Hernieuwbare energie

In 2015 werd in België 7,9 procent van het bruto finaal energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat aandeel stijgen naar 18 procent. Volgens de projecties van het Federaal Planbureau wordt dat doel bereikt. Het aandeel hernieuwbare energie evolueert dus gunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

TRENDEVALUATIE: Hernieuwbare energie - België

procent van het bruto finaal energieverbruik

 2004200520102015202020252030
waarnemingen1.92.35.77.9------
projectie--------13.6--16.8
doelstelling 203018.018.018.018.018.018.018.0

Eurostat (2017), Share of renewable energy in gross final energy consumption [t2020_31], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017); FPB (2014), Het Belgische energiesysteem in 2050: waar naartoe? Beschrijving van een referentiescenario voor België.

Hernieuwbare energie

procent van het bruto finaal energieverbruik

 200420052010201120122013201420152015//20042015//2010
België1.92.35.76.37.27.58.07.913.86.7
EU-288.59.012.913.214.415.216.116.76.35.3
//: gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2017), Share of renewable energy in gross final energy consumption [t2020_31], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Deze tekst komt uit het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2017.

Definitie: deze indicator geeft het aandeel van het energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in het bruto finaal energieverbruik, zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn 2009/28/EG. Het bruto finaal energieverbruik is de energie die verbruikt wordt door alle eindgebruikers, inclusief de verliezen op het vervoersnetwerk en de distributie en het zelfverbruik van de elektriciteits- en warmteproductie. De gegevens zijn afkomstig van Eurostat.

Cijferdoel: in het kader van de Europa 2020-strategie heeft België een cijferdoel vastgesteld, namelijk een aandeel van 13 % hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik in 2020. In een tekst die in januari 2014 aangenomen werd, stelt de EU een cijferdoel vast tegen 2030, namelijk een aandeel van 27 % hernieuwbare energie. Dat cijferdoel werd tot op heden nog niet verdeeld tussen de lidstaten. Het FPB heeft voor België evenwel drie scenario's opgesteld in de context van dat Europese kader (Devogelaer en Gusbin, 2015). Het GHG40-scenario, dat het best overeenkomt met het Europese kader, is opgesteld met de hypothese dat de inspanningen van elk land kostenefficiënt zijn op Europees niveau[noot]. In dat scenario bedraagt het Belgische aandeel hernieuwbare energie 18 % in 2030. Die waarde wordt gehanteerd als cijferdoel tegen 2030. Merk op dat de verdeling die op Europees niveau voorgesteld zal worden in de komende maanden een ambitieuzere doelstelling zou moeten opnemen voor België, aangezien die verdeling op de volgende twee criteria zal steunen: een kostenefficiënte verdeling en een verdeling op basis van het bbp per inwoner.

Subdoelstelling: 7.2 Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen.

I-SDG: 7.2.1 Aandeel van hernieuwbare energie in het totale finaal energieverbruik.

[noot] Kostenefficiënt op Europees niveau betekent dat de verdeling de kosten voor de Europese landen in hun geheel minimaliseert.