Risico op armoede of sociale uitsluiting

In 2016 leefde 20,7 procent van de bevolking in België in een situatie van risico op armoede of sociale uitsluiting. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 10,6 procent. Volgens de projecties van het Federaal Planbureau wordt dat doel niet bereikt. Het risico op armoede of sociale uitsluiting evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

TRENDEVALUATIE: Risico op armoede of sociale uitsluiting - België

procent van de totale bevolking

 20042005201020152016202020252030
waarnemingen21.622.620.821.120.7------
projectie (waarnemingen tot 2015)--------20.218.517.116.4
doelstelling 203010.610.610.610.610.610.610.610.6

projectie houdt rekening met waarnemingen tot 2015

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017) & Frère (2016), De bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting in België - Projectie tot 2030, Working paper 12-16, Federaal Planbureau.

Risico op armoede of sociale uitsluiting

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België21.622.620.821.021.620.821.221.120.7-0.4-0.3
EU-28----23.724.324.724.624.423.823.5---0.7
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens geslacht - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
vrouwen22.923.721.721.522.321.221.522.222.0-0.30.5
mannen20.321.420.020.420.920.420.920.019.4-0.4-1.0
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens leeftijd - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
<1822.723.723.223.322.821.923.223.321.6-0.4-1.5
18-6421.221.920.020.021.320.821.621.721.70.21.6
>6422.023.321.021.621.219.517.316.216.4-2.4-5.4
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens huishoudentype - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
alleenstaande34.035.430.631.430.833.533.031.530.9-0.8-0.3
eenoudergezin57.851.749.652.952.454.551.448.953.0-0.70.0
twee volwassenen23.322.320.119.920.118.316.215.617.4-2.4-2.6
twee volwassenen met een afhankelijk kind12.713.513.012.315.813.413.912.913.20.31.4
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen10.711.612.010.010.18.612.912.29.5-1.0-1.0
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen20.523.420.619.421.723.421.524.122.00.62.5
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens activiteitsstatus - België

procent van de totale bevolking van 18 jaar en ouder

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
werkend5.76.36.56.16.66.06.76.16.30.80.6
niet werkend36.637.933.834.635.835.534.834.633.8-0.7-0.5
werkloos60.264.153.456.557.769.863.667.666.20.83.2
gepensioneerd22.023.819.720.119.919.417.216.316.4-2.4-4.0
andere inactief41.841.041.441.844.645.547.147.447.61.12.6
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2013

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Risico op armoede of sociale uitsluiting, volgens inkomen - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
kwintiel 180.482.681.282.783.382.484.082.384.50.40.4
kwintiel 216.817.614.913.816.514.614.715.113.2-2.0-0.9
kwintiel 37.57.64.45.05.14.45.05.64.0-5.1-4.4
kwintiel 42.63.52.22.22.11.91.51.71.2-6.2-11.4
kwintiel 50.91.61.51.31.41.11.00.80.6-3.3-14.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_peps01, ilc_peps02, ilc_peps03, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2017.

Definitie: de opvolgingsindicator is het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, uitgedrukt in procent van de totale bevolking. Deze indicator wordt berekend aan de hand van drie sub-indicatoren die elk een dimensie van armoede meten. Ze worden berekend aan de hand van de SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions – Enquête over de inkomsten en de levensomstandigheden). Die enquête wordt in alle EU-lidstaten georganiseerd. In België organiseert Statistics Belgium deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat (2017g), dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

De opvolgingsindicator komt overeen met de som van personen die tot één van de drie deelpopulaties behoren.

  • Het aantal personen met een armoederisico komt overeen met het aantal personen met een equivalent netto beschikbaar huishoudinkomen dat lager is dan 60 % van het mediaan equivalent netto beschikbaar huishoudinkomen van de bevolking.

  • Het aantal personen dat leeft in een huishouden met een lage werkintensiteit komt overeen met het aantal personen tussen 0 en 59 jaar dat leeft in een huishouden waarvan de werkintensiteit lager is dan 20 %. De werkintensiteit van een huishouden is gelijk aan de verhouding tussen het aantal effectief gewerkte maanden door de gezinsleden op actieve leeftijd (18-59 jaar die niet studeren) en het totale aantal maanden dat die personen konden werken tijdens het desbetreffende jaar.

  • Het aantal personen dat zich in een situatie van ernstige materiële deprivatie bevindt, is gelijk aan het aantal personen dat geconfronteerd wordt met minstens vier van de volgende negen problemen:

    1. onverwachte kosten niet kunnen opvangen;

    2. niet om de andere dag een maaltijd met proteïnen kunnen eten;

    3. zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen;

    4. zich niet één keer per jaar één week vakantie weg van thuis kunnen veroorloven;

    5. geen auto hebben (indien gewenst);

    6. geen televisie hebben (indien gewenst);

    7. geen telefoon hebben (indien gewenst);

    8. geen wasmachine hebben (indien gewenst);

    9. achterstallen hebben voor het aflossen van hypotheeklening, huur of facturen voor de diensten van openbaar nut.

Cijferdoel: de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten het volgende cijferdoel: "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2). Vertaald in Belgische context betekent dit dat, tegen 2030, het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting gehalveerd zou moeten zijn, namelijk van 21,1 % in 2015 naar 10,6 % in 2030. Die waarde wordt gehanteerd als cijferdoel in dit rapport.

Daarnaast, is er voor België ook een cijferdoel in navolging van de Europa 2020-strategie die in de EU een vermindering beoogt van het aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen. België heeft zich geëngageerd die doelgroep te laten dalen van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een vermindering van 380.000 personen.

Subdoelstelling: 1.2 Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen.

I-SDG: 1.2.2 Deel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities.