 9) en "De arbeidsomstandigheden zullen gedurende de hele loopbaan aangepast worden om ervoor te zorgen dat de levenskwaliteit verbetert en dat men langer kan werken" (doelstelling 11).

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstelling: "tegen 2030 komen tot een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jonge mensen en personen met een handicap, alsook een gelijk loon voor werk van gelijke waarde" (subdoelstelling 8.5).

In navolging van de Europa2020-strategie die een stijging in de EU beoogt van de werkgelegenheidsgraad tot 75 % in 2020, heeft België zich geëngageerd de werkgelegenheidsgraad te laten stijgen tot 73,2 % in 2020. Het federaal regeerakkoord van oktober 2014 [Federale Regering (2014), Federaal regeerakkoord, 9 oktober 2014, p. 118,
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/0020/54K0020001.pdf (geraadpleegd op 02/12/2015)] bevestigt deze doelstelling. België heeft daarenboven in de Nationale Hervormingsprogramma's (die kaderen in de opvolging van de Europa2020-strategie) bijkomende werkgelegenheidsdoelstellingen aangenomen voor het jaar 2020 voor vrouwen (69,1 %) en voor personen tussen 55 en 64 jaar (50 %). Voorts moet volgens die hervormingsprogramma's in 2020 het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van niet-EU-burgers en Belgen minder dan 16,5 procentpunt bedragen.

Om in de richting van de doelstellingen te gaan, moet de werkgelegenheidsgraad stijgen.

Opsplitsing volgens geslacht, leeftijd, nationaliteit en opleidingsniveau

De stijgende arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en ouderen is de belangrijkste oorzaak van de gestegen globale werkgelegenheidsgraad. Zo steeg de werkgelegenheidsgraad van vrouwen van 48,9 % in 1993 tot 63,0 % in 2016. In die periode steeg de werkgelegenheidsgraad van ouderen van 22,2 % tot 45,4 %. Tussen 2006 en 2016 steeg de werkgelegenheidsgraad van niet-EU-burgers van 36,3 % tot 41,7 %. De werkgelegenheidsgraad van Belgen schommelde in die periode rond 68,6 %, terwijl die van EU-burgers zonder de Belgen fluctueerde rond 64,7 %. Het verschil in de werkgelegenheidsgraad tussen Belgen en niet-EU-burgers dat uit voorgaande cijfers kan worden afgeleid, daalde van 31,5 procentpunt in 2006 tot 27,0 procentpunt in 2008. Daarna steeg dat verschil tot 29,7 procentpunt in 2012 om daarna te dalen tot 27,3 procentpunt in 2016.

De werkgelegenheidsgraad verschilt duidelijk naar opleidingsniveau. In de periode 1992-2016 schommelde die van personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs rond 47,7 %, terwijl die van personen met een diploma hoger secundair onderwijs gemiddeld 67,9 % bedroeg. De werkgelegenheidsgraad van personen met een diploma hoger onderwijs is steeds het hoogst en bedraagt gemiddeld 82,6 % tussen 1992 en 2016.

 

Deze indicator behoort ook tot een andere databank van het Federaal Planbureau die bovendien regionale gegevens voor België bevat: de indicatoren van het innovatiesysteem (enkel in het Engels beschikbaar).