Binnenlands materiaalverbruik

In 2019 bedroeg het binnenlands materiaalverbruik in België 10,7 ton per inwoner. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. De trend is gunstig tussen 2000 en 2019 (evaluatie van juni 2021).

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Binnenlands materiaalverbruik - België en internationale vergelijking

ton per inwoner

 1990199520002005201020142015201820192019//19902019//20142019//2000
België14.715.515.615.014.513.513.313.310.7-1.1-4.6-2.0
EU27----15.516.414.413.813.714.414.2--0.6-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Binnenlands materiaalverbruik volgens materiaalsoort - België

ton per inwoner

 1990199520002005201020142015201820192019//19902019//2014
biomassa4.14.24.94.64.84.84.44.34.10.0-3.3
metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen6.57.06.26.87.06.06.35.95.4-0.6-2.1
fossiele brandstoffen4.14.54.53.83.12.92.93.32.9-1.3-0.4
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2021), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 02/06/2021).

Definitie: het binnenlands materiaalverbruik is de binnenlandse ontginning, waarbij de invoer wordt opgeteld en waarvan de uitvoer wordt afgetrokken. De beschouwde grondstoffen zijn de biomassa, de metaalertsen, de niet-metaalhoudende mineralen en de fossiele brandstoffen, alsook twee restcategorieën (over afval en andere producten die 1 tot 2% van het totaal uitmaken). Het binnenlands materiaalverbruik houdt rekening met de grondstoffen vervat in de afgewerkte en halfafgewerkte goederen in België ingevoerd of door België uitgevoerd, maar die grondstoffen worden enkel meegerekend in de materiaalcategorie waaruit het product in hoofdzaak bestaat. De hier gebruikte indicator is het binnenlands materiaalverbruik per inwoner en wordt uitgedrukt in ton per inwoner. De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: het totale binnenlands materiaalverbruik moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende subdoelstellingen: 12.2 "Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren" en 8.4. "Tot 2030 geleidelijk wereldwijd de hulpbronnenefficiëntie in consumptie en productie verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, in overeenstemming met het 10-jarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "De verbruikte hoeveelheid niet-hernieuwbare grondstoffen zal aanzienlijk verminderd zijn en die grondstoffen zullen enkel verder ontgonnen worden indien er geen alternatief uit recyclage bestaat" (doelstelling 33) en "hernieuwbare grondstoffen /[.../] zullen ontgonnen worden zonder het vermogen van toekomstige generaties om die hulpbronnen te ontginnen, in het gedrang te brengen" (doelstelling 34; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Evolutie: in de jaren '90 is het binnenlands materiaalverbruik per inwoner gestegen om een maximum van 17,9t/inwoner te bereiken in 2001. Sindsdien, daalde dat verbruik tot 10,7t/inwoner in 2019. Datzelfde jaar vertegenwoordigde de netto-invoer 23% van het totale binnenlands materiaalverbruik in België.

Internationale vergelijking: de evolutie van die indicator in België leunt dicht aan bij de evolutie in de EU27. In 2019 ligt het binnenlands materiaalverbruik per inwoner in België (10,9t/inwoner) onder het Europese gemiddelde (14,2t/inwoner). In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2019 tot de best presterende groep.

Opsplitsing volgens gewest: kan niet worden weergegeven omdat er momenteel geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn.

Opsplitsing volgens materiaalsoort: het binnenlands materiaalverbruik kan onderverdeeld worden in drie grote categorieën naargelang het type van de beschouwde grondstof: biomassa, metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen evenals fossiele brandstoffen. In 2019, bedraagt biomassa 33% van het binnenlands materiaalverbruik, metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen bedragen 44% en fossiele brandstoffen 23%.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 12.2.2 - Binnenlands materiaalverbruik, binnenlands materiaalverbruik per inwoner en binnenlands materiaalverbruik per eenheid bbp. Deze indicator wordt eveneens gebruikt voor de opvolging van een subdoelstelling van de SDG Waardig werk en economische groei (indicator 8.4.2)

Bronnen