Levenslang leren

  •  02/06/2017

In 2016 had 7 procent van de Belgische bevolking van 25 tot 64 jaar tijdens de vier weken voor het interview deelgenomen aan een vorming of opleiding. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Levenslang leren

procent van de 25-64-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
België2.36.27.47.46.96.97.46.97.04.7-1.1
EU-28----9.39.19.210.710.810.710.8--3.5
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999 BE, 2003 EU, 2004 BE, 2006, 2013 EU

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_01 en trng_lfse_03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Levenslang leren volgens geslacht - België

procent van de 25-64-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
vrouwen1.75.77.67.87.37.17.97.37.56.4-0.8
mannen2.86.77.27.06.56.76.96.56.53.6-1.5
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2004, 2006

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_01 en trng_lfse_03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Levenslang leren volgens opleiding - België

procent van de 25-64-jarigen

 2000200520102011201220132014201520162016//19922016//2011
hoogstens lager secundair onderwijs2.23.13.23.22.93.03.13.02.8---2.6
hoger secundair onderwijs6.57.36.15.95.55.25.75.55.3---2.1
hoger onderwijs11.915.312.312.511.611.712.211.211.5---1.7
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), trng_lfse_01 en trng_lfse_03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: aandeel van de bevolking dat heeft deelgenomen aan een (formele of niet-formele) vorming tijdens de laatste vier weken voorafgaand aan het interview. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EAK steeg het aandeel van de bevolking tussen 25 en 64 jaar dat deelgenomen heeft aan een vorm van opleiding of vorming duidelijk tussen 1992 en 2004, namelijk van 2,3 % tot 8,6 %. Vervolgens daalde het opnieuw tot 7,1 % in 2008, maar vertoont sindsdien geen duidelijke trend en bedraagt 7,0 % in 2016.

Hierdoor loopt België steeds meer achterop ten opzichte van het Europese gemiddelde. Terwijl het verschil tussen België en de EU-28 in 2002 nog 1,1 procentpunt bedroeg, liep het in 2016 op tot 3,8 procentpunt. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort minder goed dan het Europese gemiddelde. De buurlanden Frankrijk (4e) en Nederland (5e) doen het duidelijk beter.

Doelstelling: de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten het volgende doel: "Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen" (doelstelling 4). Het Nationaal Hervormingsprogramma 2011 dat door België in april 2011 werd goedgekeurd in het kader van de Europa 2020-strategie bevat als een van 7 prioritaire beleidslijnen de "Toename van levenslang leren voor arbeiders en van de scholing van werkzoekenden" om de werkgelegenheidsdoelstelling (werkgelegenheidsgraad van 73,2 % in 2020) te kunnen behalen. Om in de richting van die doelstelling te gaan, moet het aandeel van de bevolking dat deelneemt aan levenslang leren, stijgen.

Opsplitsing volgens geslacht

Het verschil tussen mannen en vrouwen inzake levenslang leren is gering. Sinds 1992 nemen mannen en vrouwen in bijna dezelfde mate deel aan opleiding en vorming; het grootste verschil tussen beide bedroeg 1,7 procentpunt in 1999. Voor 2002 volgden mannen meer opleiding dan vrouwen, sinds 2005 is het omgekeerd.

 

Deze indicator behoort ook tot een andere databank van het Federaal Planbureau die bovendien regionale gegevens voor België bevat: de indicatoren van het innovatiesysteem (enkel in het Engels beschikbaar).