Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen

In 2017 was in België 12,1 procent van de jongeren van 18 tot 24 jaar niet aan het werk en evenmin onderwijs of een opleiding aan het volgen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen. Dat doel wordt bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. Het aandeel jongeren dat niet werkt en geen onderwijs of opleiding volgt, evolueert dus gunstig.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen - België en internationale vergelijking

procent van de 18-24-jarigen

 20002005201020122015201620172017//20002017//2012
België18.616.214.315.015.513.112.1-2.5-4.2
EU28--16.316.617.215.815.214.3---3.6
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001 BE, 2003 EU, 2006, 2011 BE

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens geslacht - België

procent van de 18-24-jarigen

 20002005201020122015201620172017//20002017//2012
vrouwen21.116.914.414.815.212.811.3-3.6-5.3
mannen16.115.614.215.215.713.312.9-1.3-3.2
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2006, 2011

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens opleiding - België

procent van de 18-24-jarigen

 20002005201020122015201620172017//20002017//2012
hoogstens lager secundair onderwijs6.76.56.66.66.45.25.0-1.7-5.4
hoger secundair onderwijs10.17.96.26.56.96.35.3-3.7-4.0
hoger onderwijs1.91.81.51.92.21.61.8-0.3-1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2006, 2011, 2014

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 17/10/2018).

Definitie: het aandeel jongeren (van 18 tot 24 jaar) dat voldoet aan de volgende twee voorwaarden: (a) ze zijn niet tewerkgesteld en (b) zij hebben geen onderwijs of opleiding gevolgd tijdens de vier weken voorafgaand aan het interview. De drempel van 18 jaar werd gekozen voor België, omdat dit de leeftijd is waarop de schoolplicht eindigt. De gegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt, moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 8.6: "Tegen 2020 het aandeel aanzienlijk terugschroeven van jongeren die niet aan het werk zijn, geen onderwijs volgen en niet met een opleiding bezig zijn".

Het Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) voor 2011 dat België in april 2011 (Federale regering, 2011) goedkeurde in het kader van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010), en alle daaropvolgende NHP’s, bevat ook de doelstelling om dit aandeel tegen 2020 te laten dalen tot 8,2%.

Evolutie: volgens deze enquête daalde het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt van 18,6% in 2000 tot 13,3% in 2008 (jaar van de financieel-economische crisis) en steeg daarna tot 16% in 2013 om opnieuw te dalen tot 12,1% in 2017. De algemene trend blijft dalend (gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -2,5%) tussen 2000 en 2017.

Internationale vergelijking: het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt daalt in de Europese Unie sinds 2002, maar stijgt van 2008 tot 2013, met de financieel-economische crisis. Vanaf 2012 wordt de daling opnieuw ingezet. Sinds 2008 ligt België onder het Europees gemiddelde. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2017 tot de middelmatig presterende groep en scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens geslacht: volgens de EAK evolueerde het verschil tussen mannen en vrouwen sterk. In 2000 lag dit aandeel 5 procentpunt hoger bij vrouwen dan bij mannen. Van 2000 tot 2011 lag het aandeel vrouwen bij de jongeren uit de EAK dat niet werkt en dat noch onderwijs noch opleiding volgt, hoger dan het aandeel mannen bij die jongeren. Sinds 2012 ligt het aandeel mannen daarentegen boven dat van vrouwen. In 2017 lag het 1,6 procentpunt hoger bij mannen dan bij vrouwen.

De trend tussen 2000 en 2017 bij vrouwen is dan ook sterker dalend (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -5,3%), dan bij mannen (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -3,2%).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 8.6.1 - Deel jongeren (15-24-jarigen) dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt.

Bronnen