Vroegtijdige schoolverlaters

  •  08/02/2018

In 2016 waren er in België 8,8 procent vroegtijdige schoolverlaters in de bevolking van 18 tot 24 jaar. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat aandeel dalen naar nul procent.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Vroegtijdige schoolverlaters

procent van de 18-24-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
België18.113.811.912.312.011.09.810.18.8-3.0-6.5
EU-28----13.913.412.711.911.211.010.7---4.4
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999 BE, 2003 EU, 2004 BE, 2006, 2008 BE, 2014

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_14, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Vroegtijdige schoolverlaters volgens geslacht - België

procent van de 18-24-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
vrouwen16.511.010.09.79.58.77.78.67.4-3.3-5.3
mannen19.816.413.814.914.413.211.811.610.2-2.7-7.3
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 1999, 2004, 2006, 2008, 2014

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_14, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: aandeel jongeren tussen 18 en 24 jaar met hoogstens een diploma lager middelbaar onderwijs die geen onderwijs of opleiding volgden tijdens de vier weken die voorafgingen aan het interview. Het lager middelbaar onderwijs komt overeen met de ISCED (International Standard Classification of Education) 2011 niveaus 0-2 voor gegevens vanaf 2014 en met ISCED 1997 niveaus 0-3C voor gegevens tot 2013. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EAK is het aandeel vroegtijdige schoolverlaters tijdens de beschouwde periode gedaald van 18,1 % in 1992 tot 8,8 % in 2016.

Zowel in de EU-28 als in België daalde het aandeel schoolverlaters. In de EU-28 was die daling echter licht sterker (jaarlijkse groeivoet van -3,0 % tussen 2000 en 2016) dan in België (jaarlijkse groeivoet van -2,8 % over dezelfde periode). Het aandeel schoolverlaters ligt in de beschouwde periode wel lager in België dan in de EU-28. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstelling: "Aan de voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers is voldaan, namelijk: vrede, onderwijs, inkomen, gezondheid, waardige huisvesting, een stabiel ecosysteem, duurzame hulpbronnen en sociale rechtvaardigheid" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert").

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstelling: "Er tegen 2030 voor zorgen dat alle meisjes en jongens op een vrije, billijke en kwalitatief hoogstaande manier lager en middelbaar onderwijs kunnen afwerken, wat moet kunnen leiden tot relevante en doeltreffende leerresultaten" (subdoelstelling 4.1).

Het Nationaal Hervormingsprogramma voor 2011 dat België in april 2011 goedkeurde in het kader van de Europa 2020-strategie bevat de volgende doelstelling over onderwijs en opleiding: het aandeel jongeren tussen 18 en 24 jaar dat hoogstens lager secundair onderwijs heeft voltooid en dat geen onderwijs of opleiding volgt, verminderen tot 9,5 % in 2020. Om in de richting van de doelstelling te gaan, moet het aandeel vroegtijdige schoolverlaters dalen.

Opsplitsing volgens geslacht

Meer mannen (10,2 %) dan vrouwen (7,4 %) verlaten de school zonder diploma. De afgelopen jaren toont de evolutie bij de mannen een sterkere variatie dan bij de vrouwen. Het verschil tussen mannen en vrouwen schommelde tussen de 2,2 procentpunt in 1993 en 6,1 procentpunt in 2002 en bedraagt in 2016 2,8 procentpunt. Het aandeel school­verlaters ligt over de volledige periode hoger bij mannen dan bij vrouwen en beide groepen vertonen een dalende trend over de hele periode.