Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen

In 2015 besteedde België 32 procent van zijn officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling te realiseren, moet dat deel van de hulp tegen 2019 stijgen naar vijftig procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. De officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

TRENDEVALUATIE: Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen - België

inclusief toegerekende multilaterale stromen

procent van ODA

 2000200520102015202020252030
waarnemingen30.831.048.132.0------
trend en extrapolatie37.139.537.733.230.028.327.3
doelstelling 2019 en later50.050.050.050.050.050.050.0

Berekeningen FPB gebaseerd op OECD (2017), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider and Recipient > Aid (ODA) disbursements to countries and regions [DAC2a], http://stats.oecd.org/ (geraadpleegd op 26/06/2017).

Officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen

inclusief toegerekende multilaterale stromen

procent van ODA

 1990200020052010201120122013201420152015//19902015//2010
België40.830.831.048.137.830.435.333.932.0-1.0-7.8
OESO DAC27.725.523.934.132.931.633.429.928.40.1-3.6
België - Federale administratie Ontwikkelingssamenwerking--38.142.445.843.148.243.842.944.7---0.5
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB gebaseerd op OECD (2017), OECD.Stat, Theme: Development > Flows by Provider and Recipient > Aid (ODA) disbursements to countries and regions [DAC2a], http://stats.oecd.org/ (geraadpleegd op 26/06/2017); FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (2017), Rechtstreekse mededeling (02/06/2017).

Deze tekst komt uit het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2017.

Definitie: deze indicator meet het deel van de officiële ontwikkelingshulp bestemd voor de minst ontwikkelde landen (MOL’s, in het Engels least developed countries of LDCs). Dat zijn lage-inkomenslanden die kampen met ernstige structurele belemmeringen voor duurzame ontwikkeling. Ze zijn zeer kwetsbaar voor economische en ecologische schokken (gemeten met onder meer schommelingen in de landbouwproductie en slachtoffers van natuurrampen) en hun bevolking heeft een slechtere gezondheid (gemeten met kinder- en moedersterfte en ondervoeding) en een lagere scholing (gemeten met onderwijsdeelname en alfabetiseringsgraad). Op de MOL-lijst van juni 2017 staan 47 landen. Om de drie jaar wordt die lijst herzien door het Comité voor ontwikkelingsbeleid (Committee for Development Policy) van de Verenigde Naties (UN, 2017b).

Cijferdoel: SDG-subdoelstelling 17.2 stemt overeen met nr. 51 van de Actieagenda van Addis Abeba (AAAA) van de derde internationale conferentie over de financiering van ontwikkeling, die plaatsvond in juli 2015 en waarover de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie 69/313 heeft aangenomen (UN, 2015c). De EU heeft zich ertoe verbonden 0,20 procent van het bbp voor ODA aan MOL’s te bereiken tegen 2030 (EU, 2015, nr. 33). De AAAA moedigt, als goede praktijk, aan om minstens vijftig procent van de officiële ontwikkelingshulp te besteden aan MOL’s (UN, 2015c, nr. 52). De Belgische federale regering verbond zich ertoe dat doel tegen 2019 te bereiken (De Croo, 2016, p. 7). Die waarde van 50 % wordt gehanteerd als cijferdoel in dit rapport.

Subdoelstelling: 17.2 Ontwikkelde landen dienen ten volle hun verbintenissen aangaande officiële ontwikkelingshulp te implementeren, waaronder ook de verbintenis van vele ontwikkelde landen om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan officiële ontwikkelingshulp voor ontwikkelingslanden (ODA/GNI) en 0,15% tot 0,20% voor de minst ontwikkelde landen; ODA-donoren worden aangemoedigd om voor zichzelf een doelstelling te bepalen om minstens 0,2% te besteden aan de minst ontwikkelde landen.

I-SDG: 17.2.1 Netto officiële ontwikkelingshulp, totaal en voor de minst ontwikkelde landen, als aandeel van het bruto nationaal inkomen van de donorlanden van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).