Blootstelling aan fijn stof

In 2015 bedroeg de bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie van fijn stof in België 13,5 microgram PM2,5 per kubieke meter. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen naar 10. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. De blootstelling aan fijn stof evolueert dus ongunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Blootstelling aan fijn stof - België - trendevaluatie

microgram PM2,5 per kubieke meter, bevolkingsgewogen gemiddelde

 2000200520102015202020252030
waarnemingen14.515.017.713.5------
trend en extrapolatie (waarnemingen tot 2014)14.216.417.416.115.114.614.3
doelstelling 203010.010.010.010.010.010.010.0

trend en extrapolatie houden rekening met waarnemingen tot 2014

Eurostat (2018), Urban population exposure to air pollution by particulate matter [sdg_11_50], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 29/09/2018); berekeningen FPB.

Blootstelling aan fijn stof - België en internationale vergelijking

microgram PM2,5 per kubieke meter, bevolkingsgewogen gemiddelde

 200020052010201120122013201420152015//20002015//2010
België14.515.017.717.716.117.014.413.5-0.5-5.3
EU2814.415.618.118.316.615.515.114.50.0-4.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2018), Urban population exposure to air pollution by particulate matter [sdg_11_50], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 29/09/2018).

Definitie: de blootstelling aan fijn stof (PM2,5) meet de concentratie van deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5µm in de Belgische steden, uitgedrukt in microgram per kubieke meter (µg/m³). Die deeltjes worden hoofdzakelijk uitgestoten tijdens verbrandingsprocessen (motoren, verwarmingsketels enz.) en in bepaalde industriële activiteiten. Door de grotere concentratie van dit type activiteiten in stedelijke gebieden worden de concentraties daar prioritair gemeten. Om deze indicator te berekenen worden de gemeten concentraties aangepast op basis van de bevolking. De gegevens worden samengebracht door de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu en zijn beschikbaar op de site van Eurostat.

Doelstelling: de blootstelling aan fijn stof mag een maximumniveau van 10µg/m³ (jaarlijkse gemiddelde concentraties) niet overschrijden.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 11.6: "Tegen 2030 de nadelige milieu-impact van steden per capita reduceren, ook door bijzondere aandacht te besteden aan de luchtkwaliteit en aan het gemeentelijk en ander afvalbeheer".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 35: "De uitstoot van vervuilende stoffen, zoals [...] fijn stof, [...], zal aanzienlijk verminderd zijn en de lucht (binnen en buiten)-, water- en bodemvervuiling zal niet langer een significante – directe of indirecte – weerslag hebben, noch op de gezondheid, noch op het milieu" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013). De Wereldgezondheidsorganisatie stelt, daarnaast, in haar Air quality guidelines - global update 2005 (Richtlijnen voor de luchtkwaliteit – globale update 2005), een maximumniveau voor van 10µg/m³ voor de jaarlijkse gemiddelde concentraties van PM2,5.

Evolutie: de gemiddelde concentraties fijn stof blijven tussen 2000 en 2005 stabiel rond de 15µg/m³ en zijn daarna snel gestegen tot 21µg/m³ in 2007. Sindsdien dalen de gemiddelde concentraties gestaag tot 13,5µg/m³ in 2015.

Internationale vergelijking: tussen 2000 en 2015 liggen de in België waargenomen gemiddelde concentraties op vergelijkbare niveaus als in de EU28. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2015 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met 11.6.2 - Gemiddelde jaarlijkse niveau van fijn stof (bijvoorbeeld PM2,5 en PM10) in steden (bevolkingsgewogen).

Bronnen