Werkgelegenheidsgraad

In 2017 bedroeg de werkgelegenheidsgraad in België 68,5 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Werkgelegenheidsgraad - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 199520002005201020122015201620172017//19952017//2012
België61.466.366.567.667.267.267.768.50.50.4
EU28----67.968.668.470.071.072.1--1.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Werkgelegenheidsgraad volgens geslacht - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 199520002005201020122015201620172017//19952017//2012
vrouwen49.656.458.661.661.763.063.063.61.10.6
mannen73.276.174.373.572.771.372.373.40.00.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Werkgelegenheidsgraad volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 199520002005201020122015201620172017//19952017//2012
25-5473.877.978.380.079.378.579.179.50.30.1
55-6423.325.031.837.339.544.045.448.33.44.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergan, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Werkgelegenheidsgraad volgens opleiding - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 1992199520002005201020122015201620172017//19922017//2012
hoogstens lager secundair onderwijs48.746.651.248.848.447.145.645.645.9-0.2-0.5
hoger secundair onderwijs67.066.369.168.869.168.567.267.767.80.0-0.2
hoger onderwijs83.982.285.482.881.981.881.882.282.2-0.10.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergaed, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 26/09/2018).

Werkgelegenheidsgraad volgens nationaliteit - België

procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 2006201020122015201620172017//20062017//2012
Belgen68.869.969.969.770.271.00.30.3
EU28-burgers m.u.v. Belgen58.663.464.266.168.368.51.41.3
niet-EU-burgers47.448.847.848.649.152.00.81.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergacob, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Werkgelegenheidsgraad volgens nationaliteit: verschil tussen Belgen en niet-EU-burgers - België

procentpunten; bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar)

 2006201020122015201620172017//20062017//2012
verschil21.421.122.121.121.119.0-1.1-3.0
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), lfsa_ergacob, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: de werkgelegenheidsgraad is het aandeel van de werkende beroepsbevolking in de bevolking op arbeidsleeftijd. De werkende beroepsbevolking is gelijk aan het aantal personen in de leeftijdscategorie van 20 tot 64 jaar die ten minste één uur hebben gewerkt gedurende de referentieperiode, ofwel als loontrekkende met een arbeidscontract in de particuliere sector of de openbare sector, ofwel als niet-loontrekkende (zelfstandige of helper). Daarbij kan opgemerkt worden dat de werkende beroepsbevolking ook gelijk is aan de som van de binnenlandse werkgelegenheid en het grensarbeidsaldo (namelijk het saldo van het aantal Belgische inwoners dat in het buitenland werkt en het aantal niet-Belgische inwoners dat in België werkt). De bevolking op arbeidsleeftijd bestaat uit de personen van 20 tot 64 jaar. De hier gebruikte werkgelegenheidsgegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De methodologie van deze enquête werd in 2017 herzien. Gegevens van 2017 met die van voorgaande jaren vergelijken, vergt de nodige voorzichtigheid. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: de werkgelegenheidsgraad moet stijgen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 8.5: "tegen 2030 komen tot een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jonge mensen en personen met een handicap, alsook een gelijk loon voor werk van gelijke waarde".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013) bevat de volgende doelstellingen: "De arbeidsmarkt zal voor iedereen toegankelijk zijn en de actieve bevolking waardig werk aanbieden" (doelstelling 8), "Het werkgelegenheidsniveau zal zo hoog en stabiel mogelijk zijn en respecteert de principes van waardig werk. Iedereen op arbeidsleeftijd zal de mogelijkheid hebben betaald werk te vinden" (doelstelling 9) en "De arbeidsomstandigheden zullen gedurende de hele loopbaan aangepast worden om ervoor te zorgen dat de levenskwaliteit verbetert en dat men langer kan werken" (doelstelling 11).

In navolging van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) die een stijging in de EU beoogt van de werkgelegenheidsgraad tot 75% in 2020, heeft België zich geëngageerd de werkgelegenheidsgraad te laten stijgen tot 73,2% in 2020. Het federaal regeerakkoord van oktober 2014 (Federale Regering, 2014) bevestigt deze doelstelling. België heeft daarenboven in de Nationale Hervormingsprogramma's (die kaderen in de opvolging van de Europa 2020-strategie) bijkomende werkgelegenheidsdoelstellingen aangenomen voor het jaar 2020 voor vrouwen (69,1%) en voor personen tussen 55 en 64 jaar (50%). Voorts moet volgens die hervormingsprogramma's in 2020 het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van niet-EU-burgers en Belgen minder dan 16,5 procentpunt bedragen.

Evolutie: volgens de EAK-enquête steeg de werkgelegenheidsgraad van de 20-64-jarigen tussen 1995 en 2000 van 61,4% tot 66,3%. Daarna volgde een lichte daling tot 64,5% in 2003, waarna die indicator opnieuw toenam tot 68,0% in 2008. Sindsdien fluctueerde de werkgelegenheidsgraad rond 67% als gevolg van de financieel-economische crisis; in 2017 steeg hij tot 68,5%. De stijgende arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en ouderen is de belangrijkste oorzaak van de stijgende werkgelegenheidsgraad tussen 1995 en 2017.

Internationale vergelijking: in de periode 2002-2017 ligt de werkgelegenheidsgraad van de 20-64-jarigen in de Europese Unie steeds boven het Belgische cijfer en lopen de evoluties parallel. De stijgende trend tussen 2003 en 2008 in België geldt ook voor de EU28. In die periode steeg die indicator in de EU28 van 67,1% tot 70,3%. Daarna volgt een daling tot 68,4% in 2012 en een stijging tot 72,1% in 2017. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2017 tot de slechtst presterende groep.

Opsplitsing volgens geslacht: de stijgende arbeidsmarktparticipatie van vrouwen is een van de belangrijkste oorzaken van de gestegen globale werkgelegenheidsgraad. Zo steeg de werkgelegenheidsgraad van vrouwen van 49,6% in 1995 tot 63,6% in 2017.

Opsplitsing volgens leeftijd: de stijgende arbeidsmarktparticipatie van ouderen is een van de belangrijkste oorzaken van de gestegen globale werkgelegenheidsgraad. Tussen 1995 en 2017 steeg de werkgelegenheidsgraad van ouderen van 23,3% tot 48,3%. De grafiek vermeldt de werkgelegenheidsgraad van 20-24-jarigen niet omdat er in die leeftijdscategorie veel studenten zijn. De beleidsrelevantie van die informatie is dan ook gering.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe hoger de werkgelegenheidsgraad. De werkgelegenheidsgraad blijft in de beschouwde periode voor elke opleidingscategorie stabiel. Voor 2017 bedraagt de werkgelegenheidsgraad van personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs respectievelijk 45,9, 67,8 en 82,2%.

Opsplitsing volgens nationaliteit: tussen 2006 en 2017 steeg de werkgelegenheidsgraad van niet-EU-burgers van 47,4 tot 52%. De werkgelegenheidsgraad van Belgen steeg in die periode van 68,8 naar 71%. Die van EU-burgers zonder de Belgen steeg van 58,6 naar 68,5%. Het verschil in de werkgelegenheidsgraad tussen Belgen en niet-EU-burgers daalde dus van 21,4 procentpunt in 2006 tot 19 procentpunt in 2017.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 8.5, aangezien naar een volledige en productieve tewerkstelling gestreefd wordt.

Bronnen

Deze indicator behoort ook tot een andere databank van het Federaal Planbureau die bovendien regionale gegevens voor België bevat: de indicatoren van het innovatiesysteem (enkel in het Engels beschikbaar).