Besluiten over trends en opsplitsing van indicatoren

Deze besluiten komen uit het rapport 2018 over aanvullende indicatoren naast het bbp.

 

Trends van de indicatoren

Het doel van dit rapport is een set aanvullende indicatoren naast het bbp te selecteren en de evolutie ervan in de tijd te tonen, eerder dan de trends van die indicatoren diepgaand te analyseren. Een dergelijke analyse komt aan bod in andere werkzaamheden, zoals de balansen van de indicatoren die, met specifieke methodologieën, de vooruitgang naar de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN meten (zie Balans - Indicatoren van duurzame ontwikkeling). Toch is het mogelijk om op basis van de verzamelde indicatoren enkele eerste vaststellingen te formuleren over de evolutie en de duurzaamheid van het welzijn en de ontwikkeling van de samenleving.

De meeste indicatoren uit dit rapport (58 van de 63) kunnen gekoppeld worden aan een door het beleid bepaalde doelstelling op Belgisch, Europees of wereldvlak. Die doelstellingen zijn vermeld in de presentatie van elke indicator. Sommige doelstellingen zijn gekwantificeerd, andere zijn kwalitatief. Ze informeren dan enkel over de richting waarin de indicator zou moeten evolueren.

De evaluatie in dit deel steunt uitsluitend op de richting waarin de indicatoren evolueren, dus naar de doelstelling of ervan weg. Die evaluatie moet om verscheidene redenen met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.

  • De evaluatie zegt niets over het tempo van de evolutie van de indicatoren, namelijk of ze traag of snel naar hun doelstelling evolueren.
  • De evaluatie zegt niets over het huidige niveau van de indicator, of hij zich dichtbij of ver van zijn doelstelling bevindt.
  • Aangezien de doelstellingen door het beleid bepaald zijn, gaat de analyse evenmin over de relevantie van de doelstellingen, gegeven de wetenschappelijke kennis.

Voor ongeveer veertig procent van de indicatoren zijn er bovendien weinig gegevens beschikbaar (bepaalde enquêtes worden bijvoorbeeld maar om de vijf jaar georganiseerd, of bepaalde indicatoren werden recent ontwikkeld). Het is dan ook moeilijk om de statistische significantie van de waargenomen trends te analyseren. De hier uitgevoerde evaluatie steunt enkel op de voorbije trends op lange en middellange termijn, gemeten met de gemiddelde jaarlijkse groeivoeten van de indicatoren voor de hele periode (van 1990 tot 2016, afhankelijk van de beschikbare gegevens) en voor de laatste vijf waarnemingsjaren. Die groeivoeten zijn opgenomen in de tabellen met cijfergegevens over elke indicator.

In deze paragraaf worden de evoluties van de indicatoren geanalyseerd aan de hand van de transversale dimensies Hier en nu, Later en Elders.

Hier en nu

Die dimensie omvat de indicatoren die het mogelijk maken de volgende vragen te beantwoorden: hoe evolueert het welzijn van de Belgen sinds 1990; in welke richting ontwikkelt de Belgische samenleving zich sinds 1990? Die dimensie bevat 37 indicatoren, vooral uit de sociale thema's Subjectief welzijn, Levensstandaard en armoede, Werk en vrije tijd, Gezondheid, Opleiding en vorming en Samenleving. Daaraan moeten twee milieu-indicatoren worden toegevoegd (blootstelling aan fijn stof en uitstoot van stikstofoxiden), de indicator over de slachtoffers van natuurrampen, die over energieafhankelijkheid en die over de verkeersdoden. Er zijn meer gunstige dan ongunstige evoluties.

Voor die dimensie tekent zich geen systematische trend af.

Met betrekking tot die dimensie zijn de vergelijkingen van de indicatoren tussen België en de EU-28, of anders tussen België en de drie buurlanden, in het algemeen gunstig voor België. Van de 23 indicatoren die vergeleken kunnen worden, tonen 16 immers een gunstigere toestand in België dan in Europa.

Later

Die dimensie omvat de indicatoren die het mogelijk maken de volgende vragen te beantwoorden: hoe evolueert de capaciteit van de Belgen en van de samenleving om het welzijn in de toekomst te behouden of zelfs te verhogen? Die dimensie bevat 32 indicatoren, voornamelijk uit de milieu- (Milieu, Klimaat, Energie, Natuurlijke hulpbronnen, Land en ecosystemen) en de economische thema's (Economisch kapitaal, Mobiliteit en vervoer). Ze bevat eveneens de thema's Gezondheid (drie indicatoren) en Opleiding en vorming (twee indicatoren), evenals twee indicatoren van het thema Samenleving (gegeneraliseerd vertrouwen en contact met vrienden en familie, die op het sociaal kapitaal betrekking hebben) en een indicator van het thema Werk en vrije tijd (jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen).

De meeste indicatoren van die dimensie evolueren in de richting van hun doelstelling, zowel over de hele periode als over de laatste vijf jaar. De belangrijkste uitzonderingen zijn de volgende.

Met betrekking tot die dimensie zijn de vergelijkingen van de indicatoren tussen België en de EU-28, of anders tussen België en de drie buurlanden, niet gunstig voor België. Van de 23 indicatoren die vergeleken kunnen worden, tonen 12 immers een gunstigere toestand in België dan in Europa. Vooral voor de sociale indicatoren zijn de vergelijkingen gunstiger, terwijl de toestand van de milieu-indicatoren minder gunstig is in België dan elders in Europa.

Elders

Die dimensie omvat de indicatoren die het mogelijk maken de volgende vraag te beantwoorden: hoe beïnvloedt de ontwikkeling van de samenleving in België de capaciteit van de andere landen om zich te ontwikkelen en het welzijn van hun bevolking? Die dimensie bevat vijf indicatoren, vier uit de thema's Natuurlijke hulpbronnen, Klimaat en Energie, en een over officiële ontwikkelingshulp uit het thema Levensstandaard en armoede.

  • De indicatoren uit de thema's Natuurlijke hulpbronnen, Klimaat en Energie zijn verbonden met de wereldwijde milieukapitalen, zoals het klimaatsysteem en de grondstoffen. Die indicatoren evolueren in de richting van hun doelstelling.
  • Daarnaast lag de officiële ontwikkelingshulp gemiddeld hoger in de jaren 2000-2010 dan in de jaren 1990. Ze daalt sinds 2011 (in procent van het bbp).

Met betrekking tot die dimensie zijn de vergelijkingen van de indicatoren tussen België en de EU-28, of anders tussen België en de drie buurlanden, niet gunstig voor België. Van de vijf indicatoren die vergeleken kunnen worden, toont slechts een indicator, namelijk het binnenlands materiaalverbruik, een gunstigere toestand in België dan in Europa.

Slotopmerkingen

De in dit rapport uitgevoerde analyse van de trends van de indicatoren betreft, enerzijds, het niveau in België in vergelijking met het niveau in Europa en, anderzijds, de evolutie van de Belgische indicatoren ten opzichte van de door het beleid vastgestelde doelstellingen. Deze analyse zou eveneens het niveau van de indicatoren in België in vergelijking met hun doelstelling of een vergelijking van de evoluties van de indicatoren in België en in Europa kunnen omvatten. Deze beide bijkomende analyses kunnen het onderwerp zijn van latere publicaties.

Wanneer het niveau van de in dit rapport voorgestelde indicatoren wordt vergeleken met het Europese gemiddelde of dat van de buurlanden, is de vergelijking algemeen gunstig voor de sociale indicatoren en ongunstig voor de milieu-indicatoren. Wanneer de evolutie van die indicatoren echter wordt vergeleken met hun beleidsdoelstelling, vertonen de indicatoren over de milieuthema’s algemeen genomen gunstigere evoluties dan de indicatoren over de sociale thema's.

De resultaten van de Europese vergelijking worden hoofdzakelijk verklaard door twee factoren. Enerzijds is het sociaal beschermingssysteem beter ontwikkeld in België dan in veel andere Europese landen. Anderzijds is België een dichtbevolkt land met een actieve industriële sector met meer vervuilende intermediaire activiteiten dan het gemiddelde, zoals de chemische industrie. België is dus een land waar de milieudruk hoger ligt dan het Europese gemiddelde. Dat verklaart waarom de vergelijking met Europa gunstig is voor de sociale indicatoren en ongunstig voor de milieu-indicatoren.

De financieel-economische crisis sinds 2008 is een van de factoren die de evolutie van de indicatoren in België ten opzichte van hun doelstelling verklaart. Die had immers een ongunstige impact op veel sociale indicatoren, zoals de overmatige schuldenlast van de gezinnen of de leefloners, terwijl de vertraging van de economische activiteit leidde tot een daling van een deel van de milieudruk. Een diepgaande analyse van de redenen die de evolutie van de indicatoren in België verklaren, valt buiten het bestek van dit rapport.

 

Opsplitsing van de indicatoren

De waarden en de evoluties van eenzelfde indicator verschillen vaak voor verschillende bevolkingscategorieën. Veel indicatoren (28 van de 63) zijn dan ook opgesplitst volgens relevante bevolkingscategorieën (zie tabel 2, p. 6 van het rapport). Er werd hoofdzakelijk opgesplitst volgens geslacht, inkomens- en opleidingsniveau en leeftijd. De conclusies getrokken uit die opsplitsingen blijven grotendeels dezelfde als in de vorige rapporten.

  • De opsplitsingen volgens geslacht tonen dat veel verschillen afnemen, hoewel er nog grote verschillen blijven bestaan.
  • De opsplitsingen volgens opleidingsniveau tonen dat er verschillen blijven bestaan, en zelfs toenemen.
  • De opsplitsingen volgens leeftijd tonen dat de toestand van de ouderen gunstiger evolueert dan de toestand van de jongeren.

De opsplitsing volgens inkomensniveau gaat over de indicatoren van de volgende vier thema's: Subjectief welzijn, Levensstandaard en armoede, Gezondheid en Samenleving. Die opsplitsingen tonen een gunstigere situatie voor de hogere inkomenscategorieën.

In het thema Subjectief welzijn, stijgt de indicator tevredenheid met het leven met het inkomen. De betrouwbaarheidsintervallen die voor die opsplitsing berekend werden, zijn evenwel relatief groot en die trend zal bevestigd moeten worden door andere waarnemingen. Bovendien toont de door het FPB uitgevoerde analyse van de determinanten van het welzijn (Joskin, 2017, zie hoofdstuk 3) dat, wanneer het inkomen en andere variabelen zoals gezondheid of opleiding samen worden geanalyseerd, gezondheid, kunnen werken, een diploma hebben en omringd zijn door naasten de belangrijkste determinanten van het welzijn zijn. De analyse toont ook dat de rechtstreekse impact van het inkomen op het welzijn beperkt is, terwijl ernstige materiële ontbering een grote impact heeft. Het feit dat een persoon geen voldoende hoog inkomen heeft om toegang te krijgen tot de gangbare levensstijl is dus belangrijker dan de hoogte van het inkomen zelf.

In het thema Levensstandaard en armoede, worden drie indicatoren opgesplitst volgens inkomen: risico op armoede of sociale uitsluiting, zeer lage werkintensiteit en ernstige materiële ontbering. Die drie indicatoren vertonen zoals verwacht zeer hoge waarden in het eerste kwintiel (de twintig procent laagste inkomens), lagere waarden (drie tot zes keer lager) in het tweede kwintiel, en zeer lage of nulwaarden voor de andere drie kwintielen.

In het thema Gezondheid, worden vier indicatoren opgesplitst volgens inkomen: dagelijkse rokers, obesitas bij volwassenen, depressie en uitstel of afstel van medische zorg om financiële redenen. Voor die vier indicatoren is gezondheid positief gecorreleerd met het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe kleiner het aandeel rokers, zwaarlijvige en depressieve personen, en hoe minder uitstel of afstel van medische zorg om financiële redenen.

In het thema Samenleving, stijgen het gegeneraliseerd vertrouwen, het veiligheidsgevoel in de openbare ruimte en het vertrouwen in instellingen met het inkomensniveau. Het contact met vrienden en familie is daarentegen stabiel in functie van het inkomen. De opsplitsingen van de slachtoffers van inbraak of lichamelijk geweld vertonen een stijgende trend met het inkomensniveau, hoewel die trend niet duidelijk is.

 

Pistes voor toekomstige werkzaamheden

Deze set aanvullende indicatoren naast het bbp zal jaarlijks bijgewerkt worden en zal evolueren naargelang van de toestand van de kennis en het maatschappelijk debat. Deze set biedt gegevens aan die een basis kunnen vormen voor een diepgaandere analyse dan die in dit hoofdstuk. Andere werkzaamheden zouden in de toekomst gebruik kunnen maken van deze gegevensbank, die beschikbaar is op www.indicators.be.

In de komende jaren zal het FPB zijn werkzaamheden rond de aanvullende indicatoren naast het bbp voortzetten, onder meer in de volgende domeinen:

  • verder onderzoek naar de composiete indicatoren verrichten (zie hoofdstuk 3);
  • nieuwe indicatoren ontwikkelen om die set aan te vullen, in het bijzonder de koolstofvoetafdrukindicator voorgesteld in hoofdstuk 2;
  • de samenhang tussen deze set aanvullende indicatoren naast het bbp en de indicatoren van duurzame ontwikkeling verder versterken, meer bepaald in de context van de opvolging van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (of SDG's van het Engelse Sustainable Development Goals).