Inkomensongelijkheid: Gini-index

In 2017 (inkomens 2016) bedroeg de Gini-index van het equivalent beschikbaar inkomen in België 26 op een schaal van nul tot honderd. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag die index niet stijgen. Volgens de projecties van het Federaal Planbureau, gebaseerd op waarnemingen tot 2015, wordt dat doel bereikt. Op basis van die projectie evolueert de Gini-index evolueert dus gunstig. Een volgende evaluatie is voorzien voor midden 2019.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen - België - trendevaluatie

schaal 0-100

 200420052010201520162017202020252030
waarnemingen26.128.026.626.226.326.0------
projectie (waarnemingen tot 2015)----------------23.9

projectie houdt rekening met waarnemingen tot 2015

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018) & berekeningen FPB.

Gini-index van equivalent beschikbaar inkomen - België en internationale vergelijking

schaal 0-100

 20042005201020112012201320142015201620172017//20042017//2012
België26.128.026.626.326.525.925.926.226.326.00.0-0.4
EU28----30.530.830.530.530.931.030.8------
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: de Gini-index geeft de mate van inkomensongelijkheid weer en kan een waarde aannemen van 0 tot 100. De Gini-index is gelijk aan 0 als iedereen hetzelfde inkomen heeft, dus bij een volkomen gelijke verdeling. Een waarde van 100 komt overeen met een volkomen ongelijke verdeling, waarbij één persoon al het inkomen en de rest geen inkomen heeft. Die indicator wordt berekend aan de hand van huishoud- en inkomensgegevens uit de SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions – Enquête over de inkomsten en de levensomstandigheden). Het inkomen dat hier wordt beschouwd is het inkomen dat beschikbaar is (met inbegrip van belastingen en sociale overdrachten) om goederen en diensten aan te kopen. Aan elk lid van een huishouden wordt een netto equivalent inkomen toegewezen, dat berekend wordt door het huishoudinkomen te delen door een equivalentiefactor die rekening houdt met de gezinssamenstelling. De equivalentiefactor stemt overeen met de som van de wegingen gegeven aan elk lid van het huishouden, die, bij conventie, vastgesteld zijn op 1 voor de eerste volwassene, 0,5 voor elke bijkomende volwassene en 0,3 voor elk bijkomend kind (persoon jonger dan 14 jaar). Statistics Belgium organiseert in België die enquête binnen de geharmoniseerde EU-enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De gegevens die hier gebruikt worden, zijn afkomstig van Eurostat, dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: de Gini-index mag niet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 10.4: "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling vermeldt: "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"; Belgisch Staatsblad 08/10/2013).

Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel gebleven is sinds 2004, kan ervan uitgegaan worden dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de Gini-index, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.

Evolutie: tussen 2004 en 2008 fluctueert de Gini-index tussen 26,1 en 28. Van 2009 tot en met 2017 bedraagt hij steeds ongeveer 26.

Internationale vergelijking: de Gini-index voor de EU28 fluctueert tussen 2010 ten 2016 rond 30,5. Het laatst beschikbare cijfer is 30,8 voor 2016. België scoort systematisch lager dan het EU28-gemiddelde: de inkomensongelijkheid in België is dus kleiner. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de best presterende groep.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 10.4. De Gini-index geeft immers de mate van inkomensongelijkheid weer, die onder meer bepaald wordt door het beleid inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming.

Bronnen