Binnenlands materiaalverbruik

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

TRENDEVALUATIE: Binnenlands materiaalverbruik - België

ton per inwoner

 20002005201020152016
waarnemingen14.914.915.112.812.6

Eurostat (2017), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Binnenlands materiaalverbruik

ton per inwoner

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
België14.914.915.115.814.013.513.612.812.6-1.1-4.4
EU-2815.616.014.114.613.613.213.313.113.0-1.1-2.3
//: gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2017), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Binnenlands materiaalverbruik volgens materiaalsoort - België

ton per inwoner

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
biomassa4.84.64.94.94.44.44.94.44.3-0.6-2.4
metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen6.26.37.07.96.66.25.95.65.5-0.8-7.0
fossiele brandstoffen4.34.23.53.33.33.33.13.03.1-1.9-1.0
//: gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2017), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Deze tekst komt uit het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2017.

Definitie: het binnenlands materiaalverbruik stemt overeen met de binnenlandse ontginning, waarbij de invoer wordt opgeteld en waarvan de uitvoer wordt afgetrokken. De beschouwde grondstoffen zijn de biomassa, de metaalertsen, de niet-metaalhoudende mineralen en de fossiele brandstoffen, alsook twee restcategorieën (met betrekking tot afval en andere producten die 1 % tot 2 % van het totaal uitmaken). Het binnenlands materiaalverbruik houdt rekening met de grondstoffen vervat in de afgewerkte en halfafgewerkte goederen die in België worden ingevoerd of door België worden uitgevoerd, maar die grondstoffen worden enkel meegerekend in de materiaalcategorie waaruit het product in hoofdzaak bestaat. De indicator wordt uitgedrukt in ton (t) per inwoner. De gegevens zijn afkomstig van Eurostat (2017j).

Cijferdoel: er is geen cijferdoel voor deze opvolgingsindicator. De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt evenwel de volgende doelstellingen: "De verbruikte hoeveelheid niet-hernieuwbare grondstoffen zal aanzienlijk verminderd zijn en die grondstoffen zullen enkel verder ontgonnen worden indien er geen alternatief uit recyclage bestaat" (doelstelling 33) en "hernieuwbare grondstoffen [...] zullen ontgonnen worden zonder het vermogen van toekomstige generaties om die hulpbronnen te ontginnen, in het gedrang te brengen" (doelstelling 34). Om in de richting van deze doelstellingen (SDG's en LTV DO) te gaan, moet het totale binnenlandse materiaalverbruik dalen.

Subdoelstelling: 12.2 Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren.

I-SDG: 12.2.2 Binnenlands materiaalverbruik, binnenlands materiaalverbruik per inwoner en binnenlands materiaalverbruik per eenheid bbp. Die indicator wordt eveneens gebruikt om de doelstelling over economische groei en werk (subdoelstelling 8.4 Tegen 2030 geleidelijk aan de wereldwijde efficiëntie, productie en consumptie van hulpbronnen verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, volgens het 10-jarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen) op te volgen.