Inkomensongelijkheid: S80/S20

In 2017 (inkomens 2016) bedroeg de inkomenskwintielverhouding S80/S20 in België 3,8. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag de inkomensongelijkheid niet toenemen.

The chart will appear within this DIV.

Inkomenskwintielverhouding S80/S20 - België en internationale vergelijking

 20042005201020112012201320142015201620172017//20042017//2012
België3.94.03.93.94.03.83.83.83.83.8-0.2-1.0
EU28----4.95.05.05.05.25.25.1------
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: de inkomenskwintielverhouding van de bevolking is een maatstaf van inkomensongelijkheid. Het is de verhouding van het totale netto equivalent beschikbaar inkomen van de 20% personen met het hoogste inkomen (S80) ten opzichte van het totale netto equivalent beschikbaar inkomen van de 20% personen met het laagste inkomen (S20). Het beschikbaar inkomen houdt rekening met de omvang en de samenstelling van het gezin volgens de zogenaamde gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij een volwassene een factor heeft van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3. De hier gebruikte inkomensgegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens hebben steeds betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: de inkomenskwintielverhouding mag niet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.4: "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling stelt dat "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel is gebleven, kan ervan uitgegaan worden dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de inkomenskwintielverhouding, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.

Evolutie: tussen 2004 en 2017 fluctueert de inkomenskwintielverhouding rond de 3,9. Die indicator blijft relatief stabiel: in 2004 bedraagt hij 3,9 en sinds 2013 is de inkomenskwintielverhouding gelijk aan 3,8 (Federal Public Service Social Security, 2018).

Internationale vergelijking: de inkomenskwintielverhouding in de EU28 situeert zich op een hoger niveau dan in België; ze steeg van 4,9 in 2010 tot 5,1 in 2016. Er bestaan grote verschillen in inkomensongelijkheid tussen de EU28-lidstaten en die ongelijkheid is toegenomen in de meeste zuidelijke lidstaten en in sommige Oost-Europese lidstaten, terwijl ze in België relatief stabiel bleef (EU, 2017). In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de best presterende groep.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.4. De inkomenskwintielverhouding van de bevolking is immers een maatstaf van inkomensongelijkheid die onder meer bepaald wordt door het beleid inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming.

Bronnen